
De dialoog tussen verschillende religies is in deze tijd belangrijker dan ooit. Paus Franciscus had dat goed begrepen. Volgens hem begint die dialoog met vriendschappen tussen mensen, want “grote vrede is het resultaat van kleine doorbraken”.
Bij kerkelijke documenten als Nostra Aetate over de relatie jodendom-christendom horen ontmoetingen. Paus Franciscus benadrukte steeds, als het om zijn reizen naar landen met andere religieuze culturen ging, dat de interreligieuze dialoog een kwestie van ontmoeting is, elkaar leren kennen, om dan vriendschappen op te bouwen.
Paus Franciscus was goed bevriend met de Argentijnse rabbijn Abraham Skorka. Hij nam hem mee, samen met de Argentijnse imam Omar Abboud, op zijn reis naar het Heilig Land.
Religieuze dialoog, zei de paus, begint met die vriendschappen, niet altijd met grote gebaren, grote doorbraken. “Grote vrede is het resultaat van vele kleine doorbraken”, zei hij.
Dat neemt natuurlijk niet weg dat er soms “grote” doorbraken nodig zijn, dramatische gebaren, naast het vriendelijk theologisch debat zoals Nostra Aetate dat bepleit.
Maar nu eerst die ontmoetingen. De Israëlische diplomaat André Chouraqui, die in de tijd van Pius XII “de staat van wederzijdse onwetendheid tussen Israël en het Vaticaan” had betreurd, begroette in Johannes XXIII “een broer” die vastbesloten was een nieuwe relatie op te bouwen tussen de Kerk en Israël. Was er maar een lijn tussen Rome en Jeruzalem in plaats van tussen Venetië en Haifa, had Johannes al gezegd toen hij nog aartsbisschop van de havenstad Venetië was.
Chouraqui en Johannes Paulus II voerden in 1985 hartelijke gesprekken. De relatie Kerk-Israël was allereerst “een zaak van theologie” en meer kennis over elkaar. Natuurlijk waren ook politieke kwesties als de erkenning van de staat Israël en de status van Jeruzalem.
In Arabische landen lag een eventuele reis van de paus naar Jeruzalem uiterst moeilijk. De paus dacht over zo’n reis na, maar voegde eraan toe dat “de natuur geen sprongen maakt”. De paus kon nog niet op Chouraqui’s uitnodiging ingaan om naar Jeruzalem te komen. Hij deed iets anders, wat je een sprong, een doorbraak kunt noemen.
In 1986 bezocht Johannes Paulus II de synagoge van Rome, onder enorme internationale belangstelling. De pausen waren tweehonderd jaar lang aan het joodse gebedshuis voorbijgegaan en nu omarmden de paus en opperrabbijn Toaff elkaar, onder een lang applaus. Als aartsbisschop van Krakau had de paus altijd intensief contact met de plaatselijke joodse gemeenschap gehad, en op al zijn reizen zocht hij altijd eerst contact met de joodse gemeenschap, zegt de paus in het boek Over de drempel van de hoop.
Maar zijn bezoek aan de synagoge van Rome was iets heel uitzonderlijks, een gebaar dat door de wereld was opgemerkt. Ik noemde de joden, zegt hij, “de oudste broeders in het geloof” en vatte daarmee samen wat het Concilie heeft gezegd en “wat de diepe overtuiging van de Kerk is”.
Wij hebben in Abraham eenzelfde Vader in het geloof, zegt paus Benedictus in 2005 in de synagoge van Keulen. Wij beroepen ons samen op “de leer van Mozes en de profeten, en putten samen uit de spiritualiteit van de Psalmen”. Onze rijke “gemeenschappelijke erfenis” verplicht ons, zegt hij, op te komen voor de mensenrechten en “de heiligheid van het menselijk leven”.
Er zijn geen artikelen gevonden