
“De wonderen zijn de wereld nog niet uit!” krijg ik weleens te horen als ik met de bezem door mijn kamer ben gegaan. Het lijkt haast onvoorstelbaar dat er in deze tijd nog echte wonderen zouden gebeuren. Vroeger kwam het manna uit de lucht vallen, tegenwoordig is er in de supermarkt een schap vol tijgerbroden.
Jezus genas honderden mensen, vandaag worden er dagelijks duizenden kerngezond uit het ziekenhuis ontslagen. Gewoon, doordat ze een bepaalde behandeling hebben gehad. Al die wonderen lijken iets uit een ver, ver verleden.
We leven al zo lang in deze wereld dat het een gewoonte is geworden. Niks lijkt ons nog te kunnen verbazen. Wat is het toch een heerlijk zonnige dag! Ja, want dat hogedrukgebied voorkomt dat er zich wolken vormen. Ik ben van mijn infectie genezen! Mooi, dus je immuuncellen hebben eindelijk die bacteriën aangepakt. Een roodborstje op het balkon? Dat zat er gisteren ook al. Kun je misschien de pindakaas doorgeven?
Stel je nu eens voor dat er, in plaats van dat roodborstje, een Bengaalse tijger op het balkon had gezeten. Ontsnapt uit een dierentuin? Geen tijd om erover na te denken. Het woest grommende beest sluipt dichterbij, en jij zet het op een lopen. Is het logischer dat er daar een roodborstje zit dan een tijger? Natuurlijk! Een tijger op het balkon is volstrekt onfatsoenlijk. Maar ja, probeer dat maar eens uit te leggen aan een kat van drie meter lang. Is die tijger dan een wonder, maar het roodborstje niet?
Wij worden allemaal omringd door een van Gods grootste wonderen: de schepping zelf
Soms, als ik de verplichtingen van de wereld even niet meer zie zitten, begin ik gewoon te lopen. Het huis uit, door de straten, tot midden in een nabijgelegen bosje. Het voelt haast dichter bij God dan in de kerk: hoe prachtig het plafond ook beschilderd is, het is en blijft door mensen geschapen.
Hier, in het bos, sta ik midden in Gods schepping. Normaler kan haast niet; sommige van deze bomen bestaan al langer dan het dorp waar ik daarnet nog was. Toch lijkt het zo wonderlijk. Wind ruist door het jonge bladerdak. Vogels zweven tussen de bomen en strijken neer op een tak. En, wie weet, sluipt er verderop wel een tijger rond…
Als we de Bijbel doornemen, lijkt het soms haast oneerlijk. De mensen over wie we lezen, lijken nog geen boodschappen te kunnen doen zonder dat er een wonder gebeurt. Maar er waren er vast ook genoeg die het hun hele leven zonder dergelijke wonderen moesten doen. Zij werden echter, net als wij, omringd door een van Gods grootste wonderen: de schepping zelf.
Guul Jansen (19) is student Biomedische Technologie aan de Technische Universiteit Eindhoven. Hij schrijft maandelijks een column voor KN Jong.
Er zijn geen artikelen gevonden