

Kan katholiek voortgezet onderwijs van betekenis zijn in een geseculariseerde samenleving? Zeker, denkt Quirien Hagens. Geïnspireerd door paus Franciscus schetst ze in haar dissertatie een nieuw perspectief.
Franciscus bouwde bruggen tussen de Kerk en de geseculariseerde samenleving. “Dat was precies de persoonlijke vraag waaruit mijn onderzoek is voortgekomen. Hoe kan een Kerk relevant zijn in een samenleving zoals die in Nederland, die soms onverschillig, onwetend of afwijzend staat tegenover die Kerk?” vertelt Hagens.
“Op katholieke scholen verschilt de houding ten opzichte van de Kerk per school, variërend van terughoudendheid tot meer openheid.” Het denken van paus Franciscus biedt aanknopingspunten voor een open gesprek tussen Kerk en onderwijs. Een centraal begrip daarbij is ‘pre-evangelisatie’.
Quirien Hagens. Foto: Tilburg University
“Dat is eigenlijk niets anders dan leerlingen openen voor de religieuze, of ook transcendente, dimensie van het mens-zijn.” Al in 1988 wees Rome op deze optie voor katholieke scholen in sterk geseculariseerde landen. Hagens vond deze mogelijkheid in het Nederlands kerkelijk beleid voor het voortgezet onderwijs tot nu toe niet terug.
“In het denken van paus Franciscus kwam dit juist wél naar voren. Franciscus stelde daarbij heel duidelijk dat ook de relatie tot de ander een opening kan bieden tot wat de mens overstijgt, dus tot transcendentie. Dat voert dan misschien nog niet meteen tot God, maar openheid voor wat de mens overstijgt kan wel een eerste stap zijn richting een mogelijk godsbesef.”
“Franciscus ageerde ook tegen de zelfgenoegzaamheid van de Kerk, waarbij het risico bestaat dat regels en rituelen omwille van zichzelf gaan bestaan. ‘We moeten God niet opsluiten in de sacristie’, is een bekende uitspraak van hem.”
Wanneer de Kerk daarentegen naar buiten treedt, kan ze een tegenwicht vormen in een samenleving die de nadruk legt op zelfredzaamheid en autonomie. Dat ziet Hagens ook in het onderwijs. Behalve stagecoördinator bij Tilburg University is zij docent levensbeschouwing in het voortgezet onderwijs.
“Ik denk dat het voor mensen buiten het onderwijs niet altijd even duidelijk is hoe ver de dynamiek van het individualisme, secularisatie en consumentisme gevorderd is onder de jongere generaties. Je moet als docent soms hard werken om het besef te wekken bij leerlingen dat je ook dingen te ontvangen hebt, dat je niet alles kunt afdwingen of kopen, dat je niet alles zelf in de hand hebt.”
Hagens ontwikkelde een cirkelmodel, waarbij de transcendentieoptie en het beeld van het polyhedron, of veelvlak, uit het denken van Franciscus het denkkader vormen.
In het midden staat de Kerk met haar kern die de heilige Drie-eenheid is: “Niet het menselijke, niet de regels, niet het instituut, maar allereerst de Drie-eenheid waaruit alles voortkomt. Vanuit dat centrum naar de rand worden in cirkels de uiteenlopende posities en de mogelijke wederzijdse beweging tussen Kerk en onderwijs verbeeld”, legt Hagens uit.
“Een school kan ergens op een cirkel een plek hebben ten opzichte van de Kerk. In de buitenste cirkel staat dan bijvoorbeeld een school die zegt: ‘We vinden de katholieke identiteit belangrijk, maar de relatie tot het instituut Kerk vinden we ingewikkeld.’ Een Kerk die erop uit trekt, moet ook zo’n school weten te bereiken, aangezien er een zekere waardering aanwezig is voor de katholieke identiteit. Maar dat vergt een andere houding”, aldus Hagens.
“Je kunt niet met een binnenkerkelijke houding naar de buitenste cirkel gaan. De transcendentieoptie maakt het mogelijk de nadruk op de katholiciteit van docenten en op het behoud en doorgeven van de katholieke geloofstraditie in het onderwijs te verschuiven naar het scheppen van de voorwaarde daarvoor: namelijk het openen van de leerlingen voor de transcendente dimensie van het mens-zijn, met respect voor hun vrijheid.
Dialoog moet verder gaan dan alleen het versterken van de eigen identiteit in confrontatie met de andersheid van de ander
Die twee perspectieven, het traditionele en het meerzijdige perspectief van het cirkelmodel, kunnen naast elkaar bestaan. Ze vullen elkaar aan en vormen een gelijkwaardige manier om de katholieke identiteit vorm te geven.”
Het cirkelmodel geeft daarmee uiting aan een belangrijk punt in het denken van paus Franciscus, namelijk het veelvlak. Dit symboliseert een benadering van eenheid in verscheidenheid: het geheel wordt opgebouwd uit verschillende delen, in vorm of kleur, waarbij ieder deel nodig is om tot de uiteindelijke vorm, het geheel, te komen.
“Met behulp van dialoog kunnen er dan bruggen worden gebouwd. Deze dialoog moet verder gaan dan alleen het versterken van de eigen identiteit in confrontatie met de andersheid van de ander. Het vraagt om de bereidheid om van de ander te leren en jezelf daardoor te laten veranderen. Iets hiervan heb ik al in de praktijk meegemaakt op onze school.”
Als toegewijde zuster en lid van de Emmanuelgemeenschap werkt Hagens op haar middelbare school in een sectie met collega’s van verschillende levensbeschouwelijke achtergronden. “We kunnen elkaar telkens vinden in de dialoog en in het gedeelde besef van een relationeel mensbeeld, dat weer toegang biedt tot een spirituele dimensie in het onderwijs. Je ziet de ander als iemand van wie je kunt en mag leren. Dat verrijkt me en vind ik super-inspirerend.”
De dissertatie van Quirien Hagens, getiteld ‘Let’s move forward: Een meerzijdig perspectief op de identiteit van katholiek voortgezet onderwijs in seculiere context, gebaseerd op het denken van paus Franciscus’ is hier te downloaden.
Er zijn geen artikelen gevonden