
Ik slaap in principe in een kast in de sacristie. Dat is geen straf, want het is een zeer comfortabele kast in een hele knusse sacristie. Als ik opsta hoef ik maar een kovel over mijn hoofd te gooien en ik kan aan de Metten beginnen.
Jammer genoeg moet ik toch een groot deel van het jaar naar de logeerkamer verkassen. ’s Zomers vanwege de muggen. Het logeerbed heeft een klamboe.
’s Winters is het dan weer de verwarming, die daar niet uit kan. Ik ben zo iemand die het liefst slaapt onder zes dekbedden waar aan de buitenkant de rijp op staat, dus dat werkt niet echt. Jammer. Ook al omdat ik vanuit de logeerkamer drie trappen en een halve wandelvierdaagse moet trotseren als ik ‘s nachts naar de wc moet.
Verder is het trouwens best een knus kamertje. Het hangt als een soort nestje van kraalschroten in de nok van de kerk. Boven het bed hangt een sokkel waar een houten beeld van Sint-Wendelinus op staat.
Het is geen historische kostbaarheid. Eigenlijk is het zelfs een schoolvoorbeeld van mijn (met gepaste trots gekoesterde) afschuwelijke smaak.
Hij komt uit een werkplaats in het Grödnertal, de streek in Zuid-Tirol waar ze en masse machinaal gefabriekte suikerheiligen uitpoepen. Hij is ongetwijfeld per computer door een mechanische frees gekonterfeitseld. Daarna door een vakman nog een beetje gefatsoeneerd en door de schilder van dienst expres zó opgeverfd dat domme toeristen denken dat hij driehonderd jaar oud is.
Sint-Wendelinus was een wazige Schotse kluizenaar die in de zesde eeuw in de buurt van Trier neerstreek. We hebben geen idee wat hij daar precies uitvoerde.
Dat is des te vermakelijker omdat het lam op zijn schouders duidelijk trekken van de stijl van gummi smurfenpoppetjes uit de jaren tachtig vertoont. Zijn hoed heeft hij dan weer van Indiana Jones gejat.
Hij vertegenwoordigt, met andere woorden, heel de genoeglijkheid van mijn jeugd met een scheut Alpenheiligheid eroverheen. Wat wil een mens nog meer.
Hij is trouwens ook in andere opzichten extreem verwarrend voor de religieuze intuïtie. Vroeger stond hij in de ruimte waar ik mensen pleeg te ontvangen. Daar werd hij steevast voor de Jezus aangezien. “Wat een prachtig beeld van de Goede Herder heeft u daar staan!”, kreeg ik dan te horen.
Jarenlang heb ik het volgehouden om dan immer braaf te roepen: “Dat is de heilige Wendelinus”, waarna het bezoek dan altijd teleurgesteld was. Want Sint-Wendelinus was een wazige Schotse kluizenaar die in de zesde eeuw in de buurt van Trier neerstreek. We hebben geen idee wat hij daar precies uitvoerde. Hij paste duidelijk op schaapjes en zal wel veel gebeden hebben.
Tenminste: als hij überhaupt heeft bestaan, want de eerste berichten over hem stammen uit 1180. Precies zo’n heilige die van zichzelf zo weinig smoel heeft dat hij zich met vrome fantasie tot elke gewenste persoonlijkheid laat omkatten.
Ik hou daarvan. Want ik hou van het heilige, en ik hou van creativiteit. Verder hou ik van God zoals Hij is, vrij om al mijn voorstellingen te boven te gaan zoals Hij verkiest.
En die er duidelijk zelfs geen been in ziet smakeloze kluizenaars met gummi schaapjes zo te bezielen dat mensen er zijn Zoon in menen te zien. Dat biedt hoop.
Pater Hugo is kluizenaar te Warfhuizen. Elke drie weken schrijft hij een column in Katholiek Nieuwsblad.
Er zijn geen artikelen gevonden