Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Essay

Geven in het verborgene: Weet mijn linkerhand wat mijn rechterhand doet?

Illustratie: Otto Dettmer - Ikon Images

Als christen geef je niet om gezien te worden door anderen en ook niet voor een hemelse beloning. Waarom dan wel? Wie zich laat verwonderen door God, kan niet anders dan goede daden doen.

Het is december, de maand van Sinterklaas en natuurlijk van Kerst. De maand van feest, van bij elkaar komen. De maand waarin cadeautjes centraal staan.

Ontzettend moeilijk

Of misschien nog wel eerder: geven. En dat vind ik ontzettend moeilijk. Zowel privé als in mijn werk als pastoraal werker vraag ik me voortdurend af of ik wel voldoende geef. Wie en wat geef ik tijd en aandacht? Waarom? Wat is de juiste houding om te geven?

Ik kan hier geen definitief antwoord op geven. Maar ik kan wel delen wie mij de afgelopen tijd aan het denken hebben gezet, met name rond de laatste vraag: wat zou een juiste houding kunnen zijn? Hoe geef je op een goede manier?

Een gratis knipbeurt

De eerste persoon die me aan het denken zette, was een christelijke vriendin van een andere kerk. Ik ontmoette haar en haar man toen ik zat te stoeien met hoe we als parochie aan de wijk en aan de stad kunnen laten zien waar we als christenen voor staan.

https://www.kn.nl/nieuwsbrief/

Als antwoord vertelde ze me een prachtig verhaal van wat in haar eigen kerk gebeurde. Ze vertelde over een man uit haar kerk die graag iets wilde doen. Hij besloot om gratis de haren te knippen van mensen die krap bij kas zaten. In een kleine ruimte deed hij dit voortdurend.

In de schijnwerpers?

Langzaamaan wisten steeds meer mensen hem te vinden. Voordat hij het door had, was de gemeente ook op de hoogte van zijn initiatief. Medewerkers van de gemeente waren laaiend enthousiast en wilden hem graag ondersteunen. En zo kwam er een aanbod: “Als we foto’s van jou mogen maken en mogen delen op sociale media, dan krijg je van ons een grotere ruimte om te knippen. Dan zetten wij jou mooi in de schijnwerpers.”

Als je geeft met de verwachting dat God je zal belonen, is dat dan wel oprecht?

De man wees het aanbod vriendelijk af. Hij wilde helemaal niet in de schijnwerpers staan. Hij zei: “Ik doe dit niet voor mezelf. Ik doe dit voor de Heer.”

Bergrede

Het verhaal van de kapper deed me denken aan de Bergrede in Matteüs. Jezus roept op om goed te doen in het verborgene: “Maar als je aalmoezen geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet” (Mt. 6,3).

Jezus staat hier stil bij het geven van aalmoezen. Het was in zijn tijd gebruikelijk dat de synagogen de zorg voor armen organiseerden. Dit was immers een religieuze plicht, naast bidden en vasten. Het gaat Jezus dus niet zozeer om of er aalmoezen werden gegeven, maar hoe.

Een mooie metafoor

Jezus wijst op het gevaar van pronkzucht. Hij gebruikt hier een mooie metafoor voor, de bazuin. De bazuin is een vroegere versie van de trompet.

Jezus geeft dus kritiek op leerlingen die hard willen toeteren hoeveel aalmoezen ze geven. Hoeveel ze voor anderen doen. Zij doen dit zo hard dat ze God niet meer kunnen horen. “Nee”, zegt Jezus, “doe het in de stilte. Geef in het verborgene. En vertrouw erop dat God het ziet en je zal belonen.”

Hoe oprecht zijn wij?

Maar als je geeft met de verwachting dat God je zal belonen, is dat dan wel oprecht? Als ik aan die vraag denk, denk ik meteen aan een gastcollege over christelijke mystiek en de filosoof Søren Kierkegaard dat ik ooit heb bijgewoond.

Je kunt niet alles aan God teruggeven wat Hij jou gegeven heeft, maar dat hoeft ook niet

In zijn werk Christelijke Toespraken geeft hij aan dat wanneer we stilstaan bij de liefde van God, die zichtbaar is geworden in de menswording, onze eerste reactie is: “Dat is te veel, liever niet, dank U.”

Ergernis of bewondering

De gastdocent gaf een voorbeeld om dit nog concreter te maken: “Stel dat je als schilder trots bent op wat je schildert. En je komt erachter dat een vriend ook schilder is en dat zijn werk veel beter is. Als je dit toegeeft, kun je twee kanten op gaan volgens Kierkegaard: ergernis of bewondering.”

Je gaat je ergeren door jezelf voortdurend met hem te vergelijken, maar hierdoor word je enkel ongelukkig, omdat je niet met hem kunt concurreren. Of je raakt verwonderd door hem. Dan valt de competitie weg.

We kunnen niet ruilen met God

We kunnen dit toepassen op het voorbeeld van de liefde van God: als je verwonderd raakt door de liefde van God, dan kun je niet anders dan daardoor bewogen worden en op zijn liefde reageren met eigen daden van liefde. Maar je kunt niet alles aan God teruggeven wat Hij jou gegeven heeft. Dat hoeft ook niet. We kunnen niet ruilen met God.

https://www.kn.nl/inspiratie/

Maar we kunnen wel vertrouwen dat God onze pogingen tot rechtvaardig handelen ziet. Dit is hoe ik de uitspraak van Jezus – “en jullie Vader, die in het verborgene ziet, zal je ervoor belonen” – versta. En dit is wat ik ook herken in het verhaal over de kapper. Hij is niet bezig met wat hij ervoor terug wil of kan krijgen. Evenmin probeert hij God evenveel terug te geven als wat hij van God ontvangen heeft. Hij doet het omdat hij vanuit zijn geloof in God niet anders kan dan goede daden doen.

De juiste houding

Kort gezegd: een goede houding van geven zou een houding kunnen zijn waarin het niet om mij gaat, maar waarin ik vanuit bewondering voor God – en hoe God werkt in ieder mens – niet anders kan dan iets terug te doen. Zonder dat het meteen proportioneel hoeft te zijn.

Als ik eerlijk ben, vind ik dat best lastig. Ik denk voortdurend na over mezelf: wat ik zelf wil en wat ik vind dat ik moet bereiken. Zeker wanneer ik op sociale media zie wat anderen doen. Er heerst bij mij dan een idee dat ik ook moet presteren. Anders loop ik achter. Ik moet het zelf doen, zonder hulp.

Optimale zelfverwerkelijking

Blijkbaar ben ik daarin niet de enige. In haar werk Het verlaten individu schrijft psychiater Esther van Fenema hoe ze in de spreekkamer ziet dat haar patiënten ervan overtuigd raken dat ze niemand nodig hebben, behalve zichzelf.

Wanneer je aalmoezen geeft, raak je dan de hand aan van de mens in nood, of gooi je het naar ze toe en houd je afstand?

Haar conclusie komt erop neer dat mensen in deze tijd leven met een ideaal van optimale zelfverwerkelijking zonder concessies. We zijn onszelf als God gaan zien. De ander wordt gereduceerd tot concurrent of tot middel om een doel te bereiken. Volgens Van Fenema leidt dit maar tot één ding: een diep gevoel van existentiële leegte.

Het draait niet om jou!

Wat mij helpt om uit deze giftige gedachtestroom te komen, is door voortdurend tegen mezelf te zeggen: “Het draait niet om jou.”

Mijn geloof helpt me hierbij, in het besef dat ik onderdeel ben van een groter verhaal: dat van God en de mens. Als ik geloof dat ieder mens naar het evenbeeld van God is geschapen, dan kan ik niet anders dan nieuwsgierig naar hem zijn en hem willen leren kennen.

De ander centraal stellen

Dit vraagt om spreken met de ander in plaats van over de ander. Op een christelijke manier geven betekent voor mij: mezelf verlagen en de ander centraal stellen. Met de ander in relatie raken en door hem geraakt worden. Pas wanneer ik iemand ken, kan ik een beeld krijgen van wat die persoon werkelijk beweegt en hoe hij tot zijn recht kan komen.

Paus Franciscus zei het mooi tijdens de viering in het Koning Boudewijnstadion in België op 29 september 2024: “Wanneer je aalmoezen geeft, raak je dan de hand aan van de mens in nood, of gooi je het naar ze toe en houd je afstand? Kijk je in de ogen van de mensen die lijden?”

De voortdurende vraag

Ik kan als pastoraal werker de vraag stellen op welke plekken ik iets van de parochie (en van mezelf) moet laten zien, zodat we zoveel mogelijk mensen bereiken. Maar Jezus roept mij op tot iets anders, namelijk om voortdurend de vraag te stellen: “Wie zou zich vergeten voelen? Wie komt niet tot zijn recht?”

Niet omdat het moet of omdat ik iets terugverwacht, maar omdat ik vanuit verwondering voor de ander niet anders kan dan mezelf inzetten voor liefde en rechtvaardigheid. Zelfs als niemand het ziet…

Wouter Derks is theoloog en actief als pastoraal werker bij de Norbertijnenparochie Heikant-Quirijnstok in Tilburg-Noord.

Lees meer!

Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week.