
Bij de artistieke stroming popart denk je niet direct aan een verbinding met religie. Onterecht, zo laat een verrassende tentoonstelling in Museum Krona zien.
Popart is een invloedrijke kunstbeweging die ontstond in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Deze artistieke stroming wordt gekenmerkt door het gebruik van alledaagse voorwerpen, populaire cultuuriconen en massaproductie-elementen. Ze kwam voort uit een bepaalde tijdgeest, namelijk die van de vrijheid, seksuele revolutie en vrouwenemancipatie.
Veel popartwerken zijn op de eerste plaats decoratief en hebben nauwelijks een diepere boodschap. Daarmee stond de popartbeweging dichter bij het leven en bij meerdere popartkunstenaars speelde de ironie een grote rol in hun werk.
In deze tentoonstelling staat de verbinding van de kunststroming met religie, een nog onderbelichte invalshoek, centraal. Op dit terrein is popart op zijn best.
Men begint maar gelijk op scherp met Jezus als mikpunt op een schietschijf, van Jacques Frenken uit 1966. En eerlijk is eerlijk: het lijkt heiligschennis, maar is precies het tegenovergestelde.

In zijn stad ’s-Hertogenbosch werden gedurende de zestiger jaren vele gipsen heiligenbeelden massaal bij het grof vuil gezet. Hij nam ze mee naar zijn atelier om er nieuwe beelden van te creëren.
Hij werd door sommigen destijds beschuldigd van godslastering, maar feitelijk gaf hij een nieuw uiterlijk aan wat altijd geweest is: Jezus als mikpunt. Jezus heeft het altijd gedaan; werd en wordt altijd vernederd. Hij hoopte een nieuw devotiebeeld te maken, waarvoor wij weer door de knieën zouden gaan.
Een andere eyecatcher is het handbaldoel met een prachtig glas-in-loodraam met Sint-Stephanus in het midden, de martelaar door steniging om het leven gekomen.

Kwetsbaarder wordt het niet: een flinke trap of gooi en het glas in lood spat in ontelbare glasscherven uit elkaar.
Andy Warhol is onlosmakelijk verbonden met popart. Hij is bekend van de zeefdrukken van beroemdheden, onder wie, destijds nog, koningin Beatrix, maar ook van zijn afbeeldingen van consumptiegoederen en het Laatste Avondmaal. Van die laatste maakte hij wel honderd verschillende versies.

Na zijn dood werd pas bekend dat Warhol een vroom katholiek was en wel degelijk religieuze motieven had.
Zuster Corita Kent is als zuster van de Orde van het Onbevlekte Hart misschien minder bekend, maar besloot haar eigen variatie op popart te maken door in haar zeefdrukken teksten uit reclames, popmuziek en bijbelteksten te gebruiken en te combineren.

Ineens worden we verrast door een getekende Mickey Mouse, van het kunstenaarsduo Tempi & Wolf, opgemaakt uit glas-in-loodpatronen, waarin motieven te zien zijn uit de Apocalyps, tussen televisies en auto’s (zie afbeelding bovenaan dit artikel). Het is verre van lelijk, maar nodigt uit tot beter kijken.
Minder gecharmeerd ben ik van een werk van Rob Scholte uit 1986: een schilderij als cover en een cover van een schilderij, waarin de kunstenaar een foto van zichzelf als baby gebruikt voor het Kindje Jezus, inclusief aureool. Niet doen, zou ik zeggen, want je bent Jezus niet.
Dan stuiten we opnieuw op een werk van Jacques Frenken (de schietschijf-kunstenaar), Piëta, Spijkermadonna, uit 1967. Het was een afgedankt gipsen beeld, waarin hij 365 spijkers sloeg. En opnieuw snap ik deze kunstenaar, die opnieuw de hevige emotie oproept van de kruisiging van Christus, 365 dagen van het jaar. Deze man is duidelijk altijd verbonden gebleven met zijn katholieke jeugd.
Natuurlijk is niet alles wat hij gemaakt heeft ‘mooi’ te noemen, maar hij probeerde feitelijk te behouden wat katholiek Nederland massaal weg deed in de zestiger jaren, toen men koos voor strakke en sobere interieurs van kerkgebouwen. Gebouwen die, als je het kruis buiten eraf haalde, net zo goed als parkeergarages dienst konden doen, zo lelijk.
Om diezelfde reden hebben ook de studies voor glas-in-loodramen uit 1966 van Hans Truijen geen navolging gekregen, terwijl ze absoluut niet ondermaats zijn. Het waren fotografische beelden die met behulp van een nieuw screendrukprocedé op glas werden geprint. De ramen hebben een lijdens- en een verrijzeniskant. De wanhoop van de mens tegenover hoop en liefde.

Opvallend is een afbeelding van Christus, uit 1970 van Eduardo Paolozzi, als een kleur-op-nummer-pagina, omdat religie een uitzondering was in zijn oeuvre. Evenals La Virgen, uit 1962 van Bruce Conner. Hij gold als een pionier van de assemblagekunst. Religieuze elementen die ook naar andere tradities verwijzen, zoals die van reliekenkasten en de zogenaamde Mechelse besloten hofjes, retabelkasten gevuld met papieren bloemen, relieken en andere voorwerpen die de paradijselijke tuinen verbeelden. Ook Permanent Wave nr. 18, uit 1968 van Woody van Amen, vraagt je aandacht vanwege de afbeelding van Maria geprint op golfplaat.
Deze tentoonstelling is verrassend, en positiever dan ik me tevoren had voorgesteld. Een aanrader als je niet vastzit aan de traditionele weergaven en uitingen van het katholieke geloof.
De tentoonstelling OMG! Relipop is tot en met 7 september te zien in Museum Krona, Veghelsedijk 25, Uden.
![]() | Lees meer!Dit artikel is afkomstig uit Katholiek Nieuwsblad van deze week. |
Er zijn geen artikelen gevonden