

De Vaticaanse afwijzing van de titel ‘Medeverlosseres’ voor Maria blijft mensen bezig houden. De term zou verwarring zaaien, maar het is de vraag voor wie deze titel nou eigenlijk verwarrend is.
Sinds de publicatie van Mater Populi Fidelis en het advies van het Dicasterie voor de Geloofsleer om de titel ‘Medeverlosseres’ niet te gebruiken, is de discussie rondom Maria opnieuw opgelaaid. Mgr. Rob Mutsaerts verdedigde op 21 november met vuur deze mariale eretitel; mijn voormalig medestudent Viggo van Uden bepleitte juist het standpunt van het Dicasterie.
Wat door Rome als verwarrend wordt betiteld, betreft naar men zegt het risico dat gelovigen zouden denken dat Christus en Maria een gelijkwaardige rol in de verlossing vervullen. Maar voor wie is deze titel werkelijk verwarrend?
Mijn waarneming binnen de Nederlandse katholieke wereld – aan de theologische faculteit in Utrecht, in onze studievereniging, maar ook in parochies – is dat het probleem zich vooral voordoet bij één specifieke, dierbare groep: voormalige protestanten die de stap naar de katholieke Kerk hebben gezet.
Dat is een grote genade, een stap naar volle eenheid met de stoel van Petrus. Maar begrijpelijk is dat wie jarenlang gevormd werd in een traditie waarin juist mariologie, sacramentaliteit en kerkelijk gezag onder spanning staan, tijd nodig heeft om de katholieke gevoelswereld te verstaan.
Veel dat wezenlijk katholiek is, is door de eeuwen heen gegroeid.
Het pausschap, liturgische waardigheid, de werkelijkheid van Christus’ eucharistische aanwezigheid, de voorspraak van de heiligen en – niet in het minst – de bijzondere rol van Maria vragen dan om nieuwe taal en innerlijke rijping.
Het is juist daarom dat mgr. Mutsaerts terecht wijst op de fijnzinnigheid van de katholieke traditie. Bonaventura en Bernardinus van Siena, maar ook pausen als Leo XIII, Pius X en Benedictus XV spraken over Maria met een wijsheid die altijd Christus centraal stelt.
Paus Benedictus XV noemde haar intentie onder het kruis zelfs “bijna gelijk” aan die van Christus – niet helemaal, maar bijna.
Van Uden erkent deze lange traditie, maar benadrukt dat het bestaan van een traditie niet automatisch betekent dat de titel vanaf het begin in de kiem aanwezig was. Dat is waar.
Maar wie de geschiedenis van de Kerk kent, weet ook: veel dat wezenlijk katholiek is, is door de eeuwen heen gegroeid. Als dat argument pleit tegen het gebruik van ‘Medeverlosseres’, kan men het net zo goed hanteren tegen begrippen als ‘synodaliteit’. Tradities zijn niet statisch: ze rijpen, verhelderen, verdiepen.
Van Uden schrijft dat theologie niet alleen moet verhelderen, maar ook moet toetsen of een term wel passend is. Maar wie spreekt met gewone gelovigen, merkt dat zij die Maria als Medeverlosseres aanspreken, precies bedoelen wat Leo XIII in 1894 bedoelde: niet twee verlossers naast elkaar, maar één Verlosser en een Moeder die in unieke verbondenheid met Hem instemde met Gods heilsplan.
Daarom lijkt mij de vraag niet of de titel verwarrend kan zijn. Elke theologische term kan dat zijn. De vraag is of hij voor gelovigen de waarheid vertolkt die zij willen belijden.
Dat doet deze titel – zonder meer – voor velen. En wie het woord niet begrijpt, zal het ook niet gebruiken.
Klaas Gerard Jumelet (27) studeert katholieke theologie aan de Tilburg School of Catholic Theology en is voorzitter van de theologische studievereniging Ad Interim.
Er zijn geen artikelen gevonden