
Vandaag precies vijftig jaar geleden overleed de grondlegger van de katholieke beweging Opus Dei, Josemaría Escrivá. Nog altijd is hij een veelgelezen geestelijk auteur. Wat verklaart zijn blijvende zeggingskracht?
Eerder dit jaar, rondom de honderdste verjaardag van zijn priesterwijding, stond de heilige Josemaría Escrivá ineens bovenaan de verkooplijsten van Amazon. Het gebedenboek van deze Spaanse heilige, De Weg, stond gedurende de hele vastentijd in de bestsellerlijsten, nadat het onder de aandacht werd gebracht via de katholieke app Hallow.
“Waarom ook niet?”, zo reageert biograaf John Coverdale, die met Escrivá samenwerkte in Rome in de jaren 60. Hij noemt de hernieuwde belangstelling voor De Weg en deze grondlegger van Opus Dei die vijftig jaar geleden overleed volkomen logisch.
Paus Johannes Paulus II noemde Escrivá eens “de heilige van het gewone”. Volgens Coverdale is die typering zeer treffend. Hij herinnert zich Escrivá als iemand die “buitengewoon levendig” was.
Geboren in 1902 in Barbastro, Spanje, voelde Josemaría Escrivá de Balaguer zich geroepen tot het priesterschap nadat de textielzaak van zijn vader failliet ging en het gezin naar Logroño verhuisde, zo’n 500 kilometer westwaarts. In 1920 trad hij toe tot het seminarie in Zaragoza, maar volgde tegelijk de raad van zijn vader op door civiel recht te studeren aan de universiteit van die stad.
De goddelijke en de dagelijkse werkelijkheid waren voor Escrivá even reëel
Na zijn priesterwijding in 1925 verhuisde de jonge priester in 1927 naar Madrid, waar hij met toestemming van zijn bisschop begon aan een doctoraat in de rechten. Tijdens een retraite in oktober 1928 voelde hij een goddelijke roeping om, zoals hij het later uitdrukte, “onder mensen van alle standen het verlangen naar christelijke volmaaktheid midden in de wereld te bevorderen”, zelfs terwijl gelovigen “de meest uiteenlopende menselijke taken” verrichten.
Die inspiratie leidde tot de oprichting van Opus Dei (‘Werk van God’), een persoonlijke prelatuur onder het gezag van de Heilige Stoel, waarin geestelijken en leken hiërarchisch samenwerken aan de evangelisatie van de Kerk in harmonie met de bisdommen.
In 1946 verhuisde Escrivá naar Rome, waar hij tot 1965 verbleef om de door het Vaticaan erkende structuur van Opus Dei uit te breiden. In 1950 werd hij benoemd tot monseigneur. Later reisde hij veelvuldig door Mexico, Centraal- en Zuid-Amerika, en keerde uiteindelijk terug naar Rome, waar hij in 1975 overleed. Paus Johannes Paulus II verklaarde hem zalig in 1992 en heilig in 2002.
Tijdens zijn jaren in Rome werkte Coverdale als communicatiespecialist en publicist voor de prelatuur. Hij was getuige van wat hij beschreef als een geloof dat “zo levendig” was, waarbij het geestelijke en het alledaagse met elkaar verweven waren.
“We hadden vaak informele bijeenkomsten met hem na het avondeten,” zo herinnert Coverdale zich. “Op het ene moment ging het gesprek over iets luchtigs, bijvoorbeeld een verhaal over wat iemand die dag op weg naar school had meegemaakt. En plotseling sprak hij moeiteloos over de Drie-eenheid, Maria of Christus.”

Die vloeiende overgangen tussen het goddelijke en het dagelijkse toonden aan dat beide werkelijkheden “voor hem even reëel” waren, aldus Coverdale. “Het waren geen twee gescheiden werelden. Het was de wereld waarin hij leefde – die van zijn medemens, van Christus en van Onze Lieve Vrouw.”
Volgens Coverdale heeft De Weg – oorspronkelijk in 1934 uitgegeven als Spirituele Overdenkingen en in 1939 heruitgebracht onder de definitieve titel – miljoenen mensen aangesproken door de toegankelijke benadering van katholieke spiritualiteit.
De kernachtige inzichten over gebed, boetedoening, het innerlijke leven, naastenliefde en meer, tonen aan “dat wij allen tot heiligheid zijn geroepen”, zegt Coverdale. “Dat is de boodschap van Opus Dei, en ook van het boek.”
In De Weg schreef Escrivá openhartig en eenvoudig over heiligheid, waarbij hij zelfs de meest alledaagse hindernissen voor het gebed onder de loep nam.
“Wàt, weet je niet hoe je moet bidden?”, schreef hij. “Stel jezelf in de tegenwoordigheid van God, en als je begint met te zeggen: ‘Heer, ik weet niet hoe ik moet bidden…’, wees er dan zeker van dat je ermee begonnen bent.”
Escrivá “hield onmiskenbaar van God, van de Heilige Maagd en van de engelen”, aldus Coverdale. “En hij hield ook duidelijk van de mensen om hem heen. Ik had zeker het gevoel dat ik samenleefde met een heilige – ook al gebruikte ik dat woord toen nog niet.”
Er zijn geen artikelen gevonden