

Wat kunnen politici vandaag leren van de katholieke denktraditie van pausen als Benedictus XVI, Franciscus en Leo XIV? Meer dan we denken, stelt ChristenUnie-senator Eric Holterhues. In een tijd van klimaatcrisis, sociale ongelijkheid en ideologische kramp biedt de christelijke incarnatiegedachte een hoopvol perspectief.
Of u het nu wilde of niet; de laatste tijd werd u bijna dagelijks geconfronteerd met nieuws over de paus. Eerst was dat rond het overlijden van paus Franciscus en daarna ging het dagenlang over zijn opvolger paus Leo XIV. In de berichtgeving over deze laatste paus, kreeg u ook wat mee over paus Leo XIII die met zijn encycliek Rerum novarum aan de wieg stond van katholiek sociaal denken.
Naast de vorige paus, heb ik voor mijn geloofsleven en dus ook voor het dagelijkse leven dat als het goed is daaruit volgt – en dus ook voor mijn staan in de politiek – veel gehad aan paus Benedictus XVI. In zijn boek De kern van het geloof maakt – toen nog – Joseph Ratzinger een onderscheid tussen de ‘theologie van het kruis’ en de ‘incarnatietheologie’.
De theologie van het kruis legt de nadruk op het onderscheid; de kloof tussen God en mens, ontstaan door de zondeval, die geheeld moet worden door de kruisdood van Jezus. Volgens Ratzinger gaat de incarnatietheologie in de richting van een meer optimistische visie. Het aller voornaamste is niet dat de mens zondig is en gered moet worden; het reikt veel verder dan zo’n herstel van het verleden. Het moet gezocht worden in het benaderen van de volledige eenheid van God en mens.
Daarentegen benadrukt de theologie van het kruis eerder de gebrokenheid van de mensheid; de zich vernieuwende en telkens weer optredende breuk in de zelfverzekerdheid en het zelfbewustzijn van de mens.
Volgens Ratzinger zijn deze twee richtingen in de christologie terug te vinden in de verschillende christelijke tradities. De incarnatietheologie heeft, volgens hem, vooral de overhand in de katholieke overlevering van oost (orthodoxie) en west (rooms-katholicisme). De theologie van het kruis is resoluut naar voren gekomen in het reformatorisch denken (met name bij Calvijn en Luther).
Ratzinger benadrukt dat deze twee richtingen in de christologie fundamenteel in elkaars verlengde liggen: geen incarnatietheologie zonder theologie van het kruis en omgekeerd. Deze twee houdingen moeten uiteraard niet uit elkaar worden gespeeld, maar bij elkaar worden gedacht.
Genieten van het aardse leven moet gepaard gaan met een gevoel van verantwoordelijkheid voor de wereld om ons heen
Wel zijn de uitgangsposities anders: de incarnatietheologie vertrekt vanuit het verbond tussen hemel en aarde; de theologie van het kruis vanuit een breuk die hersteld moest worden, De incarnatie nodigt zo uit tot een holistische visie op de werkelijkheid; een én-én benadering. Een visie die probeert tegengestelde zaken bij elkaar te houden. Als we de incarnatie serieus nemen verandert ons perspectief: want in het stoffelijke kan God present zijn.
De incarnatietheologie helpt mij om de woorden van Prediker te begrijpen, als hij oproept om vooral te genieten van het hier en nu, te genieten van drank en eten. Klinkt dat niet wat al te hedonistisch? Toch zit er een diepere betekenis achter deze oproep. Om het wat provocerend te zeggen: genieten van het aardse is een uiting van ons geloof in de incarnatie.
God heeft deelgenomen aan ons menselijk, stoffelijk bestaan. Zo blijkt dat de mens en het lichamelijke bestaan ertoe doen. Maar let op: incarnatietheologie is zeker geen verabsoluteren van het aardse. Dit aardse wordt voltooid op het einde der tijden, wanneer God, alles in allen is. Dit is wijs zijn met genieten: het aardse op waarde schatten én tegelijkertijd het relativeren. Dit relativeren is niet bagatelliseren maar het aardse in relatie zien tot waar het uiteindelijk om draait.
Deze en-en houding helpt mij ook in de politiek. De heilige Ignatius van Loyola, stichter van de jezuïeten, zei eens: “Handel en werk alsof alles van jou alleen afhangt, en vertrouw en bidt tegelijk zo tot God, alsof alles van Hem alleen afhangt.”
In mijn werkzaamheden in de politiek probeer ik zo te handelen dat we de aarde en haar toekomst serieus nemen, met een holistische visie op de werkelijkheid. Paus Franciscus zegt het zo in zijn encycliek Laudato Si’: “Alles is met elkaar verbonden. Daarom is er een bezorgdheid voor het milieu vereist die verbonden is met een oprechte liefde voor de mens en een voortdurende inzet betreffende de problemen van de maatschappij.”
Onze politieke keuzes, onze zorg voor het milieu, en onze liefde voor de medemens zijn allemaal aspecten van deze verbondenheid. Het genieten van het aardse leven moet daarom gepaard gaan met een gevoel van verantwoordelijkheid en zorg voor de wereld om ons heen. Genieten van het aardse leven is een uiting van ons geloof in de incarnatie, omdat het erkent dat God in het stoffelijke aanwezig kan zijn.
Echter, het is wijs om dit genieten niet te verabsoluteren en ons bewust te blijven van de tijdelijke aard van ons bestaan en van het gegeven dat we allemaal onnutte dienstknechten zijn, levend uit Gods genade. Door een balans te vinden tussen vreugde en verantwoordelijkheid, kunnen we een holistische visie op de werkelijkheid ontwikkelen die zowel de goedheid van de schepping als de gebrokenheid van de mensheid erkent.
Eric Holterhues is Eerste Kamerlid namens de ChristenUnie. Dit artikel is een bewerking van een lezing die hij gaf tijdens de Residentiepauzedienst in Den Haag.
Er zijn geen artikelen gevonden