
Tijdens de algemene audiëntie van 18 juni stond paus Leo XIV stil bij situaties waarin we ons verlamd voelen en berusten in ons lot.
Ik wil jullie uitnodigen om na te denken over situaties waarin we ‘vastlopen’. Soms lijkt het zinloos om te blijven hopen; we berusten in ons lot en willen niet langer vechten. Voor deze situatie wordt in de Evangeliën het beeld van verlamming gebruikt. Daarom wil ik vandaag stilstaan bij de genezing van de lamme (Joh. 5,1-15).
Jezus gaat naar Jeruzalem voor een feest van de Joden. Hij gaat niet meteen naar de tempel, maar stopt bij een poort waar veel zieke mensen liggen te wachten. Deze mensen hoopten op een wonder dat hun lot zou kunnen veranderen; naast de poort was namelijk een bad, waarvan het water werd beschouwd als genezend: op bepaalde momenten zou het water zich roeren en, volgens het geloof van die tijd, zou degene die er het eerst in dook worden genezen.
Zo ontstond er een soort ‘oorlog tussen de armen’: we kunnen ons het trieste tafereel voorstellen van deze zieke mensen die zich moeizaam naar het bad sleepten. De badinrichting heette Betesda, wat ‘huis van barmhartigheid’ betekent: het zou een beeld kunnen zijn van de Kerk, waar zieken en armen samenkomen en waar de Heer komt om te genezen en hoop te geven.
Jezus richt zich specifiek tot een man die al achtendertig jaar verlamd is. Hij heeft zich er inmiddels bij neergelegd. Inderdaad, wat ons vaak verlamt, is juist teleurstelling. Jezus stelt deze verlamde man een vraag die misschien overbodig lijkt: “Wil je gezond worden?” (vers 6). Maar dit is een noodzakelijke vraag, want als iemand al zoveel jaren vastzit, kan zelfs de wil om te genezen ontbreken. Het is soms ook een excuus om niet te hoeven beslissen wat we met ons leven gaan doen.
Deze man voelt zich verslagen, maar Jezus helpt hem te ontdekken dat zijn leven ook in zijn eigen handen ligt
Deze man antwoordt in feite op een meer uitgesproken manier en onthult zijn visie op het leven. Hij zegt allereerst dat hij niemand heeft om hem in het bad onder te dompelen: de schuld ligt dus niet bij hem, maar bij anderen die niet voor hem zorgen. Deze houding is een voorwendsel om zijn eigen verantwoordelijkheid te ontlopen.
De verlamde voegt er vervolgens aan toe dat wanneer hij probeert in het bad te gaan er altijd iemand voor hem aankomt. We denken dat dingen ons overkomen omdat we geen geluk hebben, omdat het lot tegen ons is. Deze man voelt zich verslagen in de strijd van het leven. In plaats daarvan helpt Jezus hem te ontdekken dat zijn leven ook in zijn eigen handen ligt.
Hij nodigt hem uit om op te staan en zijn bed op te pakken (vgl. vers 8). Dat bed moet mee, want het vertegenwoordigt zijn ziekteverleden, het is zijn geschiedenis. Tot dan toe heeft het verleden hem geblokkeerd, maar nu kan hij beslissen wat hij met zijn geschiedenis doet! Het is een kwestie van verantwoordelijkheid nemen voor de weg die je kiest. En dat dankzij Jezus!
Laten ook wij de Heer vragen om de gave te begrijpen waar ons leven vastzit. Laten we proberen een stem te geven aan ons verlangen naar genezing. En laten we bidden voor allen die zich verlamd voelen, die geen uitweg zien. (Vertaling: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden