
Op het hoogfeest van het Heilig Hart van Jezus wijdde paus Leo XIV vrijdag 32 priesters en spoorde hij alle priesters aan om de eenheid te bewaren. Tijdens zijn preek zei hij onder meer het volgende:
“Spreken over het Hart van Christus is spreken over het hele mysterie van de menswording, dood en verrijzenis van de Heer. Een mysterie dat op een speciale manier aan ons priesters toevertrouwd, om het aanwezig te maken in de wereld. Laten we daarom samen nadenken over hoe we kunnen bijdragen aan dit verlossingswerk.
In de eerste lezing van vandaag spreekt de profeet Ezechiël over God als een herder die door zijn kudde gaat en zijn schapen één voor één telt: hij gaat op zoek naar de verlorenen, geneest de gewonden, ondersteunt de zwakken en zieken (vgl. Ez. 34,11-16). Zo herinnert hij ons eraan, in een tijd van grote en verschrikkelijke conflicten, dat de liefde van de Heer universeel is en dat er in zijn ogen geen plaats is voor verdeeldheid en haat van welke aard dan ook.
In de tweede lezing (vgl. Rom. 5,5-11) herinnert Paulus ons eraan dat God ons verzoende “toen wij zelf nog geheel hulpeloos waren” (vers 6) en “zondaars” (vers 8). En hij nodigt ons uit om ons over te geven aan de transformerende werking van de Geest die in ons woont, in een dagelijkse reis van bekering.
Onze hoop is gebaseerd op de wetenschap dat de Heer ons niet in de steek laat: Hij begeleidt ons altijd. We zijn echter geroepen om met Hem samen te werken, allereerst door de Eucharistie in het centrum van ons bestaan te plaatsen, vervolgens door het vruchtbaar ontvangen van de sacramenten, en ten slotte door gebed, meditatie op het Woord en de oefening van naastenliefde, waardoor ons hart meer en meer gelijkvormig wordt aan dat van de Vader.
Onze hoop is gebaseerd op de wetenschap dat de Heer ons niet in de steek laat
En dit brengt ons bij het evangelie dat we zojuist gehoord hebben (vgl. Lc. 15,3-7), dat spreekt over Gods vreugde bij de terugkeer in de kudde van één van zijn schapen. Het is een uitnodiging om pastorale naastenliefde voor te leven met dezelfde grote geest als de Vader, die in ons zijn verlangen cultiveert: dat niemand verloren gaat (vgl. Joh 6,39), maar dat allen, ook door ons, Christus leren kennen en eeuwig leven in Hem hebben (vgl. Joh 6,40).
Het is een uitnodiging om ons innig met Jezus te verenigen, het zaad van harmonie te verspreiden te midden van onze broeders en zusters, om op onze schouders de verlorenen te dragen, om vergeving te schenken aan hen die zich vergist hebben, om uit te gaan naar hen die afgedwaald of buitengesloten zijn, om te zorgen voor hen die lijden in lichaam en geest, in een grote uitwisseling van liefde.
Het priesterambt is een ambt van heiliging en verzoening voor de eenheid van het Lichaam van Christus. Daarom vraagt het Tweede Vaticaans Concilie aan priesters om alles in het werk te stellen om “allen in liefde tot eenheid te brengen”, om verschillen te harmoniseren zodat “niemand […] zich een vreemdeling mag voelen”.
En het Concilie beveelt ze aan verenigd te zijn met de bisschop en met elkaar. Want hoe meer eenheid er onder ons is, hoe meer we ook anderen zullen weten te leiden naar de kudde van de Goede Herder, om als broeders te leven in het ene huis van de Vader.” (Vertaling: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden