

Wie in juni aan de Maastrichtse Heiligdomsvaart deelneemt, treedt in de eeuwenoude voetsporen van een lange stoet pelgrimerende medekatholieken. Stralend middelpunt van die traditie was en is de heilige Servatius, zo toont het Maastricht Museum in een kleine maar fijne tentoonstelling.
Vraag een willekeurig iemand naar de bekendste Maastrichtenaar en de kans is groot dat hij met de naam van André Rieu op de proppen komt. De violist en orkestleider is een belangrijke reden dat men tot in verre buitenlanden weet heeft van het bestaan van de Limburgse hoofdstad.
En dat men die vanuit al even verre streken ook opzoekt, niet zelden voor ’s mans jaarlijkse buitenconcerten op het Vrijthof. Gratis city marketing voor de gemeente en een belangrijke inkomstenbron voor de talrijke horecagelegenheden in de Maastrichtse binnenstad.
Moderne uitwassen, denkt u nu misprijzend? Nou nee, niet echt, eerder een moderne en seculiere variant van eerbiedwaardige en zeer religieuze middeleeuwse toestanden. Want wie tijdens zo’n concert even het hoofd van het podium afwendt en rondkijkt, ziet naast een hoop cafés ook de contouren van de Sint-Servaasbasiliek.

Die is niet zomaar vernoemd naar de legendarische eerste bisschop van de stad (over wiens leven en bestaan trouwens weinig historisch vaststaat), maar biedt onderdak aan diens stoffelijke resten.
Oeroude relieken, met andere woorden, en, zo toont het Maastricht Museum in een kleine tentoonstelling en een bijbehorend mooi boek, verdraaid populaire ook.
Want al heel snel na zijn dood eind vierde eeuw zouden er mensen naar zijn graf zijn gekomen om te bidden, tekenden middeleeuwse geschiedschrijvers op. Misschien werden die pelgrims aangetrokken door de verhalen die over de bisschop de ronde deden. Dat hij verre familie van Christus zou zijn geweest, bijvoorbeeld.
Of de ‘Servaaslegenden’, in de tentoonstelling op fraaie, vergulde panelen te zien: hoe een engel hem in Maastricht verwelkomt, hoe de bisschop een draak (symbool van de ariaanse ketterij) doodt met zijn staf, hoe Petrus hem in een visioen een van zijn sleutels tot de hemel geeft, en hoe Servaas even buiten de stad doodleuk een bron laat ontspringen (die je op een half uurtje wandelen, pardon, pelgrimeren van de basiliek trouwens nog altijd kunt bezoeken).
Het hoeft kortom niet te verbazen dat er al snel een stenen kerk boven Servaas’ graf verrees, die daarna voortdurend werd uitgebreid. En dat was nodig ook, want Maastricht werd dankzij hem een populair pelgrimsoord.
Zo populair zelfs, dat er in 1391 een heuse ‘Heiligdomsvaart’ gehouden werd: de eerste van de zevenjaarlijkse plechtige vertoningen van de belangrijkste relieken van de stad, die van Servaas natuurlijk voorop.

Dat niet uitsluitend tot heil van de pelgrims, trouwens. Ook in de middeleeuwen spon de lokale middenstand er al garen bij, en soms zelfs een beetje te veel.
Uit overgeleverde decreten blijkt hoe het stadsbestuur probeerde de prijzen van voedsel en drank aan banden te leggen om uitbuiting van hongerige en dorstige bedevaarders te voorkomen. Tegelijk moesten de lokale brouwers wel zo veel mogelijk bier brouwen: dat zou de feestelijkheden voor iedereen zo aangenaam mogelijk doen verlopen, oordeelden de bestuurders.
Klaarblijkelijk had dat succes. Want de pelgrims kwamen soms van ver, schrijft kunsthistorica Pieternel Coenen in het boek.
Middeleeuwse Maastrichtse pelgrimstekens zijn tot in Scandinavië en Polen teruggevonden. De stad maakte deel uit van een netwerk van pelgrimssteden dat zich uitstrekte van Groenland (!) tot Jeruzalem.
Die laatste stad, waar Jezus stierf en verrees, was natuurlijk het summum voor de religieuze reizigers. Historica Sandra Langereis beschrijft mooi de bedevaart die de Delftse pelgrim Arent Willemsz in 1525 ondernam. Jeruzalem was het einddoel, maar onderweg werd ook Maastricht aangedaan.

Arents reisdagboek bleef bewaard en is in de tentoonstelling te zien. Het leest soms eerder als een jongensboek, vol Brabantse struikrovers, Antwerpse oplichters en Duitse boeren die, “met haakbussen en de lutherse volksbijbel gewapend”, de roomse reizigers hun dorpen uitjagen. Het Maastrichtse deel van zijn pelgrimage verliep stukken vrediger.
Dat laatste geldt gelukkig ook voor de gang van de hedendaagse bedevaarder. Die kan op een bezoek aan het museum eenvoudig een privé-pelgrimage laten volgen.
De eeuwenoude voetstappen liggen er – een vrije middag, wandelschoenen, een smartphone met Google Maps en de trefwoorden ‘Zwarte Christus van Wyck’, ‘Onze-Lieve-Vrouwebasiliek’ en ‘Sint-Servaasbasiliek’ volstaan.
De tentoonstelling Pelgrimage naar Maastricht is tot en met 31 augustus te zien in het Maastricht Museum.
|
|
Er zijn geen artikelen gevonden