
Petrus was een visser. Op aanraden van Jezus wierp hij zijn netten nog een laatste keer uit en ving alles wat hij op eigen krachten niet had kunnen vissen (Joh. 21,3-14).
Dankbaar keek ik naar de zee van mensen om mij heen toen ik op 18 mei, na bijna negen jaar in Rusland, de genade kreeg om weer eens op het Sint-Pietersplein een heilige Mis mee te maken. En niet zomaar een Mis, maar een ceremonie die je slechts mee kunt maken na het overlijden van een paus.
De beëdiging van paus Leo XIV deed mij nog lang nadenken over Petrus, de visser, aangezien de paus op die dag de vissersring in ontvangst mocht nemen. Sinds de dertiende eeuw krijgt iedere paus zo’n vissersring, telkens weer iets anders, origineel gemaakt.
Ditmaal staat de afbeelding van Petrus erop met de sleutels van het hemelrijk in de hand en een vissersnet dat uitrolt langs de zijkant. De ring symboliseert de trouw aan de opdracht die Petrus van Jezus kreeg om zijn broeders in het geloof te sterken (Lc. 22,32).
Terwijl ik in het vliegtuig terug naar Rusland deze column schrijf, weet ik dat ook ik gezonden ben om, in de naam van Jezus en met de zegen van Petrus, daar te gaan vissen waar de Heer mij gezegd heeft te gaan.
In de stilte is het mogelijk Gods stem te horen
Vaak, als wij in de winter de lange reis naar onze tweede parochie in Komsomolsk aan de Amoer maken, zie ik op de zijarmen van de grote Amoerrivier vissers zitten. Ze hebben een gat in het dikke ijs geslagen en zitten er op een krukje naast, dik ingepakt met speciale winterkleding om de gure kou een tijdje te kunnen weerstaan.
Op een redelijke afstand van de eenzame visser zitten vaak een tweede en een derde visser op het witte ijs. Ze praten niet met elkaar, maar ze houden elkaar gezelschap en bovenal houden ze elkaar in het oog. Sommigen hebben hun auto in de buurt staan, soms ook op het ijs, om zich zo af en toe even te kunnen warmen bij de kachel (en met een scheut wodka). Anderen hebben een tentje opgezet en zitten daarbinnen te vissen, om zich zo tegen de wind te beschermen.
In de stilte is het mogelijk Gods stem te horen. Petrus werpt de netten uit, want Jezus vertrouwt hem deze taak toe en hij gelooft dat zijn Heer woord zal houden. 153 vissen werden er geteld na de wonderbaarlijke visvangst; de netten gingen er bijna kapot aan. Petrus stelde zijn hoop op de Heer, want ook al had hij de hele nacht gezwoegd met een karig resultaat, zijn vertrouwen op Jezus’ woord werd beloond met een overvloedige vangst.
Missionaris zijn in een uithoek van Rusland kent veel van de beproevingen die een eenvoudige visser door moet maken. Maar zelfs met temperaturen van min dertig zie je vissers op het ijs. Aan de rand van de weg vind je altijd vissen gerookt, gedroogd en bevroren op een tafel of bungelend aan een stok. Zo af en toe stopt er een reiziger, die een vis meeneemt naar huis.
Ichthus, het Griekse woord voor vis, werd voor de eerste christenen een symbool voor ‘Jezus Christus Zoon van God Redder’ (acroniem van I-Ch-Th-U-S). Vis en Visser inspireren me en moedigen me aan tijdens de lange terugreis naar Chabarovsk, om ook daar in naam van Christus en Petrus, zijn plaatsbekleder op aarde, opnieuw de netten van de liefde uit te werpen.
Madre Anima Christi is missionaris in Rusland. Elke drie weken schrijft ze een column in Katholiek Nieuwsblad.
Er zijn geen artikelen gevonden