<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Alle deuren open!

KN Redactie 20 november 2015
image

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Met deze overweging zijn we aanbeland op de drempel van het Jubileumjaar, dat nu heel dicht bij komt. Vóór ons is de deur, niet alleen de heilige deur, ook een andere: de grote deur van de Barmhartigheid van God – en dat is een hele mooie deur! – die onze boetvaardigheid ontvangt en ons de genade schenkt van zijn vergeving.

De drempel overgaan

Die deur staat wijd open, wij hebben een beetje moed nodig om die drempel over te gaan. Iedereen van ons voelt in zichzelf wel zaken die zwaar op hem wegen. Wij zijn allemaal zondaars! Laten we profiteren van dit ogenblik en de drempel overgaan van deze barmhartigheid van God, die nooit moe wordt ons te vergeven, die het nooit moe wordt om op ons te wachten! Hij ziet ons, Hij is altijd dichtbij ons. Heb moed! Laten we door die deur gaan!

Met de Heer naar buiten

Alle gezinnen en de hele Kerk hebben van de bisschoppensynode, die afgelopen maand oktober heeft plaats gevonden, een grote bemoediging ontvangen om elkaar te ontmoeten op de drempel van deze open deur. De Kerk is aangemoedigd om haar deuren te openen, om met de Heer naar buiten te treden en haar zonen en dochters tegemoet te gaan die onderweg zijn, soms wat onzeker, soms verloren in deze moeilijke tijden.

De christelijke gezinnen

In het bijzonder de christelijke gezinnen zijn aangemoedigd om de deur naar de Heer te openen die wacht om naar binnen te gaan en zijn zegen en vriendschap te brengen. En als de deur van Gods barmhartigheid altijd open is, dan moeten ook de deuren van onze kerken, van onze gemeenschappen, van onze parochies, van onze instellingen, van onze bisdommen openstaan, zodat wij zo allemaal die barmhartigheid van God naar buiten kunnen brengen.

Ons egoïsme

Het Jubileumjaar verwijst naar de grote deur van Gods barmhartigheid maar ook naar de kleine deuren van onze open kerken om de Heer daar te laten binnengaan – of soms ook de Heer naar buiten te laten gaan – die een gevangene is van onze structuren, van ons egoïsme en van zoveel andere zaken.

De Heer klopt aan de deur van ons hart

De Heer forceert die deur nooit: ook Hij vraagt toestemming om te mogen binnenkomen. In het Boek van de Openbaring staat: “Ik sta voor de deur en Ik klop. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal Ik bij hem binnenkomen, en we zullen met elkaar aan tafel gaan” (3,20). Denken we ons eens in: de Heer die aan de deur klopt van ons hart!

Alle deuren open!

En in het laatste grote visioen van dit boek van de Openbaring, wordt het volgende geprofeteerd over de Stad Gods: “Haar poorten zullen overdag nooit worden gesloten’’, dat betekent altijd, want “er zal geen nacht meer zijn” (21,25). Er zijn plaatsen op de wereld waar de deuren niet op slot worden gedaan, die zijn er nog. Maar er zijn er zoveel waar geblindeerde deuren normaal geworden zijn. We moeten ons niet neerleggen bij de gedachte dat wij dit systeem op ons hele leven moeten toepassen, op het gezinsleven, op het leven in de stad, in de maatschappij. En nog het allerminst op het leven van de Kerk. Dat zou vreselijk zijn! Een ongastvrije Kerk, zoals een gezin dat helemaal in zichzelf is opgesloten, doet het Evangelie onrecht en doet de wereld verdorren. Geen geblindeerde deuren in de Kerk, niet één! Alle deuren open!

Ontvangst in vrijheid

Het symbolische beheer van de ‘deuren’– van de drempels, de doorgangen, de grenzen is een cruciale zaak geworden. Een deur moet beschermen, natuurlijk, maar moet niet afstoten. De deur mag niet geforceerd worden, integendeel juist, er wordt om toestemming gevraagd, want de gastvrijheid komt het beste tot zijn recht als de ontvangst in vrijheid gebeurt, maar wordt verduisterd in de arrogantie van de invasie. De deur gaat vaak open om te zien of er buiten iemand staat te wachten en die misschien de moed niet heeft, of misschien zelfs niet de kracht, om te kloppen.

Groot vertrouwen wekken

Zoveel mensen hebben het vertrouwen verloren, hebben de moed niet meer om aan de deur van ons christelijke hart te kloppen, aan de deuren van onze kerken… En daar staan ze dan, ze hebben de moed niet, wij hebben hun het vertrouwen ontnomen: alstublieft, laat dat nooit gebeuren. De deur zegt veel over het huis, en dat geldt ook voor de Kerk. Het beheer van de deur vraagt om aandachtig inzicht en, tegelijkertijd, moet het groot vertrouwen wekken.

Menselijkheid en gastvijheid

Ik zou graag enkele woorden van dankbaarheid willen besteden aan alle deurwachters: die van onze flatgebouwen, van de maatschappelijke instellingen, van de kerken zelf. Vaak zijn de beleefdheid en de vriendelijkheid van de portierster in staat om aan het hele huis een beeld te geven van menselijkheid en gastvrijheid, bij de ingang al. Wij moeten leren van die mannen en vrouwen, die de bewakers zijn van de ontmoetings- en ontvangstplaatsen van de steden van de mensen! Aan u allen, bewakers van zovele deuren, of het nu huizen zijn of kerken, heel hartelijk dank! Altijd met een glimlach, altijd de gastvrijheid uitstralend van het betreffende huis, van de betreffende kerk, zo voelen de mensen zich gelukkig en gastvrij ontvangen in die plaats.

De deur heet Jezus!

In werkelijkheid weten wij goed dat wijzelf de bewakers en de dienaren zijn van de Deur van God, en de deur van God, hoe heet die? Jezus! Hij verlicht ons bij alle deuren van het leven, tussen onze geboorte en onze dood. Hijzelf heeft het gezegd: “Ik ben de deur; wie door Mij binnenkomt zal gered worden: die kan vrij in en uit gaan en zal weidegrond vinden” (Joh 10,9). Jezus is de deur die ons laat in- en uitgaan. Want Gods schaapsstal is dan wel een schuilplaats, maar het is geen gevangenis! Het huis van God is een schuilplaats, maar het is geen gevangenis, en de deur heet Jezus! En als de deur dicht is, zeggen we: “Heer, open de deur!”. Jezus is de deur en laat ons naar binnen en naar buiten.

De klank van Jezus’ stem

Dieven proberen de deur altijd te ontwijken: het is vreemd, dieven proberen altijd via een andere kant binnen te komen, via het raam, of via het dak, maar zij vermijden de deur, omdat zij slechte bedoelingen hebben en binnendringen in de schaapsstal om de schapen te bedriegen en hun voordeel met hen te doen. Wij moeten wél door de deur gaan en luisteren naar de stem van Jezus: als wij de klank van zijn stem horen, zijn wij veilig, zijn we gered. Wij kunnen binnengaan zonder vrees en zonder gevaar naar buiten gaan.

De Herder

In die prachtige rede van Jezus wordt ook gesproken over de deurwachter, die de taak heeft om de deur te openen voor de Goede Herder (vgl. Joh 10,2). Als de deurwachter de stem van de Herder hoort, dan doet hij open, en laat alle schapen binnengaan die de Herder draagt, allemaal met inbegrip van degenen die in de bossen verdwaald waren en die de Herder is gaan terughalen. Het is niet de deurwachter die de schapen uitzoekt, het is niet de secretaris of secretaresse van de parochie; de schapen zijn allemaal uitgenodigd, en worden uitgekozen door de Goede Herder. De deurwachter – ook hij – gehoorzaamt aan de stem van de Herder. Dus we kunnen wel zeggen dat we als die deurwachter moeten zijn. De Kerk is de portierster van het huis van de Heer, zij is niet de meesteres van het huis van de Heer.

Portierster van een God die klopt

De Heilige Familie van Nazareth weet goed wat een open of een gesloten deur betekenen, voor wie op een kind wacht, voor wie geen onderdak heeft, voor wie moet schuilen voor gevaar. Laten de christelijke gezinnen van de drempels van hun huizen een klein of groot teken maken van de Deur van de barmhartigheid en de gastvrijheid van God. Zo zou de Kerk in alle hoeken van de wereld herkend moeten worden: als de portierster van een God die klopt, als de ontvangsthal van een God, die niet de deur in je gezicht dicht gooit, met het excuus dat je daar niet thuishoort.

Gods grote barmhartigheid!

Laten we in die geest het Jubileumjaar tegemoet gaan: er zal een heilige deur zijn, maar dat is de deur van Gods grote barmhartigheid! Moge het ook de deur van ons hart zijn opdat allen de vergiffenis ontvangen van God en opdat wij op onze beurt vergiffenis schenken en allen ontvangen die aan onze deur kloppen.

Lees hier de eerdere catecheses van paus Franciscus over het gezin.