fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

De armen bestaan niet

KN Redactie 5 februari 2016
image

Angus Deaton is in 1945 geboren in Schotland. Heel zijn loopbaan heeft hij zich beziggehouden met de micro-economische grondslagen van bredere vragen over consumeren en sparen, en wat die inhouden voor de armoede en de pogingen om die te bestrijden of uit te roeien.

Indrukwekkend

Vooral als het gaat om de details van de wereldwijde armoede zijn Deatons prestaties indrukwekkend. Door zijn baanbrekend onderzoek naar huishoudens in arme landen krijgen we een nauwkeuriger beeld van levensstandaarden en de bijzondere werkelijkheden van consumptie door armen in heel de wereld.

Uitgavenpatroon

Dankzij deze nauwkeurige micro-economische gegevens hoeven ontwikkelingseconomen geen brede en verstrekkende veralgemeningen over de armen in een bepaald land meer te doen, die gebaseerd waren op onpersoonlijke macro-economische gegevens. Deaton helpt ons beter het specifieke uitgavenpatroon van de armen te begrijpen, hoe het economisch leven eruit ziet door de ogen van een arme mens die vanuit zijn of haar beperkte middelen er het beste van probeert te maken.

Omstandigheden

In zekere zin heeft Deatons werk de manier veranderd waarop we naar de armen kijken. Welbeschouwd bestaat er in zijn lijn van denken helemaal niet zoiets als een gezichtsloze, naamloze groep als ‘de armen’. In plaats daarvan zijn er alleen maar arme mensen, en elk van hen probeert zo goed met zijn middelen om te gaan als de omstandigheden toelaten - en de omstandigheden zijn uniek voor hem of haar, op een bepaalde plaats of tijd.

Ontwikkelingshulp

Deaton breidt zijn micro-economisch begrip van armoede uit naar de rol van ontwikkelingshulp. Hij vat zijn visie daarop samen in zijn bespreking van The Tyranny of Experts van William Easterly. Kort gezegd betoogt Deaton dat hulporganisaties goed beleid in arme naties onderuithalen. Wanneer de leiders van arme landen hun financiële behoeftes kunnen dekken met directe hulp uit het Westen, hoeven ze zich niet langer iets gelegen te laten liggen aan de behoeftes van hun burgers, die aan verbetering van hun positie op de lange termijn werken. In plaats daarvan krijgen dergelijke leiders sterke prikkels om hun burgers arm te houden, zodat ze hun eigen onderdanen als rechtvaardiging kunnen gebruiken om op het wereldtoneel om nog meer hulp te bedelen.

Hoogmoed

Op minstens een punt zijn Deaton en Easterly het volledig eens. Autocraten uit de Derde Wereld zouden dit bedrog niet steeds opnieuw kunnen plegen zonder de goede bedoelingen – alsook hoogmoed – van de zogenaamde ontwikkelingsexperts. En die hoogmoed reikt tot ver in de twintigste eeuw terug. Deaton schrijft bijvoorbeeld dat “ook Keynes geloofde dat wijze en op het publiek gerichte experts (zoals hijzelf en zijn vrienden) het sociale welzijn konden verbeteren door overheidshandelen, en hij maakte zich minder zorgen dan Hayek over het falen van de overheid dan wel de corruptie van machtige goedbedoelende experts”.

Stappen voorwaarts

Als we kijken naar de successen van de armoedebestrijding in de afgelopen decennia zijn dergelijke stappen voorwaarts zelden gemaakt op plaatsen waar rijke naties grote investeringen in ontwikkelingshulp hebben gedaan. Tussen 1970 en 2006 is de globale armoede teruggebracht van 26,8% naar 5,4%, waarbij de meeste vooruitgang werd geboekt in landen als China, India en Indonesië, landen waarin betrekkelijk weinig ontwikkelingshulp is geïnvesteerd.

Fair Trade-koffie

Laten we voor even aannemen dat Deaton gelijk heeft en dat directe hulp leidt tot corruptie. Deaton staat daarin zeker niet alleen. Zo betogen de kampioenen in Fair Trade-koffie Raluca Dragusanu, Daniele Giovannucci, en Nathan Nunn dat “directe overdracht van geld prikkels verstoort, en de inspanning verlegt van productieve activiteiten naar het zoeken naar rente en corruptie. En Peter Leeson en Russel Sobel laten zien dat dit zelfs waar is als er hulp wordt gegeven tussen twee overheden binnen de grenzen van een land dat al ontwikkeld is.

Gezondheidszorg

Gaat de suggestie van Deaton – om hulp in te trekken als middel om politici uit de Derde Wereld aan te sporen zich beter jegens hun burgers te gedragen – op voor elke soort hulp? Hoe zit het met hulp die gericht is op de gezondheidszorg – in het bijzonder als die levens wil redden op de zeer korte termijn? Zelfs daar beweert Deaton dat wat vandaag barmhartig lijkt, tot verschrikkingen kan leiden op langere termijn.

Volksgezondheid

In zijn woorden “ondermijnt hulp, inclusief gezondheidszorg, de democratie; hij maakt leiders minder democratisch en zal uiteindelijk de volksgezondheid schaden”. Als hulp, welke dan ook, brute, genadeloze dictators in staat stelt in het zadel te blijven, dan kan die hulp – ondanks zijn goede bedoelingen – leiden tot zelfs grotere body counts onder regimes die hun eigen burgers routineus mishandelen en weigeren hervormingen uit te voeren die op de langere termijn tot betere resultaten zouden leiden voor de volksgezondheid.

Nobelprijs waard

Als de erfenis van Deaton is dat wij zorgvuldiger kijken naar de vermoedelijke kosten en opbrengsten van toekomstige aanvragen van ontwikkelingshulp vóórdat we die inwilligen, dan is dat zeker een Nobelprijs voor economie waard.

Victor V. Claar is hoogleraar economie aan Henderson State University, Arkansas. He is mede-auteur van Economics in Christian Perspective: Theory, Policy, and Life Choices en auteur van Fair Trade? Its Prospects as a Poverty Solution, een publicatie van het Acton Institute (www.acton.org).