fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Groen van Prinsterer: ‘Geen Europa zonder Evangelie’

KN Redactie 23 maart 2015
image

Het principe van de nationaliteiten treedt dezer dagen op de voorgrond. Maar over welke nationaliteit gaat het? Over een religieuze nationaliteit? Nee, over een gescheiden nationaliteit, bevrijd, om gelijk maar bij mijn punt te komen, van het Evangelie. Het gaat hier niet over de scheiding van Kerk en staat. Het gaat hier – wel niet volgens de bedoeling van allen maar dan toch volgens de stroom van dominante ideeën die ons meevoeren – om het wegnemen van het Evangelie, het ontroven van het geloof aan de naties. Dat is, verzekert men, de voorwaarde van hun geluk. En waardoor, door welke waarlijk nationale eenheid, zal men dan ‘het christendom vervangen als basis van de Europese samenleving, dat daar zo lang, ondanks de verkeerdheden en zonden van de mensen, de eenheid en de kracht van is geweest?

Huiselijk geluk
Door natuurlijke grenzen, zei men recent nog. Door de gemeenschap van taal, die nu aan de orde van de dag is. Eenheid van territorium, eenheid van taal, ik schenk u beide als bewonderenswaardige grondslagen van het geluk van toekomstige volken. Zodanig zullen vanaf nu, volgens de doctoren van de humanistische school, de voorwaarden en garanties van het nationale geluk zijn. Alsof het, om het huiselijk geluk te garanderen, genoeg zou zijn om, onder verloochening van het Evangelie, dezelfde taal te spreken en hetzelfde huis te bewonen.

Rekruten
Weet u, diepzinnige filosofen, politieke geleerden, weldoeners van het moderne Europa, weet u wat u zult hebben als u het hoogtepunt van uw utopieën bereikt? U zult naties hebben, als men die zo nog kan noemen, die verwekelijkt zullen zijn, kleurloos; bevolkingen zult u hebben, menigten, massa’s, samenraapsels van individuen, verzamelingen van atomen, stof dat tot modder wordt. U zult materiaal hebben dat u voor twee doeleinden kunt gebruiken. Rekruten voor alle alternatieven van anarchie en despotisme. Zoals Vinet het zei: “Heden rebellen, morgen slaven.”

Bloedbaden
Met uw eenheid van territorium, van taal, van ras, zult u volken hebben waarvan Tocqueville in zijn bewonderenswaardige geschriften heeft gezegd: volkeren volgzaam als schapen, met herders die hen of naar de schaapskooi zullen leiden of naar de slachtbank, herders die hen zullen doen grazen in de weiden van goddeloosheid en zonde, om ze daarna in het avontuur te werpen van de bloedbaden van de slagvelden. U zult hebben, in één woord, de gruwelijkheden van een nieuwe barbarij, te midden van de meest verfijnde raffinementen van de beschaving. Zeer sombere voorgevoelens! Zeker. Te somber? Dat betwijfel ik. Laten we ons geen illusies maken. Alliance Évangélique! De huidige crisis laat u duidelijk uw taak zien. Die bestaat in het weerstaan van deze stroom van systematische goddeloosheid, en in de versterking van de waarlijk christelijke nationaliteit onder de verschillende volkeren.

Heilig vuur
Dat is geen gemakkelijke taak. Om die plicht te kunnen volbrengen is een geest van toewijding nodig, van opoffering, waardoor men zich verheft boven iedere andere overweging, en waardoor men zich vernedert tot aller afschrapsel aan toe. Er is een sprank voor nodig van dat heilige vuur die een van de minst bekende maar meest opmerkelijke woorden doortrok van de prins wiens gebed Mon Dieu, mon Dieu, aye pitié de ton pauvre peuple! (‘Mijn God, mijn God, heb medelijden met uw arme volk!’) in de geschiedenis van mijn land heerlijk is verhoord. Een woord, zeg ik, dat, net als zijn gehele leven, subliem in zijn eenvoud was. In een uur van moedeloosheid sprak hij dit woord tot een man, ook al befaamd in onze annalen, die de moed niet gemakkelijk verloor, wiens naam u terecht op deze kolommen ziet staan, en overmand was van verdriet over de ondankbaarheid van de mensen. De prins zei tegen Marnix: “Laten we maar dulden dat men over ons heen loopt, Aldegonde! Als wij de kerk van God maar kunnen helpen!”

Onweerstaanbare stroom
De toekomst, zegt u, is aan de Eeuwige, en de Heer heeft gezegd: “Wanneer jullie deze dingen zullen zien gebeuren, heft dan uw hoofden omhoog, want uw verlossing is nabij.” Zonder twijfel. Maar herinnert u dit: het christendom mag en moet een tijdvak oversteken waarin het bijna schijnt te verdwijnen, maar dat mag nooit het gevolg van de fouten van christenen zijn. Er kan een onweerstaanbare stroom in de richting van een verzwakking zijn, van een schijnbare nederlaag van het christendom, maar dat mag nooit komen door de lafheid, door de schuld van christenen.

Uit: ‘De Nederlandse religieuze nationaliteit (1867)’, zoals gepubliceerd in ‘Voor vrijheid en religie. Protestantse teksten over rechtstaat, tolerantie en christelijke burgerschap. Uitgegeven en toegelicht door Bart Jan Spruyt’. Uitg. Erdee Media Groep 2015, ISBN 978 90 788 33000.