<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Het gebed en de nabijheid van het gezin

KN Redactie 11 juni 2015
image

Beste broeders en zuster, goedemorgen!

We gaan verder met de catecheses over het gezin, en in die van vandaag zou ik het willen hebben over een aspect, dat heel algemeen voorkomt in het leven van onze gezinnen, namelijk ziekte. Dat is een ervaring van onze breekbaarheid, die wij meestal in het gezin opdoen vanaf dat wij kind zijn en vooral als ouderen als de ouderdomskwalen gaan optreden.

Dat is de liefde
In het kader van het gezin wordt de ziekte van mensen van wie wij houden, gevoeld als ‘meer’ lijden en ‘meer’ angst. Dat is de liefde die ons dat ‘meer’ laat voelen. Voor een vader en een moeder is het vaak veel moeilijker om de ziekte van een zoon of van een dochter te dragen, dan het eigen lijden.

Het meest nabije ‘ziekenhuis’
Het gezin, kunnen we wel zeggen, is altijd het meest nabije ‘ziekenhuis’ geweest. Ook vandaag nog is het ziekenhuis in grote delen van de wereld een voorrecht voor enkelen, en het ligt vaak ver weg. Dan zijn het moeder, vader, broers, zusjes en grootouders die zorg dragen voor de verpleging en de zieke helpen te genezen.

Geestelijke en lichamelijke ziekte
In het Evangelie worden veel bladzijden gewijd aan de ontmoetingen van Jezus met de zieken en zijn inzet om hen te genezen. Hij presenteert zich openlijk als iemand die strijdt tegen de ziekte en die gekomen is om de mens van alle ziektes te genezen: geestelijke ziekte en lichamelijke ziekte kwaad.

Echt ontroerend
De zo juist voorgelezen scène in het evangelie van Marcus is echt ontroerend. Er staat: “In de avond, na zonsondergang, bracht men allen die lijdend of bezeten waren bij Hem” (1,32). Als ik denk aan de grote steden van tegenwoordig, vraag ik mij af waar de deuren zijn waarvoor de zieken kunnen worden neergelegd, in de hoop dat zij worden genezen! Jezus heeft nooit geweigerd voor hen te zorgen. Hij is nooit aan hen voorbij gelopen, nooit heeft Hij de andere kant uitgekeken.

Genezing belangrijker dan de wet
En als een vader of een moeder, of ook simpelweg vrienden een zieke bij Hem brachten, opdat Hij hem zou aanraken en genezen, verloor Hij geen tijd. Genezing was belangrijker dan de wet, ook belangrijker dan de zo heilige wet van de sabbatrust (vgl. Mc. 3,1 – 6). De wetgeleerden berispten Jezus omdat Hij genas op de Sabbat, omdat Hij goed deed op de sabbat. Maar de liefde van Jezus bestond erin gezondheid te geven, goed te doen: en dat komt altijd op de eerste plaats!

Tot in hun diepste wezen
Jezus geeft zijn leerlingen de opdracht zijn werk uit te voeren en hij geeft hun de macht te genezen, dat wil zeggen de zieken nabij te zijn en tot in hun diepste wezen te genezen (vgl. Mt. 10,1).

Altijd helpen
We moeten goed onthouden wat Hij zegt tegen de leerlingen in het verhaal van de blindgeborene (Joh. 9,1 – 5). De leerlingen hebben het erover – waar de blinde bij is! – wie er gezondigd zou hebben, hij of zijn ouders, waardoor hij blind geboren was. De Heer zegt duidelijk: noch hij, noch zijn ouders; maar dit is zo opdat de werken van God in hem geopenbaard worden. En Hij genas hem. Dat is de glorie van God! Dat is de opdracht van de Kerk! De zieken helpen, niet zich verliezen in gediscussieer, maar altijd helpen, troosten, hen altijd oprichten, de zieken nabij zijn; dat is de opdracht.

Voortdurend gebed
De Kerk nodigt tot voortdurend gebed uit voor haar geliefde kinderen die door ziekte worden getroffen. Het gebed voor de zieken mag nooit ontbreken. Dus moeten we meer bidden, hetzij privé, hetzij als geloofsgemeenschap.

‘U hebt een groot geloof’
Laten we eens denken aan het verhaal in het Evangelie over de Kananeese vrouw (vgl. Mt. 15,21-28). Zij is een heidin, iemand die niet tot het volk van Israël behoort, een heidin die Jezus smeekt haar dochter te genezen. Jezus antwoordt haar eerst op harde toon, om haar geloof op de proef te stellen: “Ik kan dit niet doen, ik moet eerst denken aan de verloren schapen van Israël.” De vrouw geeft niet op – een moeder, die hulp vraagt voor haar eigen kind, geeft nooit op; iedereen weet dat moeders voor hun kinderen vechten – en zij antwoordt: “De honden eten immers toch ook de kruimels die van de tafel van hun meesters vallen!”, alsof ze wil zeggen: “Behandel me dan ten minste als een hond!” Dan zegt Jezus: “Vrouw, U hebt een groot geloof! Uw verlangen wordt ingewilligd” (v. 28).

Solidariteit in tijden van ziekten
Wanneer het met ziekte wordt geconfronteerd, doen er zich ook in het gezin problemen voor, omdat de mens zwak is. Maar in het algemeen worden de familiebanden sterker door een ziekteperiode. En dat doet me er aan denken hoe belangrijk het is dat de kinderen van kleins af aan worden opgevoed tot solidariteit in tijden van ziekte. Een opvoeding die de kinderen niet leert gevoelig te zijn voor zieke mensen, maakt de harten hard. En zo komt het dat jongeren ‘verdoofd’ raken tegen het lijden van anderen, niet in staat om de confrontatie met het lijden aan te gaan en onze beperkingen te ervaren.

Heldhaftigheid van het gezin
Zo vaak zien we een man of een vrouw op het werk arriveren met een moe gezicht, met een vermoeide houding en als je hem of haar vraagt “Wat is er aan de hand?”, antwoordt hij of zij: ” Ik heb maar twee uur geslapen, omdat we thuis om beurten bij mijn zoontje, bij mijn dochtertje, bij een zieke, bij opa of bij oma moesten waken.” En de dag vervolgt met werken. Dat is heldhaftig, dat is de heldhaftigheid van het gezin! Die verborgen heldhaftigheid die met tederheid en moed wordt bedreven, als er thuis iemand ziek is.

Een levensschool
De zwakte en het lijden van degenen met wie wij de meeste kostbare en heilige banden hebben, kunnen voor onze kinderen en kleinkinderen een levensschool zijn – het is belangrijk onze kinderen en kleinkinderen bij te brengen dat het gezin de zieke nabij moet zijn – en dat begrijpen zij wanneer in periodes van ziekte de zieke wordt omringd door het gebed en de liefdevolle en zorgvolle nabijheid van het gezin.

Van gezin tot gezin
De christelijke geloofsgemeenschap weet goed dat het gezin, wanneer het door ziekte op de proef wordt gesteld, niet alleen wordt gelaten. En wij moeten de Heer danken voor de mooie ervaringen van kerkelijke broederlijkheid, waarmee de gezinnen worden ondersteund om de moeilijke momenten van pijn en lijden door te komen. Die christelijke nabijheid van gezin tot gezin, is een ware schat voor de parochie; een schat aan wijsheid, die de gezinnen bijstaat in moeilijke momenten en meer bijdraagt aan het begrip van het Rijk van God dan alle redevoeringen bij elkaar! Dat zijn liefkozingen van God.