<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Het Paastriduum

KN Redactie 2 april 2015
image

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Morgen is het Witte Donderdag. Aan het eind van de middag zal met de Heilige Mis “van het Avondmaal van de Heer”, het Paastriduum van het Lijden, de Dood en de Verrijzenis van Christus beginnen, dat het hoogtepunt is van het hele liturgische jaar, en het hoogtepunt van ons christelijk leven.

Gekomen om te dienen
Het triduum begint met de herdenking van het Laatste Avondmaal. Jezus bood aan de vooravond van zijn lijden, Zijn lichaam en Zijn bloed in de gedaanten van brood en wijn aan de Vader aan en terwijl hij deze te eten en te drinken gaf aan de apostelen, droeg hij hun op deze offerande te zijner gedachtenis voort te zetten. Het deel van het Evangelie van deze viering, waar de voetwassing wordt verteld, geeft uitdrukking aan dezelfde betekenis van de Eucharistie vanuit een ander oogpunt. Jezus wast – als een slaaf – de voeten van Simon Petrus en de andere apostelen (vgl Jo 13,4-5). Met dit profetische gebaar geeft Hij uitdrukking aan de betekenis van Zijn leven en Zijn lijden, als een dienst aan God en de broeders: «Want de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.» (Mc 10,45).

Opdracht tot liefde
Dat is ook wat er gebeurd is bij ons doopsel, toen de genade van God onze zonden heeft weggewassen en wij werden bekleed met Christus (vgl Col 3,10). Dit gebeurt elke keer wanneer wij de gedachtenis vieren van de Heer in de Eucharistie: Wij krijgen gemeenschap met de Christus, de Dienaar, door aan zijn gebod te gehoorzamen, nl. dat wij elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad (vgl Jo 13,34; 15,12). Als wij tot de H. Communie naderen zonder oprecht bereid te zijn elkaar de voeten te wassen, erkennen wij het Lichaam van de Heer niet. Dat is de dienstbaarheid van Jezus die zichzelf totaal geeft.

Reddingswerk volbracht
Dan, overmorgen, in de liturgie van Goede Vrijdag, overwegen wij het mysterie van de dood van Christus en aanbidden wij het kruis. In de laatste ogenblikken van Zijn leven, voordat Hij Zijn geest overgaf aan de Vader, zei Jezus: «Het is volbracht!» (Joh 19,30). Wat betekenen deze woorden van Jezus? Zij betekenen dat het reddingswerk is volbracht, dat de hele H. Schrift volledig in vervulling is gegaan in de liefde van Christus, het geofferde Lam. Jezus heeft door zijn Offer de grootste ongerechtigheid omgevormd tot de grootste liefde.

Andrea Santoro
Door de eeuwen heen zijn er mannen en vrouwen geweest die door het getuigenis van hun leven een straal van deze volmaakte, volle, ongerepte liefde weerkaatsten. Graag wil ik herinneren aan een heldhaftig getuigenis uit onze tijd, van Don Andrea Santoro, priester uit het bisdom van Rome en missionaris in Turkije. Enkele dagen voordat hij zou worden vermoord in Trabzon, schreef hij: «Ik ben hier om te leven te midden van deze mensen en om Jezus in staat te stellen dat ook te doen door Hem mijn eigen lichaam te lenen … Er is alleen redding mogelijk als wij ons eigen lichaam offeren. Het kwaad in de wereld wordt gedragen en het lijden wordt gedeeld wanneer wij het tot in de diepte in ons eigen lichaam opnemen, zoals Jezus heeft gedaan» (A. Polselli, Don Andrea Santoro, le eredità, Città Nuova, Roma 2008, p. 31;Don Andrea Santoro, de erfenis, Cittá Nuova, Roma, blz. 31).

Liefdesgave
Dit voorbeeld van een man uit onze tijd, en dat van zovele anderen, bemoedigt ons om ook ons leven aan te bieden als liefdesgave aan onze broeders, in navolging van Jezus. En ook vandaag de dag zijn er zoveel mannen en vrouwen, ware martelaren, die hun leven aanbieden aan Jezus om hun geloof te belijden, alleen om die reden. Het is een dienstwerk, de dienst van het christelijk getuigenis tot aan het bloed, het dienstwerk dat Jezus voor ons heeft uitgevoerd: Hij heeft ons volledig verlost. En dat is de betekenis van de woorden “Het is volbracht”.

Vragen om genade
Wat zou het mooi zijn als wij allemaal aan het einde van ons leven, wij, met onze fouten, onze zonden, en ook met onze goede werken, met onze liefde voor de naaste, net als Jezus tot de Vader zouden kunnen zeggen: “Het is volbracht”; niet met de volmaaktheid waarmee Hij het heeft kunnen doen, maar te kunnen zeggen: “Heer, ik heb alles gedaan wat ik heb kunnen doen. Het is volbracht”. Als wij het Kruis aanbidden, naar Jezus opkijken, laten we dan denken aan de liefde, aan de dienstbaarheid, aan ons leven, aan de christelijke martelaren, en het zou ons ook goed doen om aan het einde van ons leven te denken. Niemand van ons weet wanneer dat zal gebeuren, maar we kunnen vragen om de genade om te kunnen zeggen: “Vader ik heb gedaan wat ik kon. Het is volbracht”.

Tegen de hoop in
Stille Zaterdag is de dag waarop de Kerk herdenkt dat Jezus in het graf rust, na de zegevierende strijd aan het kruis. Op Stille Zaterdag identificeert de Kerk zich nogmaals met Maria: heel het geloof van de Kerk is in haar, de eerste en volmaakte leerling, de eerste en volmaakte gelovige, samengevat. In de duisternis waarin de schepping is gehuld, houdt zij als enige de vlam van het geloof brandende, tegen alle hoop in hopend (vgl Rom 4,18) op de Verrijzenis van Jezus.

Centrum en eindpunt
En tijdens de grootse Paaswake waar weer opnieuw het Alleluia klinkt, vieren wij de verrezen Christus, centrum en eindpunt van de kosmos en van de geschiedenis; laten wij waken vol hoop in afwachting van zijn wederkomst, als Pasen zich ten volle zal manifesteren.

Steen weggerold
Soms lijkt het duister van de nacht onze ziel binnen te dringen; soms denken we: “nu is er helemaal niets meer aan te doen”, en het hart vindt de kracht niet meer om lief te hebben… Maar juist in die duisternis steekt Christus het vuur aan van Gods liefde: een gloed breekt door de duisternis en kondigt een nieuw begin aan, iets vangt er aan in de diepste duisternis. Wij weten dat de nacht het donkerst is vlak voordat de dag begint. Juist in die diepste duisternis is het Christus die overwint en het vuur van de liefde doet branden. De steen van het lijden wordt weggerold, zodat er ruimte komt voor de hoop. Dat is het grote mysterie van Pasen!

Tekenen verstaan
In die heilige nacht overhandigt de Kerk ons het licht van de Verrezen Heer, opdat in ons niet de wroeging postvat van degene die zegt “nu is er niets meer aan te doen…”, maar de hoop van degene die zich openstelt voor een heden vol toekomst: Christus heeft de dood overwonnen, en wij met Hem. Ons leven eindigt niet voor de steen van een graf, ons leven gaat verder met de hoop in Christus die juist uit dat graf is opgestaan. Als christenen weten wij dat wij geroepen zijn om wachters op de morgen te zijn, die de tekenen van de Verrezene weten te verstaan, zoals de vrouwen hebben gedaan en de leerlingen die naar het graf kwamen gesneld bij de dageraad van de eerste dag van de week.

Beste broeders en zusters, laten we ons in deze dagen van het Heilig Triduum, niet ertoe beperken het lijden van de Heer te gedenken, maar laten we in het mysterie binnengaan, laten we ons zijn gevoelens, zijn gezindheid eigen maken, zoals de apostel Paulus ons uitnodigt om te doen: «Die gezindheid moet onder u heersen die ook in Christus Jezus was” (Fil 2,5). Dan zal ons Pasen een “Zalig Pasen” zijn.