fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Hoe ga je als christen om met permanente revolutie?

KN Redactie 20 februari 2015
image

De moderne mens kiest voor het eerste, de christen voor het tweede. Uiteraard is vrijheid een zeer hoge waarde, ook voor de christen. Maar onder vrijheid verstaat die allereerst het ontbreken van externe dwang, met name staatsdwang. De moderne mens ziet vrijheid eerder als vrijgevochtenheid, als zelfmanifestatie die hij via een reeks rechten tot uitdrukking kan brengen. Hij heeft de staat nodig om die ‘positieve vrijheid’ voor hem af te dwingen, wat de klassieke ‘negatieve vrijheid’ van het christendom in het gedrang brengt. Dat dient zich immers aan te passen zoals het vrijzinnige christendom dat uit zichzelf al doet.

We beleven een diepgaande omslag in het denken, die volgt op een lang voorbereid afscheid van de klassieke denktraditie. Het betekent ook het einde van de wereld zoals we die kenden, en die onder meer in de massale kerksluiting zichtbaar wordt. Chantal Delsol spreekt van déréalisation, een denken dat niet langer vanuit de werkelijkheid wil vertrekken, laat staan er nog wet en moraal uit wil afleiden. Volgens Hans Jonas is er sprake van een metafysische revolutie, die op haar beurt een permanente revolutie lostrekt, die we als tovenaarsleerlingen niet meer tot staan kunnen brengen. Dat herinnert weer aan Plinio Corrêa de Oliveira, de Braziliaanse denker, die deze repeterende revolutie ook binnen de Kerk aan het werk ziet.

We merken de effecten in de snelle herinrichting van onze samenleving. Het ‘homohuwelijk’, dat zich overal doorzet, en het daarmee gepaard gaande opleggen van de gender-agenda maken van gezin, vader, moeder, kind begrippen met een nieuwe betekenis, die losgezongen zijn van de natuur. Wee degene, die daaraan niet wil meedoen. Er is een nieuwe dictatuur, waarschuwde paus Benedictus XVI al, de tegenstrijdige ‘dictatuur van het relativisme’. Hoe kan dat in een liberale rechtsstaat? En hoe moet het christendom zich daarin opstellen?

In deze cultuurstrijd zijn we als christenen voorlopig de verliezers. “We zitten aan de verkeerde kant van de geschiedenis”, aldus godsdienstwetenschapper Michael Hanby. En wellicht is dat wel de onvermijdelijke einduitkomst van de liberale rechtsstaat. Hij wijdt hier in First Things een essay aan, waarop George Weigel en Rod Dreher hebben gereageerd. Over het feit dat het christendom zich moet voorbereiden op moeilijke tijden zijn ze het eens. En dan lijkt de Amerikaanse situatie nog niet eens zo slecht. Zo speelt daar de extra complicatie van de islam niet, zoals die zich in Europa aan het installeren is. Of is dit juist Gods voorzienigheid? Tegen de radicale transcendentie van de islam, die zich via de sharia in de samenleving projecteert, moet ook de permanente revolutie het afleggen. Maar dat beseft deze nu nog niet.