<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Huwelijk en gezin in ere herstellen!

KN Redactie 23 april 2015
image

Beste broeders en zusters,

In de vorige catechese over het gezin heb ik het gehad over het eerste verhaal van de schepping van de mens, in het eerste hoofdstuk van Genesis, waar staat geschreven: “En God schiep de mens als zijn beeld: als het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen” (Gen. 1,27).

‘De levensadem’
Vandaag zou ik onze overweging willen afronden met het tweede verhaal, dat we in het tweede hoofdstuk vinden. Daar lezen we, na de schepping van de hemel en de aarde: “God boetseerde de mens, uit stof genomen en hij blies hem de levensadem in de neus, zo werd de mens een levend wezen” (2,7). Hij is het hoogtepunt van de schepping. Maar er ontbreekt nog iets; dan plaatst God de mens in een prachtige tuin om die te bewerken en te beheren (vgl. 2,15).

‘Niet goed’
De Heilige Geest, die de hele Bijbel heeft geïnspireerd, schetst even het beeld van de man alleen – het ontbreekt hem aan iets – zonder de vrouw. Hij wekt bij God de gedachte, hij roept bijna een gevoel op bij God die naar Adam kijkt en hem in het paradijs ziet lopen: hij is vrij, hij is heer en meester… maar hij is alleen. En God ziet dat “het niet goed is”: er is als het ware een gebrek aan gemeenschap, het ontbreekt de man aan gemeenschap, het ontbreekt hem aan volledigheid. “Het is niet goed” – zegt God – en Hij voegt eraan toe: “Ik ga een hulp voor hem maken, die bij hem past” (2,18).

Spiegelbeeld
Daarna laat God de mens alle dieren zien; de mens geeft aan elk dier een naam – nog een aanwijzing dat de mens heer is over de schepping –, maar hij vond in geen enkel dier een gelijke aan zichzelf. De mens gaat dus alleen verder. Als God hem ten slotte de vrouw voorstelt, herkent de mens onmiddellijk dat dat schepsel en alleen dat, een deel van hem is: “been van mijn gebeente, vlees van mijn vlees” (2,23). Eindelijk heeft hij een spiegelbeeld, is er wederkerigheid.

Het scheppende gebaar
Als iemand – dit is een voorbeeld om het goed te begrijpen – iemand anders een hand wil geven, moet er iemand tegenover hem staan; als iemand zijn hand uitsteekt, terwijl er niemand is, is de hand er wel, maar er geen wederkerigheid. Zo verging het de man, hem ontbrak iets om tot volledigheid te geraken, hem ontbrak de wederkerigheid. De vrouw is geen ‘replica’ van de man; zij is rechtstreeks ontstaan uit het scheppende gebaar van God. Het beeld van de “rib” drukt absoluut geen inferioriteit of ondergeschiktheid uit; integendeel, het drukt uit dat man en vrouw van dezelfde substantie zijn en elkaar aanvullen en ook die wederkerigheid bezitten.

De liefde
Het feit – nog altijd in het verhaal – dat God de vrouw boetseert terwijl de man slaapt, onderstreept juist dat zij op geen enkele wijze een schepping is van de man, maar van God. Het suggereert ook nog iets anders: om de vrouw te vinden – en we zouden kunnen zeggen om de liefde in de vrouw te vinden – moet de man eerst over haar dromen en dan vindt hij haar.

De waan van de almacht
Het vertrouwen van God in de man en de vrouw, aan wie hij de aarde toevertrouwt, is grootmoedig, direct en volledig. Hij heeft vertrouwen in hen. Maar zie, de duivel vult hun geest met achterdocht, ongeloof, wantrouwen. En uiteindelijk met de ongehoorzaamheid aan het gebod dat hen beschermde. Zij vervallen in de waan van de almacht die alles kapot maakt en de harmonie verstoort. Ook wij voelen dat zo vaak in onszelf, wij allemaal.

Uitbuiting en commercialisering
De zonde wekt wantrouwen en verdeeldheid tussen man en vrouw. Hun relatie wordt bedreigd door talloze vormen van misleiding en onderwerping, bedrieglijke verleiding en vernederende arrogantie, zelfs van de meest dramatische en gewelddadige soort. De geschiedenis toont er de sporen van. Denken we aan de negatieve excessen van de patriarchale culturen. Denken we aan de vele vormen van machogedrag waar de vrouw als een tweedeklas wezen wordt gezien. Denken we aan de uitbuiting en commercialisering van het vrouwelijke lichaam in de huidige mediacultuur.

Epidemie van wantrouwen
Maar laten we ook denken aan de recente epidemie van wantrouwen, scepticisme en zelfs vijandigheid die zich verspreidt in onze cultuur – in het bijzonder op grond van een begrijpelijk wantrouwen van de vrouwen – met betrekking tot de verbintenis tussen man en vrouw die in staat is, tegelijkertijd, de intimiteit van gemeenschap te verfijnen en de waardigheid van het verschil te bewaren.

In ere herstellen!
Als we geen nieuw begin van sympathie voor deze verbintenis weten te creëren, die de nieuwe generaties kan opwekken tot herstel van dit wantrouwen en deze onverschilligheid, dan zullen er kinderen ter wereld komen die steeds meer ontworteld zullen zijn van de moederschoot. De sociale onderwaardering voor de stabiele op kinderen gerichte verbintenis van man en vrouw, is absoluut een verlies voor iedereen. Wij moeten het huwelijk en het gezin weer in ere herstellen! In de Bijbel wordt het zo mooi gezegd: de man vindt de vrouw, zij vinden elkaar en de man moet iets verlaten om haar volledig te vinden. Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten en zich bij haar voegen. Dat is mooi! Dat betekent dat er een nieuwe weg wordt ingeslagen. De man is alles voor de vrouw en de vrouw is alles voor de man.

Spannende opgave
Het behoud van deze verbintenis tussen man en vrouw, ook al zijn zij zondaars en verwond, verward en vernederd, wantrouwig en onzeker, is dus voor ons gelovigen een dwingende en spannende opgave, onder de hedendaagse omstandigheden.

God beschermt zijn meesterwerk
Hetzelfde verhaal over de schepping en de zondeval, biedt ons aan het einde nog een prachtig beeld: “En de HEER God maakte kleren van huiden voor de mens en zijn vrouw en kleedde hen ermee” (Gen. 3,21). Dat is een beeld van tederheid voor dat zondige paar, waar we verbaasd van staan: die tederheid van God voor de man en de vrouw! Het is een beeld van vaderlijke bescherming voor het mensenpaar. God zelf zorgt voor en beschermt zijn meesterwerk.