<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Islam 2.0, Kan dat wel?

KN Redactie 6 januari 2015
image

Inleiding

Als advocaat in asielzaken sedert 1986 heb ik de laatste tien jaren mannen en vrouwen mogen spreken uit Iran, Afghanistan over hun geloof, islam, en wat dat met hen doet. Is islam wel zo’n vredelievende godsdienst, zoals in het Westen meestal wordt beweerd? Wie je er ook over aanspreekt, dat is nog steeds de gangbare opvatting.

In het Katholiek Nieuwsblad van 21 november 2014 zei een voormalig aartsbisschop van Washington, kardinaal Mc Carrick, het volgende:

“De katholieke sociale leer is gebaseerd op de waardigheid van de menselijke persoon. Als je de heilige Koran bestudeert, als je de islam bestudeert, in principe, is dit wat de profeet Mohammed, vrede zij met hem, leert”,

aldus de kardinaal. En:

“Wij geloven dat de islam een religie is die mensen helpt, hen niet doodt. Dit heeft de moslimgemeenschap altijd geleerd”.

De kardinaal opende de persconferentie opmerkelijk met de voor de islam typerende groet:

“In de naam van God, de Barmhartige Erbarmer”.

Als je in Nederland over het onderwerp spreekt met academisch opgeleiden, dan is het eerste wat zij zeggen: “Islam betekent ‘vrede’.

Dat is in een tijd van moord en doodslag van IS in Syrië en Irak, en van Boko Haram in Afrika etc. toch een merkwaardige mededeling. Ís dat wel zo? Waar komt dan toch de strijd vandaan, die IS/Boko Haram etc. voeren tegen christenen, Joden, andersdenkenden? Waarom vervolgt de Islamitische Republiek Iran elke “afvallige”?

1. Nadat ik eerst de bijbel heb bestudeerd van a tot en met z, editie De Naardense Bijbel van Pieter Oussoren uit 2004, begon ik in 2014 met het bestuderen van de Koran in de editie van Rainbow Pockets, uitgegeven door Maarten Muntinga B.V. Amsterdam in 2013, voor € 10,– te koop in de boekhandel. Voor het geld kun je het niet laten. Ook hier heb ik het boek van a tot en met z bestudeerd.

Uitgangspunt was de vraag, of de Koran wel zo’n vredelievend boek is, als wordt beweerd. De Koran is volgens moslims het door God gegeven Woord. De Koran-tekst wil heel nadrukkelijk gesteld zijn in de taal van God en de engelen, niet in de taal van de mensen, zoals deze editie vermeldt.

Moslims geloven dat de Koran het letterlijke, ongeschapen Woord van God is, op dezelfde manier waarop christelijke theologen geloven dat Jezus de ongeschapen Zoon van God is.

Voordat je de Koran gaat lezen, moet je de bijbel hebben bestudeerd. De profeet Mohammed baseert zich in de Koran immers bij voortduring op het Oude Testament, met name de Thora, en op het evangelie. In de inleiding bij deze editie door Prof. Dr J.J.G. Jansen van augustus 1992 wordt kort ingegaan op het leven van de profeet Mohammed, geboren in Mekka in het tegenwoordige Saoedi-Arabië, omstreeks 570 en gestorven in juni 632 in de plaats Medina. Bij zijn dood was Mohammed heerser over het hele Arabische schiereiland. Hij stierf in de armen van zijn favoriete echtgenote “A’isha”, de dochter van Abu Bakr, één van de eerste moslims. Voor het zo ver was, heeft Mohammed vele oorlogen en veldslagen gevoerd. Volgens deze inleiding zou hij alleen al vanuit de plaats Medina, waarheen hij was gevlucht in 622, 74 expedities hebben ondernomen. Iraanse bronnen spreken van 80 oorlogen in 23 jaar tijd.

Vanzelfsprekend was Mohammed de eerste gelovige en werd hij omringd door een zee van ongelovigen, eerst in Mekka, waaruit hij is gevlucht in 622 naar Medina. Tot zijn vijanden behoorden niet alleen Arabieren, maar ook Joodse stammen. Zo verdreef hij de Joodse stam Banu Qaynuqa uit Medina, en ook de Joodse stam Banu al-Nadir uit Madina in augustus 625. Bij voortduring streed hij tegen de inwoners van Mekka. Ook de Joodse stam Banu Qurayza uit Medina is door Mohammed gestraft. De mannen van de stam werden gedood, de vrouwen en kinderen als slaaf verkocht. Met de Mekkanen sloot hij het Verdrag van Al-Hudaybiyya in maart 628. Naarmate zich meer stammen bij Mohammed aansloten, werd de positie van Mekka zwakker. In januari 630 gaf de stad Mekka zich over.

Het kán haast niet anders, of al deze oorlogen hebben zijn invloed gehad op de Koran, waarbij Mohammed de aan hem doorgegeven boodschappen van de engel Gabriël heeft ontvangen.

2. Opbouw van de Koran

Wie een inhoudsopgave zoekt bij de Koran, zoekt vergeefs. Er zullen edities misschien bestaan waarin er een inhoudsopgave wordt gegeven, maar in de Koran-editie van Prof. Kramers, Jaber en Jansen ontbreekt deze. Het gaat om 114 sura’s, fragmentteksten.

De Koran is volledig anders opgebouwd dan de bijbel. Kent de bijbel doorlopende verhalen, ondergebracht in diverse boeken, dat is niet het geval in de Koran. De Koran bestaat van voor naar achteren uit in omvang steeds kleiner wordende fragmenten, sura’s, die elk opgebouwd zijn uit meerdere of mindere aja’s, verzen. Elke sura wordt vooraf gegaan door de woorden “In de naam van God, de Barmhartige Erbarmer”. Maar dan komt het.

Het is onmogelijk om 114 sura’s hier samen te vatten, maar de herhaling van vele tekstgedeelten over de 114 sura’s maakt een totaalindruk goed mogelijk.

Ik heb het boek gescreend op woorden, die verwijzen naar strijd, oorlog en ik heb gezocht naar fragmenten, die vrede, verzoening nastreven. Onder geloof zou je toch mogen verstaan het zoeken naar eenheid tussen de mensen, op z’n minst verdraagzaamheid en het streven naar een goede verhouding tussen mensen en hun bestaan, respectievelijk de wereld.

Het boek heeft bij mij tot grote onrust geleid. Het maakt inzichtelijk hoe hardliners binnen islam Koran gebruiken als basis voor hun oorlog tegen een ieder, die anders denkt, anders voelt, anders gelooft, ook al noemen hun tegenstanders zich eveneens Islamiet.

In feite heeft Mohammed een handleiding geschreven om al zijn tegenstanders aan zichzelf te onderwerpen door zich als woordvoerder van God uit te roepen. Het gaat om een heilige twee-eenheid tussen God en Mohammed, waarbij Mohammed als woordvoerder precies weet wie God is en wat God zegt en precies weet wie ongelovigen zijn, dus zijn tegenstanders. En precies weet hoe je deze ongelovigen moet behandelen. Wie woorden aanstreept als “gelovigen, ongelovigen, leugenaars, satan, hel, hellevuur, aanslag/aanslagen, overgeven, onderwerpen, leugenaars, huichelaars, vernietiging, verdelging”, kan op elke pagina deze woorden gemiddeld zes tot acht keer etc. aanstrepen.

In elke sura/elk fragment wordt opgeroepen tot strijd tegen de ongelovigen, danwel wordt een beloning gesteld op zogenoemde “gelovigen” en wordt een bedreiging gesteld voor een ieder, die niét gelooft. Het niet-geloven wordt door Mohammed gedefinieerd als personen die niet geloven in een leven na de dood, maar ook personen die niet geloven in Mohammed en Islam. “Islam” betekent “onderworpenheid” en “moslims” betekent “overgegevenen”. Beide zijn militaire termen. Voor ongelovigen geldt, dat voor hen een pijnlijke bestraffing is weggelegd in de hel, waar zij tot in eeuwigen dagen zullen branden. Wie daarentegen behoort tot de gelovigen, worden rondborstige vrouwen in het vooruitzicht gesteld.

Interessant is de wijze waarop Mohammed zich keert tegen Joden en christenen en hoe hij God aangrijpt als machtsinstrument om Joden en christenen te bestrijden. Zij zijn in zijn woorden “onrechtdoeners”.

Centraal staat zijn aanbeveling in sura 3, vers 118:

“O gij die gelooft, sluit niet innige vriendschap buiten Uw kring”.

Moslims mogen niet in contact treden met anderen. Zij zouden eens kunnen worden beïnvloed. Zie pagina 73 van deze editie.

Gelovigen moet vrees worden ingeboezemd, zoals in talloze sura’s telkens naar voren wordt gebracht. Zij zijn “vrezenden”. Zij worden bedreigd met straf, vernedering, hel, wanneer zij weigeren te geloven.

Christus wordt als leugen weg gezet in sura 18, pagina 337, vers 4:

“En om te waarschuwen hen die zeggen: ‘God heeft zich een Zoon genomen’. Niet hebben zij daaromtrent kennis noch hun vaderen. Het is een groot woord dat uit hun monden komt. Niets zeggen zij iets anders dan leugen”.

In sura 19 wordt God als moordenaar opgevoerd, vers 98, pagina 359:

“En hoe menig geslacht hebben Wij voor hun tijd doen omkomen”.

Dat komt ook scherp tot uiting in sura 51, pagina 620 waar in de naam van God wordt meegedeeld (vers 10):

“Gedood mogen worden de leugengissers die een warvloed zijn verzakend”.

Meermalen komt men tegen dat mensen mogen worden gedood. Zie sura 80, pagina 712, vers 17:

“Gedood moge worden de mens. Hoe ondankbaar is hij!”

Zie ook sura 85, pagina 721, vers 4:

“Gedood mogen worden de lieden van de groeve van het met brandstof gevoede vuur (…)“.

God beraamt ook aanslagen, een militaire term. Zie onder meer sura 86, pagina 723, vers 16 en 17:

“En Ik beraam een aanslag. Geef dus uitstel aan de ongelovigen. Verleen hun nog uitstel voor een korte poos”.

Bij voortduring wordt een straffende God opgevoerd. Zie sura 88, pagina 725, vers 23 en 24:

“Maar wie zich afwenden en ongelovig zijn, dié zal God straffen met de grootste bestraffing. Tot Ons is hun wederkomst en daarna rust op Ons hun afrekening”.

Met andere woorden, wie zoekt naar een spoor van vrede of menslievendheid, komt in de Koran dergelijke passages niet tegen. Wel komt men toverspreuken tegen, bij voortduring in elke sura, waarbij God wordt opgevoerd als Schepper van alles wat bestaat. Zie bijvoorbeeld sura 64, pagina 668. Eerst wordt er een bedreiging opgevoerd zoals in elke sura terug te vinden is:

“God is scherp toeziende op wat gij bedrijft,” om vervolgens de toverspreuk te laten volgen:

“Hij heeft de hemelen en de aarde geschapen in wezenlijkheid. Hij heeft U gevormd en Uw vorm schoon gemaakt. Tot Hem is de gang. Hij kent wat in de hemelen is en op de aarde. Hij kent wat gij verborgen houdt en wat gij openbaar maakt. God kent wat in de borsten is”, etc., etc.. Bedreigingen en toverspreuken volgen elkaar in elke sura op. De bedreigingen hebben alle de vorm van de hel, een laaiend vuur, hellekooksel, eeuwig branden voor de leugenaars/ongelovigen, waarbij Mohammed en zijn navolgers precies weten wie er leugenaar is/ongelovige en wie niet.

Elk streven naar verandering van islam van binnenuit in het huidige tijdsgewricht loopt stuk op een eeuwenlange praktijk van religieus fanatisme zoals dat in de Islamitische dictaturen heeft postgevat. Religie en politiek zijn daar één. Alle andersdenkenden zijn per definitie ongelovigen en dienen te worden verdelgd. Dat is de stand van zaken. Het biedt geen troost om op te roepen tot verzoening tussen de monotheïstische godsdiensten. Elk geloof is een menselijke constructie, een product van menselijke geest.

Wat niet wordt begrepen is, dat niemand met een fatsoenlijk woord kan spreken over God, laat staan dat wié ook iets kan zeggen met recht en wetenschap over wat God behelst.

Dié bescheidenheid zou mensen ertoe moeten brengen om elkaar, mensen, wie ook, als gelijkwaardigen te beschouwen.

Wie zoekt naar mensenrechten in Koran, ziet dat ongelovigen ook als dieren worden beschreven. Zij zijn geen mensen. Het begrip “mensenrechten” past niet bij islam. Zie ook onder meer sura 8, pagina 201, vers 21 en 22:

“En weest niet als zij, die zeiden: ‘Wij hebben gehoord’, terwijl zij toch niet hoorden. De slechtste dieren bij God zijn de doven en de stommen die geen begrip hebben”.

De hoop wordt uitgesproken, dat meer mensen studie gaan maken van allereerst de bijbel en van de Koran om beter te begrijpen in welke tijd wij leven.

Nieuwegein, 8 december 2014

P.B.Ph.M. Bogaers

De Koran, uit het Arabisch vertaald door Prof. Dr J.H. Kramers, bewerkt door Drs. Asad Jaber en Prof. Dr Johannes J.G. Jansen, uitgave in Rainbow, september 2013, ISBN: 978 90 417 0598 3, 1992/1997 BV Uitgeverij De Arbeiderspers, Amsterdam, subtitel: “De Koran, leesbaar gemaakt voor de Islam-ontdekker”, 879 pagina’s € 10,–

 Zie ook diens eerdere bijdrage