fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Katholiek en het milieu: de natuur is er voor de mens

KN Redactie 17 juni 2015
image

Gods primaatschap was voor paus Benedictus XVI een prioriteit van zijn pontificaat. Het herinnert ons eraan dat de realiteit kenbaar is en dat de menselijke rede moet worden gebruikt: de rede die in staat is de logos te herkennen, de objectieve rede die zichzelf manifesteert in de natuur.

Rationaliteit van de schepping
Volgens het gezegde fides quaerens intellectum moedigt het geloof, verre van de rede te hinderen, deze aan zich te verwonderen over de wereld, omdat de rationaliteit van de schepping de eerste boodschap is van de schepper aan zijn schepsel. De eigen orde van de schepping, haar logos, is de reflectie in haarzelf van de goddelijke Logos, de Schepper-Geest.

Gods wijsheid
In 2006 preekte Benedictus dat “de wereld niet door zichzelf bestaat; ze wordt in het bestaan geroepen door de creatieve Geest van God, door het creatieve Woord van God. Daarom weerspiegelt Pinksteren ook Gods wijsheid. In haar breedte en in de alwetende logica van haar wetten, staat Gods wijsheid ons toe een glimp van zijn Schepper-Geest op te vangen. “Het is een wonderlijk werk van de Schepper dat een grammatica bevat die doelen en criteria uiteenzet voor een wijs gebruik, geen roekeloze uitbuiting”, schrijft Benedictus in Caritas in Veritate.

Heidens
Sommige radicale milieubewegingen, zoals die, die omarmen wat vaak deep ecology wordt genoemd (die de mens ziet als deel van de natuur, zonder bijzondere positie – red.), leiden hun inspiratie duidelijk af uit een heidens pantheïsme, dat voert naar een vergoddelijking van de natuur. De rede wordt onderdrukt en doet afstand van haar rol en waardigheid.
Maar in feite is, zoals Benedictus bevestigde, “de overwinning van de rede over redeloosheid (…) ook een doel van het christelijk leven”. Verlicht door het geloof maakte de rede het mogelijk de wereld niet langer als goddelijk te beschouwen. Het hielp de mens op te houden de elementen (aarde, lucht en water), de sterren, de planten en de dieren als mythische wezens of als veelvoudige kanten van ‘de godheid’ te aanbidden.

De aarde vergoddelijkt
De huidige ideologie van ecologisme verandert de natuur in een cultus: niet de natuur zoals vermenselijkt door de mens, door zijn kennis en werk, maar veeleer een entiteit die vóór hem bestond en zonder de mens kan bestaan. De planeet wordt beschouwd als een goddelijk geestelijk wezen – de beroemde aarde-moeder godin Gaia – waartoe we ons kunnen richten door verschillende kanalen, elementaire krachten en de levenskracht. De vastbeslotenheid een te worden met de kosmos, alle onderscheid kwijt te raken, leidt tot een afwijzing van de rede en het kritisch denken, die de krachten zouden zijn die schuldig zijn aan de beschadiging van de planeet. Zo overwint redeloosheid; mensen vieren instinct, emotie, intuïtie en uiteindelijk irrationaliteit.

De mens ontheiligd
Als wij de extremen waar deze trend toe kan leiden helder willen zien, moeten christenen in staat zijn om de invloed ervan op te merken en de grondlijnen ervan te herkennen. In deze tweeslag is het cruciaal om de ideologische achtergrond bloot te leggen die bepaalde termen informeert.

UNESCO Earth Charter
Met betrekking tot ecologie is het bijvoorbeeld moeilijk om alle aannames te onderschrijven van het Earth Charter Initiative, een internationale verklaring die verondersteld wordt de principes uiteen te zetten van de bescherming van het milieu en van de menselijke ontwikkeling. Afgekondigd door de UNESCO in maart 2000, verklaart de preambule van het charter dat “de mensheid deel is van een uitgestrekt zich ontwikkelend universum. De aarde, ons thuis, leeft met een unieke gemeenschap van leven”. De mens zou dus de rechten van de natuur moeten erkennen en zich moeten onderwerpen aan de ecologische imperatief. Met dit perspectief zien we hoe de aarde uiteindelijk wordt vergoddelijkt en de mens ontheiligd.

De taal van het Evangelie
Volgens het oude adagium vera vocabula rerum amisimus, ‘we zijn de ware betekenis van woorden kwijtgeraakt’, is onze woordenschat niet neutraal. Zouden christenen de nieuwe taal eenvoudigweg moeten aannemen, die ad hoc ontworpen lijkt te zijn, en riskeren dat de christelijke boodschap overkomt als onspecifiek en zonder originaliteit? Natuurlijk, de taal van het Evangelie ontsnapt aan alle conformisme! Natuurlijk, de Kerk heeft een boodschap over het milieu. Ze heeft over de schepping en haar betekenis gereflecteerd, en daaropvolgend over de relatie ervan tot God. Er liggen meer dan een paar nuances ten grondslag aan de verschillende betekenissen van uitdrukkingen zoals ‘het redden van de planeet’ en ‘het respecteren van de schepping’, en tussen ‘duurzame ontwikkeling’ en ‘integrale menselijke ontwikkeling’.

De mens is juweel van de schepping
De ecologische crisis komt ook voort uit een antropologische crisis. De mens beoordeelt zijn ware identiteit verkeerd en dus zijn plaats in relatie tot God en andere schepselen. Die zijn er voor de mens en de mens is er voor God. Het negeren van deze hiërarchie van wezens, die is afgeleid uit hun betekenis, leidt tot verwoestende houdingen ten opzichte van de natuur.
In de bijbelse visie op de schepping staat duidelijk de mens centraal: hij is het juweel van de schepping omdat God hem naar zijn beeld en gelijkenis heeft geschapen.

De plaats van de mens
Deze mens is een persoon, een wezen dat zich verhoudt, dat in staat is God te kennen en lief te hebben. De mens behoort ook tot de orde van de schepping, omdat ook hij het leven ontving. De Bijbel introduceert bij ons een welgevallige God die een relatie aangaat met zijn schepsel. Deze relatie impliceert een wezen dat naast het enige wezen dat in staat is de natuur te verwoesten, ook het enige is die de betekenis en waarde kan geven die God bedoelde. Dat is de essentiële plaats van de mens in de kosmos.

‘Een soort openbaring van God’
De mens is niet zomaar een soort onder andere. Zoals we lezen in de pastorale constitutie over de Kerk in de moderne wereld van het Tweede Vaticaans Concilie, Gaudium et Spes: “Gelovigen en ongelovigen zijn het er bijna unaniem over eens, dat alles op aarde betrokken dient te worden op de mens, als het middelpunt en hoogtepunt daarvan.” De mens is “op aarde het enige schepsel (…) dat om zichzelf door God is gewild” en om geen enkele andere reden. De mens is God niet, maar hij is geschapen naar diens eigen beeld. Daaruit volgt dat er “in mensen een soort openbaring van God is”.

Begin en einde
De bijbelse visie is dus ook erg Godgericht. God staat aan het begin en einde van alles en schept de mens zo dat deze God kan kennen en kan bestaan voor Hem. In Genesis zien we dat God een biodiversiteit schept naar het beeld van zijn eigen rijkdom, in een werk van scheiden en versieren dat, volgens de dagen, een duidelijk onderscheid maakt tussen de koninkrijken (anorganisch, plantaardig en dierlijk), terwijl hij hen ordent. Dan, aan het einde (de zesde dag), komt de mens en hij krijgt een speciale behandeling. Daarbij, de mens zelf wordt ontworpen om op de zevende dag bij God te blijven en met Hem te rusten.

‘Ware ecologie’
Het is onmogelijk je een authentieke ecologie voor te stellen, anders dan een waarin de mens centraal staat en niet simpelweg de aarde. Dus vereist de bescherming van de natuur de bescherming van de mens. “Een ware ecologie kan enkel menselijk zijn. Ze respecteert niet alleen de natuur, maar ook alle mensen en de mens in al zijn dimensies.” We kunnen de natuur nooit beschouwen als belangrijker dan de menselijke persoon.

Mgr. Dominique Rey is bisschop van Fréjus-Toulon in Frankrijk. Dit artikel is een fragment uit zijn boek ‘Catholicism, Ecology, and the Environment: A Bishop’s Reflection’, dat werd uitgegeven bij het Acton Institute. Zie www.acton.org en www.catholicenvironment.com.