fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Non possumus. De gezinssynode was een scheidingssynode

KN Redactie 16 november 2015
image

Het document heeft alleen een adviserend karakter en geen leerstellige betekenis.

Tijdbommen

Bij de synode zijn echte nieuwe leerlingen van Mozes en neo-farizeeërs opgetreden die in de paragrafen 84-86 over de toelating van hertrouwd gescheidenen een achterdeur opengezet of tijdbommen geplaatst hebben. Tegelijk werden de bisschoppen die onverschrokken "de trouw aan Christus en Zijn waarheid” (paus Johannes Paulus II, apostolische brief Familiaris Consortio, 84) verdedigd hebben, ten onrechte door enige media als farizeeërs weggezet.

Voorwendsel

De nieuwe leerlingen van Mozes en de nieuwe farizeeërs hebben bij de laatste synodebijeenkomsten (2014 en 2015) hun praktische loochening van de onontbindbaarheid van het huwelijk en hun per geval opheffen van het zesde gebod onder voorwendsel van barmhartigheid versluierd door het gebruik van uitdrukkingen als "weg van onderscheiding", "begeleiding", "beoordeling door de bisschop", "dialoog met de priester", "forum internum", "een meer volledige integratie in het leven van de Kerk" om de toerekenbaarheid van het samenwonen in geval van onregelmatige verbintenissen waar mogelijk op te heffen (vgl. eindrapport, 84-86).

Naïef

Deze passages van het eindrapport bevatten sporen van een nieuwe scheidingspraktijk van neo-Mozaïsche aard, hoewel de redacteuren iedere uitdrukkelijke verandering van de leer van de Kerk handig en sluw vermeden hebben. Zo konden alle deelnemers, zowel de vertegenwoordigers van de zogenaamde Kasper-agenda als ook hun tegenstanders zich publiek
tevreden tonen: "Alles is in orde. De synode heeft de leer niet gewijzigd." Deze mening is echter nogal naïef, omdat ze over de achterdeur en de dreigende tijdbommen in de genoemde passages heen kijkt, die evident worden als men de tekst aandachtig onderzoekt vanuit zijn eigen interne interpretatie-criteria.

Dubbelzinnig

Ook al wordt in verband met een "weg van onderscheiding" het "berouw" genoemd (eindrapport 85) de tekst blijft toch grotendeels dubbelzinnig. Volgens de meer dan eens herhaalde uitspraken van kardinaal Kasper en geestverwante mannen van de Kerk, heeft dit berouw betrekking op de zonden die men begaan heeft ten koste van de echtgenoot in het eerste, het geldige huwelijk, maar in generlei wijze op de huwelijkse samenleven met de nieuwe partner, waarmee men burgerlijk getrouwd is.

Onthouding

Dubbelzinnig blijft ook de verzekering in paragrafen 85 en 86 van het eindrapport dat deze onderscheiding in overeenstemming met de leer van de Kerk en volgens een bepaald gewetensoordeel moet verlopen. Kardinaal Kasper en gelijkgezinde clerici hebben herhaald en nadrukkelijk verzekerd dat de toelating van de gescheidenen en burgerlijk hertrouwden tot de H. Communie niet raakt aan het dogma van de onontbindbaarheid en de sacramentaliteit van het huwelijk. Ze hebben echter ook verklaard dat een gewetensoordeel ook dan als correct moet worden aanvaard als de hertrouwd gescheidenen verder echtelijk blijven samenleven, zonder dat van hen een leven van volledige onthouding, als broer en zus, verlangd wordt.

Familiaris Consortio

De redacteuren hebben in paragraaf 85 van het eindrapport weliswaar de beroemde paragraaf 84 van de apostolische brief Familiaris Consortio van paus Johannes Paulus II aangehaald, maar de tekst gecensureerd, door de volgende beslissende formulering weg te laten: "Het sacrament van de eucharistie kan alleen hun worden toegestaan die zich verplichten volledig in onthouding te leven, dat wil zeggen, alle daden vermijden die aan echtelieden zijn voorbehouden." Deze kerkelijke praktijk steunt op de schriftelijke en door de traditie overgeleverde goddelijke openbaring van het woord van God. Zij is uitdrukking van een traditie die vanaf de apostelen ononderbroken is, die voor alle tijden onveranderlijk blijft. De H. Augustinus bevestigde al: "Wie de overspelige vrouw verstoot en een andere vrouw trouwt, hoewel de eerste nog leeft, bevindt zich in een permanente situatie van echtbreuk. Hij doet geen effectieve boete, mocht hij weigeren om de nieuwe vrouw te verlaten. Is hij geloofsleerling dan kan hij niet tot de doop worden toegelaten, omdat zijn wil geworteld blijft staan in het kwaad. Als hij een (gedoopte) penitent is, dan kan hij geen kerkelijke verzoening ontvangen, zolang hij geen einde maakt aan zijn zondige gedrag". (De adulteriis coniugiis 2,16). Inderdaad geeft de in paragraaf 85 van het eindrapport opzettelijk weggecensureerde deel van de leer van Familiaris Consortio voor elke gezonde hermeneutiek de ware interpretatiesleutel tot begrip van de passage over de hertrouwd gescheidenen (84-86).

Plaag van de scheiding

In onze tijd wordt een permanente en alomtegenwoordige ideologische druk door de massamedia uitgeoefend, die zich aan het door antichristelijke wereldmachten opgedrongen denken aanpassen met het doel zich te ontdoen van de waarheid van de onontbindbaareid van het huwelijk, doordat zij het heilige karakter van deze goddelijke instelling banaliseren met de verbreiding van de anticultuur van de scheiding en het ongehuwd samenwonen. Al vijftig jaar geleden verklaarde het Tweede Vaticaans Concilie dat de moderne tijden door de plaag van de scheiding geïnfecteerd zijn (vgl. Gaudium et Spes 47). Hetzelfde concilie stelde vast dat het christelijke huwelijk "door het sacrament van Christus is geheiligd en daarom nooit door echtbreuk of echtscheiding mag worden ontwijd" (Gaudium et Spes 49).

Alarmerend

De profanering van het "grote geheim" (Ef. 5,32) van het huwelijk door echtbreuk en echtscheiding heeft een enorme omvang en een alarmerend groeiritme aangenomen, niet alleen in de burgerlijke samenleving maar ook onder katholieken. Als de katholieken door echtscheiding en echtbreuk in theorie of praktijk de in het zesde gebod uitgedrukte wil van God minachten, stellen zij zich aan een groot geestelijk gevaar bloot: het verlies van het eeuwige heil.

Berouw

De barmhartigste door de herders van de Kerk te verrichten handelwijze is deze mensen op dit gevaar opmerkzaam maken met een heldere - en tegelijk liefdevolle - vermaning dat het noodzakelijk is om het zesde gebod van God geheel te aanvaarden. Ze moeten de dingen bij hun juiste naam noemen, doordat ze vermanen: "echtscheiding is echtscheiding", "echtbreuk is echtbreuk", en "wie bewust en uit eigen initiatief zware zonden tegen de geboden van God begaat - in dit geval tegen het zesde gebod - en zonder berouw sterft, zal voor eeuwig verdoemd en voor altijd uit het rijk van God verbannen zijn."

Johannes Paulus II

Het ware werken van de heilige Geest bestaat in een vermaning en opwekking zoals Christus heeft geleerd: "En als hij komt zal hij de wereld overtuigen (en onthullen), wat zonde, gerechtigheid en oordeel is" (Joh 16,8). Doordat hij het werken van de heilige Geest als "overtuigen van de zonde" verklaarde, stelde Johannes Paulus II vast: "Elke zonde waar en wanneer die ook begaan werd, wordt betrokken op het kruis van Christus - en zo indirect op de zonde van elk die 'niet aan hem geloofd hebben', doordat ze Jezus Christus tot de dood aan het kruis veroordeeld hebben" (encycliek Dominum et Vificantem 29). Zij die een echtelijk leven leiden met een partner die niet hun rechtmatige echtgenoot is, zoals in het geval van gescheiden en burgerlijk hertrouwde personen, wijzen de wil van God af. Hen overtuigen van de eigen zonde overtuigen is een door de heilige Geest bewerkt en door Jezus Christus bevolen werk, wat het tot een uitgesproken pastoraal en barmhartig werk maakt.

Anti-pastoraal

Het eindrapport van de synode laat ongelukkigerwijze na de hertrouwd gescheidenen van hun zonde te overtuigen. Integendeel, onder het voorwendsel van de barmhartigheid en van een vals begrip van zielzorg hebben deze synodevaders die de theorieën hebben ondersteund in de paragrafen 84-86 van het eindrapport, geprobeerd de toestand van geestelijk gevaar, waarin de hertrouwd gescheidenen zich bevinden, te versluieren.

Werkelijk wordt hun gezegd dat hun zonde van echtbreuk geen zonde is en niet als echtbreuk kan worden aangeduid. Minstens is het geen zware zonde en hun levenssituatie bergt geen geestelijk gevaar in zich. Een dergelijke houding van de herders staat in directe tegenspraak met het werken van de heilige Geest en is daarom anti-pastoraal, het werk van valse profeten op wie de volgende woorden van de heilige Schrift toegepast kunnen worden: "Wee degenen die het kwade goed noemen en het goede kwaad, die het licht tot duisternis maken en het duister tot licht, die van zoet bitter maken en van bitter zoet. (Jes 5,20), en "Je profeten hebben je bedrogen met valse visioenen – hadden ze maar je wandaden onthuld om je lot nog te keren! Ze hebben je valse orakels verkondigd om je te misleiden. (Klaagliederen 2,14). Aan deze bisschoppen zou de apostel Paulus vandaag zonder enige twijfel deze woorden richten: "Schijnapostelen zijn het, oneerlijke arbeiders. Maar zij vermommen zich als apostelen van Christus." (2 Kor 11,13).

Misleidend

De tekst van het eindrapport verzuimt niet alleen hen die gescheiden en burgerlijk hertrouwd zijn ondubbelzinnig hun overspelige werkelijkheid en daardoor van het zwaarwegend zondige karakter van hun levenswijze bewust te maken. Indirect rechtvaardigt die het doordat het de kwestie uiteindelijk toewijst aan het individuele geweten en valselijk de morele grondslag van de ontoerekenbaarheid toepast op het samenleven van hertrouwd gescheidenen. De toepassing van deze grondslag op een stabiele, duurzame en openlijke situatie is onterecht en misleidend.

Persoonlijk geweten

Van vermindering van de subjectieve verantwoordelijkheid is alleen dan sprake als de partners het vaste voornemen hadden in volledige onthouding te leven en daartoe eerlijke inspanningen te doen. Zolang ze opzettelijk in een zondig bestaan volharden, kan er geen vermindering van toerekenbaarheid zijn. Het eindbericht geeft daarentegen de indruk te willen suggereren als zou een openlijke situatie van echtbreuk - zoals in het geval van gescheidenen die burgerlijk hertrouwd zijn - geen onontbindbare sacramentele echtverbintenis schenden, als zou het in elk geval geen doodzonde of zware zonde vormen, en zou het daarbij ten slotte om een zaak van het persoonlijke geweten gaan. Dat is echter meer in overeenstemming met het protestantse beginsel van het subjectieve oordeel in geloofsvragen en de discipline en een geestelijk aansluiten bij de valse theorie van de 'fundamentele optie' die door het leergezag al veroordeeld werd (vgl. paus Johannnes Paulus II, Veritatis Splendor 65-70).

Onontbindbaarheid

De herders van de Kerk zouden niet in de geringste mate een cultuur van de echtscheiding onder de gelovigen moeten bevorderen. Ook het kleinste begin van toegeven tegenover de praktijk of de theorie van echtscheiding zou vermeden moeten worden. De Kerk als geheel zou een overtuigend en sterk getuigenis voor de onontbindbaarheid van het huwelijk moeten geven. Paus Johannes Paulus II heeft de echtscheiding een "kwaad" genoemd dat "meer en meer ook katholieke gebieden aantast", en dat "dit probleem onverkort bestreden" moet worden (Familiaris Consortio, 84).

Bekeren

De Kerk moet de hertrouwd gescheidenen met liefde en geduld helpen om hun zonde te erkennen en zich van ganser harte tot God te bekeren doordat zij gehoor geven aan zijn heilige wil, zoals het zesde gebod het aangeeft. Zolang ze doorgaan een publiek antigetuigenis tegen de onontbindbaarheid van het huwelijk te leveren en zolang ze bijdragen aan de verbreiding van een cultuur van de echtscheiding kunnen zij in de Kerk niet die liturgische, catechetische en institutionele diensten verrichten die op grond van hun eigen aard een publieke levenswijze vergen die met de geboden van God overeenkomt.

Ideologisch programma

Het spreekt vanzelf dat openlijke overtreders van het vijfde en zevende gebod, zoals uitbaters van een abortuskliniek of leden van een corruptienetwerk noch de heilige Communie kunnen ontvangen noch tot openbare liturgische of catechetische diensten toegelaten worden. Evenzo kunnen ook zij die publiek het zesde gebod schenden, zoals hertrouwd gescheidenen, niet toegelaten worden tot de dienst van lector, doopouder of catecheet. Natuurlijk moet de zwaarte van het kwaad onderscheiden worden dat veroorzaakt wordt door hen die openlijk abortus en corruptie bevorderen en dat wat voortkomt uit de echtbreuk van gescheiden personen. Men kan die niet op hetzelfde niveau stellen. Doordat men de toelating van hertrouwd gescheidenen als doopouders of catecheten voorstaat, doet men de kinderen echter ten slotte geestelijk geen goed, men instrumentaliseert die voor een bepaald ideologisch programma. Dat is een onfatsoenlijke houding en men maakt de instelling van het doopouderschap belachelijk en die van catecheten die door een publieke belofte de taak van geloofsopvoeding op zich genomen hebben.

Naastenliefde

Als de hertrouwd gescheidenen doopouders of catecheten zouden zijn, zou hun leven voortdurend hun woorden weerspreken, en daarom zou voor hen de vermaning van de heilige Geest door de apostel Jacobus gelden: "Hoor het woord niet alleen maar aan, maar handel ernaar: anders bedriegt gij uzelf" (Jac. 1,22). Helaas vraagt paragraaf 84 van het eindrapport om de toelating van de hertrouwd gescheidenen tot liturgische, pastorale en onderrichtstaken. Dit voorstel betekent een indirecte ondersteuning van een cultuur van de scheiding alsook de feitelijke loochening van een objectief zondige levensstijl. Paus Johannes Paulus II had echter voor hen slechts de volgende mogelijkheden voor deelname aan het kerkelijke leven, met als doel een werkelijke ommekeer te vergemakkelijken: "Zij moeten vermaand worden het woord van God te horen, aan het heilig Misoffer deel te nemen, regelmatig te bidden, de gemeente te ondersteunen in haar werken van naastenliefde en initiatieven tot bevordering van de gerechtigheid, de kinderen in het christelijke geloof op te voeden en zich toe te leggen op geest en werken van boetedoening, om zo van dag tot dag de genade van God voor zich naderbij te brengen. (Familiaris Consortio, 84).

Uitsluiting

Er moet een gezonde ruimte voor uitsluiting blijven (van niet-toelating tot de sacramenten en tot de liturgische en catechetische diensten) om de hertrouwd gescheiden personen te herinneren aan hun werkelijke, zwaarwegende en gevaarlijke geestelijke situatie en om tegelijk in hun zielen een houding van deemoed, gehoorzaamheid en verlangen naar een werkelijke bekering te bevorderen. Deemoed betekent moed tot waarheid en alleen die zich deemoedig aan God onderwerpen kunnen zijn genaden ontvangen.

Huwelijkssacrament

Gelovigen die nog niet bereid zijn een einde te maken aan hun situatie van echtbreker en die het nog aan de noodzakelijke wil daartoe ontbreekt, moeten geestelijk bijgestaan worden. Hun situatie ten aanzien van het boetesacrament lijkt op een soort 'catechumenaat'. Alleen zij kunnen het sacrament van de biecht ontvangen dat door de traditie van de Kerk "tweede doop" of "tweede boete" genoemd wordt, die vastbesloten zijn om aan hun overspelig samenleven een einde te maken en om openbare aanstoot te vermijden, zoals de catechumenen dit doen, de doopkandidaten. Het eindrapport laat na de hertrouwd gescheidenen te vermanen om hun toestand van openlijke zondigheid te erkennen en ziet er vanaf hen daartoe te bemoedigen om met de geest van het geloof hun niet-toelating tot de sacramenten en tot de algemene liturgische en catechetische diensten te aanvaarden. Zonder deze realistische en deemoedige erkenning van de eigen geestelijke situatie is er geen werkelijke vooruitgang naar een authentieke christelijke inkeer, die in het geval van hertrouwd gescheidenen bestaat uit een leven van volledige onthouding, waarbij ze ophouden tegen de heiligheid van het huwelijkssacrament te zondigen en openlijk ongehoorzaam te zijn aan het zesde gebod van God.

Herders

De herders van de Kerk en vooral de openbare teksten van het leergezag moeten zich op uiterst heldere wijze uitdrukken, want dit kenmerkt wezenlijk de eigenlijke opdracht van wie ambtshalve het leergezag uitoefenen. Christus eist van al zijn leerlingen zo te handelen. "Uw ja zij ja, uw neen een neen; al het andere komt van de Boze" (Mt 5,37). Dat geldt te meer wanneer de herders van de Kerk prediken of als het leergezag spreekt in een nieuw document.

'Kwaad van de scheiding'

In de paragrafen 84-86 maakt het eindrapport helaas een zwaarwegende afwijking van dit goddelijke gebod. Op de aangehaalde plaatsen wordt niet direct de toelating van de hertrouwd gescheidenen tot de heilige Communie gevraagd, maar zelfs vermeden te spreken van de 'heilige Communie' of de 'sacramenten'. De tekst gebruikt als tactisch middel op verwarrende wijze dubbelzinnige formuleringen als "een vollediger deelname aan het leven van de Kerk" en "onderscheiding en integratie". Met zulke methoden plaatst het eindrapport feitelijk tijdbommen en zet het een achterdeur open waarlangs de hertrouwd gescheidenen tot de heilige Communie toegelaten kunnen worden. Daarmee profaneert het de beide grote sacramenten van het huwelijk en van de eucharistie, en draagt bij, minstens indirect, tot een cultuur van de scheiding en daarmee tot de uitbreiding van het "kwaad van de scheiding" (Gaudium et Spes, 47)

Dwaling

Een opmerkzaam lezen van de tot misverstanden leidende passage van het eindrapport, die 'Onderscheiding en integratie' als kopje draagt, wekt de indruk van een met handigheid en scherpzinnigheid uitgewerkte dubbelzinnigheid. De volgende woorden van de heilige Ireneüs uit diens werk Adversus Haereses komen op: "Evenzo zal hij die het richtsnoer van de waarheid onwankelbaar die hij bij de doop ontvangen heeft, weliswaar de namen en zinswendingen en parabels uit de Schriften herkennen, maar niet hun godslasterlijke hersenspinsels aanvaarden. Weliswaar zal hij de mozaïeksteentjes herkennen, maar de vos niet voor het beeld van de koning houden. Hij zal elk van de uitspraken op de plaats zetten waar die hoort en die inlijven bij het lichaam van de waarheid, maar hun fantasiebouwsels onthullen en afdoen als zinloos. Omdat echter aan dit theaterstuk nog het slot ontbreekt, doordat iemand die door hun fabulaties te verklaren ze doorprikt, zo houden wij het voor juist eerst uiteen te zetten hoe de vaders van deze sagen van elkaar afwijken omdat ze uit verschillende geesten van dwaling stammen. Daaruit kan men al duidelijk afleiden, nog voor hun dwaling is onthuld, dat alleen de door de Kerk verkondigde waarheid betrouwbaar is, hun leugentaal echter vals." (I, 9, 4-5)

Onveranderlijke waarheid

Het eindrapport schijnt aan de autoriteiten van de plaatselijke Kerk het oplossen over te laten van de kwestie van de toelating van de hertrouwd gescheidenen tot de heilige Communie: "Begeleiding van de priester" en "richtlijnen van de bisschop". De kwestie is in elk geval fundamenteel met het depositum fidei, het geopenbaarde woord van God verbonden. De niet-toelating van de gescheidenen die toestand van openlijke echtbreuk leven, vloeit voort uit de onveranderlijke waarheid van de katholieke geloofswet en derhalve ook uit de wet van de katholieke liturgische praktijk.

'Eén geloof'

Het eindrapport schijnt een kakofonie in te luiden in de leer en orde van de katholieke Kerk, die het wezen van katholiciteit weerspreekt. Er moet herinnerd worden aan de woorden van de heilige Ireneüs over de ware vorm van de Kerk te allen tijd en op iedere plaats.
"Welnu, deze boodschap en dit geloof bewaart de Kerk zoals zij die ontvangen heeft, hoewel zij als gezegd over de hele wereld verspreid is, zorgvuldig, alsof zij in een huis woonde, gelooft hier zo in, alsof zij maar een ziel en een hart had, en verkondigt en geeft haar leer zo eenstemmig door alsof zij maar een mond had. En ook al zijn er op de wereld verschillende talen, toch is de kracht van de overlevering een en dezelfde. De in Germania gevestigde kerken geloven en geven het geloof niet anders door dan in Spanje of bij de Kelten, die in het Oosten of in Egypte, die in Libië of in het midden van de wereld (Rome). Zoals Gods zon in de hele wereld een en dezelfde is, zo dringt ook de boodschap van de waarheid overal door en verlicht alle mensen die tot kennis van de waarheid willen komen. De grootste redenaar onder de voormannen van de Kerk kan niets anders verkondigen, want niemand gaat boven de meester; en ook de zwakbegaafde zal niets van de overlevering weglaten. Er is alleen maar één en hetzelfde geloof, wie veel kan praten kan er niets groter aan maken, wie weinig spreekt er niets aan afdoen." (Adversus haereses I, 10,2)

Concilie van Nicea

Het eindrapport vermijdt in de samenvatting over de hertrouwd gescheidenen systematisch de onveranderlijke grondslag van de hele katholieke traditie, dat zij die in een ongeldige huwelijksverbintenis leven alleen toegelaten worden tot de heilige Communie onder de voorwaarde dat zij beloven in volkomen onthouding te leven en het vermijden openlijk aanstoot te geven. Johannes Paulus II en Benedictus XVI hebben met nadruk deze katholieke grondslag bekrachtigd. Het opzettelijk vermijden deze grondslag in het eindrapport te vermelden en te bekrachtigen kan met de programmatische pogingen van de tegenstanders van het dogma van het concilie van Nicea in de vierde eeuw - de Arianen en de zogenaamde semi-Arianen - vergeleken worden, om het begrip homo-ousio te omzeilen door daarvoor het ene begrip na het andere te bedenken om maar niet de wezensgelijkheid van de zoon van God met God de vader te hoeven erkennen.

Deur geopend

Deze afkeer van een open katholieke belijdenis door een meerderheid van het episcopaat in de vierde eeuw maakte een koortsachtige kerkelijke activiteit los met steeds andere synodes en een veelheid van nieuwe geloofsformules die allemaal een gemeenschappelijk doel hadden om de begripshelderheid van de uitdrukking homo-ousios te vermijden. Op dezelfde manier hebben in onze dagen twee synodes het vermeden met helderheid de grondslag van de hele katholieke traditie te benoemen en te belijden, volgens welke iemand die in een ongeldige huwelijksverbintenis leeft alleen tot de heilige Communie kan worden toegelaten onder de voorwaarde dat hij belooft in volledige onthouding te leven en te vermijden openlijk aanstoot te geven.

Dit wordt ook bewezen door de voor geen misverstand vatbare en directe reactie van de wereldlijke media, alsook door de hoofdvertegenwoordigers van de niet-katholieke praktijk om hertrouwd gescheidenen tot de heilige Communie toe te laten, ongeacht hun volharden in de toestand van openlijke echtbreuk. Kardinaal Kasper, Kardinaal Nichols en aartsbisschop Forte bijvoorbeeld, hebben openlijk verklaard dat men volgens het eindrapport kan aannemen dat op een of andere manier een deur tot de Communie voor de hertrouwd gescheidenen geopend werd. Er is ook een behoorlijk aantal bisschoppen, priesters en leken die jubelen over een "open deur' in het eindrapport. In plaats van de gelovigen naar een heldere en in hoogste mate niet voor misverstanden vatbare leer te leiden, heeft het eindrapport voor een situatie van verneveling, van verwarring, van subjectivisme (het gewetensoordeel over de scheiding en het forum internum) en een onkatholiek particularisme in leer en discipline veroorzaakt en wel in een materie die wezenlijk samenhangt met het door de apostelen overgeleverde geloofsgoed.

Waarheid verduisteren

Wie in onze dagen dapper de heiligheid van het huwelijkssacrament en de eucharistie verdedigen worden als farizeeërs weggezet. Daar echter de logische grondregel van uitgesloten tegenspraak geldig is en het gezonde mensenverstand nog functioneert is het tegendeel waar. Veeleer lijken zij op de farizeeërs die in het eindrapport de goddelijke waarheid verduisteren. Om een overspelig leven met de ontvangst van de heilige Communie in overeenstemming te brengen hebben ze handig nieuwe betekenissen verzonnen, een nieuwe wet van de "onderscheiding en integratie", doordat ze nieuwe menselijke tradities tegen het glasheldere gebod van God invoeren.

Kasper-agenda

Aan de vertegenwoordigers van de zogenaamde Kasper-agenda zijn de woorden van de vleesgeworden waarheid gericht: "Zo maakt ge het woord Gods krachteloos ten gunste van uw overlevering die gij doorgeeft. En ge doet meer van dergelijke dingen.” Zij die tweeduizend jaar lang onvermoeibaar en met grote helderheid over de onveranderlijkheid van de goddelijke waarheid gesproken hebben en dit vaak terwijl zij daarvoor het eigen leven prijs moeten geven, worden vandaag als farizeeërs weggezet: zoals de heilige Johannes de Doper, de heilige Paulus, de heilige Ireneüs, de heilige Athanasius, de heilige Basilius, de heilige Thomas More, de heilige John Fisher, de heilige Pius X om alleen de schitterendste voorbeelden te noemen.

Schande

In de waarneming van zowel de gelovigen als de geseculariseerde openbare mening bestaat het werkelijke resultaat van de synode erin dat men zich feitelijk op alleen de kwestie van de toelating van de hertrouwd gescheidenen tot de heilige Communie concentreerde. Men kan zeggen dat de synode zich in de ogen van de openbare mening als synode van de echtbreuk en niet van het gezin is gebleken. Inderdaad worden alle mooie uitspraken van het eindrapport over huwelijk en gezin in de schaduw gesteld door de dubbelzinnige verklaringen van de passages over de hertrouwd gescheidenen, een kwestie overigens die door het leergezag van de vorige pausen al besloten en opgelost was en wel in trouwe overeenstemming met de tweeduizendjarige leer en praktijk van de Kerk. Het is dus een ware schande dat de katholieke bisschoppen, de opvolgers van de apostelen, synodale bijeenkomsten voor een aanslag hebben gebruikt tegen de constante en onveranderlijke praktijk van de Kerk ten aanzien van de onontbindbaarheid van het huwelijk respectievelijk de niet-toelating van de gescheidenen tot de sacramenten, voor zover deze nog in een echtbrekende verbintenis leven.

Paus Damasus

In zijn brief aan paus Damasus heeft de heilige Basilius een realistisch beeld van de doctrinaire verwarring geschilderd die door de toenmalige kerkelijke vertegenwoordigers gesticht werd die op zoek waren naar een hol compromis en een aansluiting bij de geest van de wereld: "De tradities zijn niet voor niets vastgelegd; de plannen van de vernieuwers zijn mode in de Kerk; er zijn meer bedenkers van listige mechanismen dan theologen; de wijsheid van deze wereld verwerft de hoogste erkenningen en wijst de roem van het kruis af. De ouden klagen als zij het heden met het verleden vergelijken. Nog meer zijn echter de jongeren te beklagen die niet eenmaal weten waarvan ze beroofd werden," (Ep. 90,2)

Heilige Basilius

In een brief aan paus Damasus en de bisschoppen van het westen beschreef de heilige Basilius de in de Kerk heersende verwarring: "De wetten van de Kerk zijn een prooi van de verwarring. De ambitie van de mensen die geen vreze Gods hebben, laat hen naar de hoogste posten springen, die nu allemaal als buit van de goddeloosheid bekend staan. Het resultaat is: hoe meer een mens tegen de ware leer lastert, hoe meer men hem voor het bisschopsambt geschikt acht. De klerikale waardigheid is een zaak van het verleden. Er is geen nauwkeurige kennis van het kerkrecht meer. Er heerst volledige onverschilligheid in het zondigen; wie een bepaalde plaats door de gunst van de mensen bereikt heeft, is gedwongen zich dankbaar te betonen door voortdurend toegeeflijkheid tegenover de wetsovertreders te tonen. Ook het juist oordeel is een zaak van het verleden en ieder handelt naar de begeerte van zijn hart. Wie autoriteit bezit, heeft angst te spreken, wie macht heeft verkregen dankzij menselijke belangen is de slaaf van hen aan wie hij zijn bevordering te danken heeft. En het eisen van de ware rechtgelovigheid wordt in enige kringen als gelegenheid opgevat elkaar nu aan te vallen; de mensen verbergen hun slechte wil en eisen dat hun vijandig gedrag in werkelijkheid uit liefde voor de waarheid voortkomt. Terwijl de ongelovigen lachen worden de mensen die zwak in het geloof staan geschokt, het geloof is onzeker, de zielen zinken weg in onwetendheid omdat degene die het woord misbruiken de waarheid imiteren. De beste onder de leken vermijden de kerken als scholen van kwaad en verheffen in de woestijn onder kreunen en tranen in gebed hun handen ten hemel, tot hun Heer. Het van de vaderen ontvangen geloof, waarvan wij weten dat het door het teken van de apostelen is gekenmerkt, met dat geloof stemmen wij in, zoals met alles wat in het verleden canoniek en rechtmatig verkondigd is" (Ep 92,2)

Genaden van kracht en moed

Elke tijd van verwarring in de geschiedenis van de Kerk is tegelijk een mogelijkheid om grote genaden van kracht en van moed te ontvangen, en waarin er gelegenheid is te getuigen van de eigen liefde voor Christus, de vleesgeworden waarheid. Aan Hem heeft iedere gedoopte, elke priester en elke bisschop onverbrekelijke trouw beloofd, ieder naar zijn stand: door de doopbelofte, de priesterlijke gelofte en de plechtige gelofte van de bisschopswijding. Inderdaad heeft elke kandidaat van het bisschopsambt beloofd: "Ik zal het door de apostelen overgeleverde geloofsgoed, dat altijd en overal in de Kerk werd doorgegeven, zuiver en onverkort bewaren". De dubbelzinnigheid die in de samenvatting van het eindrapport over de hertrouwd gescheidenen zit, weerspreekt de hier weergegeven plechtige bisschoppelijke gelofte. Desondanks zouden alle in de Kerk, van de eenvoudige gelovigen tot aan de bekleders van het leerambt moeten zeggen: Non possumus!

Ik zal nooit een vaag gepraat noch een handig gecamoufleerde achterdeur ter profanering van het sacrament van het huwelijk en de eucharistie aanvaarden. Net zomin zal ik aanvaarden dat men zich vrolijk maakt over het zesde gebod van God. Liever word ik uitgelachen en vervolgd, dan dat ik dubbelzinnige teksten en oneerlijke methodes aanvaard. Ik geef de voorkeur aan het glasheldere "gelaat van Christus, de waarheid, boven het met edelstenen getooide beeld van de vos" (H. Ireneüs), "want ik weet wie ik geloof geschonken heb", Scio cui credidi. (2 Tim 1,12)

2. November 2015
+ Athanasius Schneider

Mgr. Schneider is hulpbisschop van het aartsbisdom van de allerheiligste maagd Maria in Astana. Hij schreef deze bijdrage in het Engels voor het weblog Rorate Caeli. Op het weblog van pastoor Mennen is een vertaald interview met mgr. Schneider over de gezinssynode te vinden.