<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

We moeten bidden. En voor elkaar bidden

KN Redactie 30 oktober 2015
image

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Bij de algemene audiënties zijn vaak personen of groepen aanwezig die tot andere godsdiensten behoren; vandaag is hun aanwezigheid heel bijzonder, namelijk om gezamenlijk te herdenken dat het vijftig jaar geleden is dat de verklaring Nostra Aetate van het Tweede Vaticaans Concilie over de betrekkingen van de katholieke Kerk met de niet-christelijke godsdiensten werd afgegeven.

Paus Paulus VI

Dit onderwerp lag de zalige paus Paulus VI zeer na aan het hart; op het pinksterfeest van het jaar daarvoor, aan het einde van het Concilie, richtte hij het Secretariaat voor de Niet-christenen op, tegenwoordig de Pauselijke Raad voor de Interreligieuze Dialoog. Daarom spreek ik hier mijn dankbaarheid uit en een hartelijk welkom aan personen en groepen van andere godsdiensten, die vandaag hier aanwezig hebben willen zijn, en heel speciaal aan de velen die van ver zijn gekomen.

Contact met het hart

Het Tweede Vaticaans Concilie was een bijzondere periode van reflectie, dialoog en gebed om de kijk van de katholieke Kerk op zichzelf en op de wereld te vernieuwen. Het was een lezing van de tekenen des tijds teneinde op basis van een dubbele trouw – trouw aan de kerkelijke traditie en aan de geschiedenis van de mannen en vrouwen van onze tijd – een en ander bij de tijd te brengen. In feite maakt God, die zich in de schepping en in de geschiedenis heeft geopenbaard, die heeft gesproken door de profeten en volledig in zijn mens geworden Zoon (vgl. Heb. 1,1), contact met het hart van elk menselijk wezen dat de waarheid zoekt en de mogelijkheden om haar te kunnen toepassen.

Jezus, de enige Verlosser

De boodschap van de verklaring Nostra Aetate is nog altijd actueel. Ik zal er enkele punten van opsommen:
– de toenemende onderlinge afhankelijkheid van de volken (vgl. n. 1);
– de zoektocht van de mens naar de zin van het leven, van het lijden, van de dood, vragen die ons altijd op onze weg begeleiden (vgl. n. 1);
– de gemeenschappelijke oorsprong en het gemeenschappelijke doel van de mensheid (vgl. n. 1);
– het unieke van de menselijke familie (vgl. n. 1);
– de godsdiensten als de zoektocht naar God of naar het Absolute, bij de verschillende volken en culturen (vgl. n. 1);
– de welwillende blik en interesse van de Kerk op de godsdiensten: zij verwerpt niets wat daarin schoon en waar is (vgl. n. 2);
– de Kerk kijkt met eerbied naar de gelovigen van alle godsdiensten, en zij waardeert hun spirituele en morele inzet (vgl. n. 3);
– de Kerk, die openstaat voor de dialoog met allen, is tegelijkertijd trouw aan de waarheid waarin zij gelooft, te beginnen met die dat de verlossing die aan allen wordt aangeboden haar oorsprong vindt in Jezus, de enige Verlosser, en dat de Heilige Geest aan het werk is, de bron van vrede en liefde.

Assisi

Er zijn veel gebeurtenissen, initiatieven, institutionele of persoonlijke contacten geweest de laatste vijftig jaar met de niet-christelijke godsdiensten, zodat het moeilijk is om ze allemaal te noemen. Een zeer belangrijke gebeurtenis was de ontmoeting van Assisi op 27 oktober 1986. Deze was gewild en bevorderd door de H. Johannes Paulus II, die een jaar eerder, nu dus dertig jaar geleden, in een toespraak tot jonge moslims in Casablanca de hoop had uitgesproken dat alle mensen die in God geloofden de vriendschap en de eenheid tussen de mensen en de volkeren zouden bevorderen (19 augustus 1985). De vlam, die toen werd aangestoken in Assisi heeft zich over de hele wereld verspreid en vertegenwoordigt een blijvend teken van hoop.

De christenen en de Joden

We moeten God in het bijzonder dankzeggen voor de werkelijke en authentieke verandering die er in deze vijftig jaar is opgetreden in de betrekkingen tussen de christenen en de Joden. Onverschilligheid en tegenstellingen zijn omgeslagen in samenwerking en welwillendheid. Van vijanden en vreemden zijn we vrienden en broeders geworden. Het Concilie, met de verklaring Nostra Aetate, heeft de weg gebaand: “ja” tegen de herontdekking van de Joodse wortels van het christendom; “nee” tegen elke vorm van antisemitisme en veroordeling van elke vorm van belediging, discriminatie en vervolging die daar uit voortvloeit.

De moslims

Gemeenschappelijke kennis, wederzijds respect en waardering vormen de weg, die niet alleen en op bijzondere wijze geldt voor de betrekkingen met de Joden, maar naar analogie ook voor de betrekkingen met de andere godsdiensten. Ik denk met name aan de moslims, die – zoals het Concilie zegt – “de éne God aanbidden die leeft en in zichzelf bestaat, die barmhartig is en almachtig, schepper van hemel en aarde, en die gesproken heeft tot de mensen” (Nostra Aetate, 5). Zij verwijzen naar het vaderschap van Abraham, vereren Jezus als profeet, eren zijn moeder, de Maagd Maria, zij verwachten de dag des oordeels en beoefenen het gebed, geven aalmoezen en houden de vasten (cfr. ibid.).

Voorwaarde en doel

De dialoog die wij moeten voeren kan slechts open zijn en respectvol, en alleen dan zal zij vruchtbaar blijken. Wederzijds respect is de voorwaarde en tegelijkertijd het doel van de interreligieuze dialoog: eerbied voor het recht van anderen op het leven, op fysieke integriteit, op de fundamentele vrijheden, te weten de vrijheid van geweten, van gedachte, van expressie en van godsdienst.

Crisis van de hoop

De wereld kijkt naar ons, gelovigen, zij dwingt ons met elkaar samen te werken en met alle mannen en vrouwen van goede wil die geen enkele godsdienst belijden, en de wereld vraagt van ons daadkrachtige antwoorden over talloze onderwerpen: de vrede, de honger, de armoede die miljoenen mensen treft, de milieucrisis, het geweld, in het bijzonder het geweld dat wordt begaan in de naam van de godsdienst, corruptie, moreel verval, de crisis van het gezin, van de economie, van de financiële wereld, en vooral de crisis van de hoop.

Groot hulpmiddel: het gebed

Wij, gelovigen, hebben geen kantklare recepten voor deze problemen, maar wij hebben wel een groot hulpmiddel: het gebed. En wij, gelovigen, bidden. Wij moeten bidden. Het gebed is onze schat, die wij aanboren volgens onze respectieve tradities om de gaven te vragen waarnaar de mensheid verlangt.

Bronnen van hoop

Wegens het geweld en het terrorisme heeft er een houding postgevat van verdachtmaking of zelfs van volledige verwerping van de godsdiensten. In werkelijkheid, hoewel geen enkele godsdienst volledig immuun is voor het risico van fundamentalistische of extremistische afdwalingen van personen of groepen (vgl. toespraak tot het Congres van de VS, 24 september 2015), is het noodzakelijk de positieve waarden die zij beleven en die zij voorstellen te bekijken, en die bronnen zijn van hoop. Het gaat erom de blik omhoog te werpen om er bovenuit te stijgen.

Zaden van het goede

Dialoog die is gebaseerd op vertrouwen en respect draagt zaden van het goede in zich, die op hun beurt uitgroeien tot kiemen van vriendschap en samenwerking op vele gebieden, en vooral bij de dienst aan de armen, de kinderen, de ouderen, bij de ontvangst van migranten, bij de aandacht voor wie wordt uitgesloten. Wij kunnen samen op weg gaan en zorg dragen voor elkaar en voor de schepping. Alle gelovigen van alle godsdiensten. Samen kunnen we de Schepper loven dat Hij ons de tuin van de wereld geschonken heeft om te bebouwen en te bewaren als een gemeenschappelijk goed, en we kunnen gezamenlijke projecten realiseren om de armoede te bestrijden en aan elke man en aan elke vrouw waardige levensomstandigheden te garanderen.

De liefdadigheid

Het Buitengewoon Jubileumjaar van Barmhartigheid, dat voor de deur staat, is een uitstekende gelegenheid om samen te werken op het gebied van de liefdadigheid. Op dit terrein, waar het vooral gaat om compassie, kunnen alle mensen die zich niet als gelovige beschouwen of die op zoek zijn naar God en naar de waarheid, mensen die het gezicht van de ander centraal stellen, in het bijzonder het gezicht van de broeder of zuster die het moeilijk hebben.

De gehele schepping

De barmhartigheid waartoe wij geroepen zijn, omarmt echter de gehele schepping, die God ons heeft toevertrouwd om er de behoeders van te zijn en niet de profiteurs. of erger nog, de vernietigers. Wij zouden altijd in gedachten moeten houden dat we de wereld beter achter laten dan wij hem hebben aangetroffen (vgl. encycliek Laudato Si’, 194), te beginnen met de omgeving waarin wij leven, met kleine gebaren van ons dagelijks leven.

Voor elkaar bidden

Beste broeders en zusters, wat betreft de toekomst van de interreligieuze dialoog, is het allereerste wat we zouden moeten doen, bidden. En voor elkaar bidden: wij zijn broeders! Zonder de Heer is niets mogelijk; met Hem wordt alles mogelijk! Moge ons gebed – elk volgens zijn eigen traditie – zich volledig voegen naar de wil van God, die verlangt dat alle mensen zich herkennen als broeders en als zodanig leven, als een grote menselijke familie in de harmonie van de diversiteit.