<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Ouders, keer terug uit jullie verbanning!

KN Redactie 21 mei 2015
image

Vandaag, beste broeders en zusters, wil ik jullie welkom heten want ik heb onder jullie veel gezinnen zien staan, een goedemorgen gewenst aan alle gezinnen!

We gaan verder met over het gezin na te denken. Vandaag staan we stil bij een wezenlijk kenmerk van het gezin, namelijk zijn natuurlijke roeping om de kinderen zo op te voeden dat zij opgroeien in verantwoordelijkheid voor zichzelf en van anderen.

De moed niet verliezen
Wat wij aan het begin van deze algemene audiëntie hebben gehoord van de apostel Paulus is heel erg mooi: “Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles; want dit is de Heer welgevallig. Vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij de moed niet verliezen” (Kol. 3,20 – 21). Dat is een wijze raad: het kind moet worden opgevoed om naar zijn ouders te luisteren en zijn ouders te gehoorzamen, die hen niet op een onvriendelijke manier moeten commanderen, opdat de kinderen niet de moed verliezen.

Grote wijsheid en veel evenwicht
De kinderen moeten inderdaad opgroeien zonder te worden ontmoedigd, stap voor stap. Als jullie, ouders, tegen jullie kinderen zeggen: “Laten we die trap oplopen” en jullie pakken hen bij de hand en leiden ze stap voor stap… dan zal dat allemaal goed gaan. Maar als jullie zeggen: “Ga die trap op!” – “Maar dat kan ik niet” – “Ga, ga!”, dat heet je kinderen tergen, van je kinderen eisen dat ze dingen doen die ze niet kunnen. Daarom moet de relatie tussen ouders en kinderen er een zijn van grote wijsheid en veel evenwicht. Kinderen, gehoorzaam je ouders, dat is God welgevallig. En jullie ouders, terg jullie kinderen niet, door hun dingen te vragen te doen, die zij niet kunnen. En dat is wat jullie moeten doen zodat de kinderen opgroeien in verantwoordelijkheid voor zichzelf en voor anderen.

Gescheiden ouders
Het lijkt een voor de hand liggende constatering, maar toch zijn er in onze tijd moeilijkheden te over. Voor de ouders, die hun kinderen alleen ’s avonds zien als zij moe thuis komen van het werk, is het moeilijk om kinderen op te voeden. Zij die het geluk hebben überhaupt werk te hebben! En het is nog moeilijker voor gescheiden ouders, die gebukt gaan onder de last van hun situatie: och arm, zij hebben moeilijkheden gehad, ze zijn gescheiden en heel vaak wordt het kind dan tot gijzelaar gemaakt: de vader spreekt slecht over moeder en de moeder spreekt slecht over de vader, en dat maakt zoveel kapot.

Zij kunnen daarin slagen
Maar ik wil tegen gescheiden ouders zeggen: beschouw jullie kinderen nooit, nooit, nooit als gijzelaars! Jullie zijn gescheiden door veel moeilijkheden en om allerlei redenen, het leven heeft jullie die beproeving gebracht, maar de kinderen mogen nooit degenen zijn die de lasten van die scheiding dragen, zij mogen niet worden gebruikt als gijzelaars tegenover de echtgenoot of echtgenote, maar moeten opgroeien in een sfeer waarin de moeder op een aardige manier spreekt over de vader, ook al zijn ze niet samen, en de vader op een aardige manier spreekt over moeder. Voor gescheiden ouders is dit heel erg belangrijk en heel moeilijk, maar zij kunnen daarin slagen.

Hoe opvoeden?
Maar de vraag is vooral: hoe moeten wij onze kinderen opvoeden? Welke tradities hebben wij tegenwoordig om aan onze kinderen door te geven? Intellectuele ‘critici’ van allerlei soort hebben op allerlei manieren de ouders het zwijgen opgelegd, om de jongere generaties te beschermen tegen de schadelijke invloeden – echte of vermoede – van de opvoeding in het gezin. Het gezin wordt, onder andere, beschuldigd van autoritair gedrag, bevoordelend gedrag, conformisme en affectieve onderdrukking, die leidt tot conflicten.

Samenwerking
In feite is er een kloof ontstaan tussen het gezin en de samenleving, tussen het gezin en de school, het opvoedingspact bestaat tegenwoordig niet meer; en zo is de samenwerking tussen de samenleving en het gezin op het gebied van de opvoeding in een crisis terecht gekomen, omdat het wederzijdse vertrouwen is ondermijnd. Daar zijn veel verschijnselen van op te noemen. Op school, bijvoorbeeld, zijn de betrekkingen tussen de ouders en de leerkrachten verslechterd. Soms zijn er spanningen en heerst er wederzijds wantrouwen; en de gevolgen daarvan zijn van invloed op de kinderen.

Zogenaamde ‘deskundigen’
Van de andere kant heeft het aantal zogenaamde ‘deskundigen’ zich verveelvoudigd; zij hebben de rol van de ouders overgenomen, ook waar het de meest intieme aspecten van de opvoeding betreft. Het gevoelsleven, de persoonlijkheid en haar ontwikkeling, haar rechten en haar plichten; de ‘deskundigen’ weten alles over alles: doelstellingen, motieven, technieken. En de ouders mogen alleen maar luisteren, ervan leren en zich aanpassen. Hun rol is hun ontnomen en daardoor worden zijzelf heel bang en bezitterig zodat zij bij conflicten, hun kinderen uiteindelijk nooit meer corrigeren: “Je mag je kind niet corrigeren.”

Buitenspel
Zij neigen ertoe hen steeds meer toe te vertrouwen aan de ‘deskundigen’, ook waar het de meest delicate aspecten van hun persoonlijk leven betreft, waardoor zij zichzelf buitenspel laten zetten; en zo dreigen de ouders heden ten dage zichzelf van het leven van hun kinderen buiten te sluiten. En dat is heel erg!

Een lelijk woord
Er zijn tegenwoordig van die gevallen. Ik zeg niet dat het altijd gebeurt, maar het gebeurt wel. De juffrouw op school berispt een kind en schrijft een briefje aan de ouders. Ik herinner me iets dat mijzelf is overkomen. Op een keer toen ik in de vierde klas van de lagere school zat, heb ik een lelijk woord tegen de juffrouw gezegd en de juffrouw, een goede vrouw, heeft mijn moeder laten komen. Zij is de volgende dag gekomen, zij hebben met elkaar gepraat en daarna werd ik geroepen. En mijn moeder heeft mij in tegenwoordigheid van de juffrouw uitgelegd, dat wat ik had gedaan niet goed was, en dat ik dat niet mocht doen; maar mijn moeder heeft dat met heel veel tederheid gedaan, en heeft me gezegd om in haar bijzijn vergiffenis te vragen aan de juffrouw. Dat heb ik gedaan en daarna was ik tevreden want ik zei: dit verhaal is mooi geëindigd. Maar dat was pas het eerste hoofdstuk! Toen we thuis waren, begon het tweede hoofdstuk…

Niet laten uitsluiten
Stellen jullie jullie eens voor, tegenwoordig, als een leerkracht iets dergelijks doet, dan staan de volgende dag twee ouders of een van de twee op de stoep om haar of hem te berispen, omdat de ‘deskundigen’ zeggen dat de kinderen niet op die manier mogen worden gecorrigeerd. De wereld is veranderd! Daarom moeten de ouders zich niet van de opvoeding van de kinderen laten uitsluiten.

Deze instelling
Het is duidelijk dat deze instelling niet goed is: het is niet harmonieus, er is geen dialoog, en in plaats van de samenwerking tussen het gezin en andere opvoedingsinstanties, scholen, sportzalen… wordt die tegengewerkt. Hoe is het zover kunnen komen? Ongetwijfeld hadden de ouders, of liever, bepaalde opvoedingsmodellen uit het verleden hun beperkingen, dat lijdt geen twijfel. Maar het is ook waar, dat er fouten zijn die alleen de ouders mogen maken, omdat zij die kunnen goed maken op een manier zoals niemand anders dat kan.

Ontmoeting van hart en geest
Anderzijds, dat weten we ook heel goed, er is in het leven niet genoeg tijd meer om met elkaar te praten, dingen te overdenken, met elkaar tot een vergelijk te komen. Veel ouders zijn ‘gevangenen’ van hun werk – vader en moeder moeten werken – en van andere zorgen, in verlegenheid gebracht door de nieuwe eisen die de kinderen stellen, en van de complexiteit van het hedendaagse leven – dat is zoals het is, dat moeten wij aanvaarden – en ze voelen zich als verlamd door de angst om fouten te maken. Het probleem is echter dat het niet is opgelost met alleen praten. Integendeel, een oppervlakkige ‘cultuur van de dialoog’ leidt niet tot een werkelijke ontmoeting van hart en geest. Laten we ons op de eerste plaats het volgende afvragen: proberen we te begrijpen ‘waar’ onze kinderen zich werkelijk op hun weg bevinden? Waar is werkelijk hun ziel, weten we dat? En vooral: willen we dat weten? Zijn wij er van overtuigd dat zij, in werkelijkheid, geen andere verwachtingen hebben?

Ondersteuning
De christelijk gemeenschappen zijn geroepen om ondersteuning te bieden bij de opvoedingsopdracht van het gezin, en zij doen dat allereerst in het licht van het Woord van God. De apostel Paulus wijst op de wederkerigheid van de plichten tussen ouders en kinderen: “Kinderen, gehoorzaamt uw ouders in alles; want dit is de Heer welgevallig. Vaders, tergt uw kinderen niet, opdat zij de moed niet verliezen” (Kol. 3,20 – 21).

Aan de basis de liefde
Aan de basis van alles ligt de liefde, die God ons schenkt, “zij geeft niet om de schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en rekent het kwade niet aan, (…) alles verdraagt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles duldt zij” (1 Kor. 13,5 – 6). Ook in de beste families moet men elkaar verdragen, en het vraagt zoveel geduld om elkaar te verdragen! Maar dat is het leven. Het leven wordt niet gemaakt in een laboratorium, maar in de werkelijkheid. Ook Jezus zelf is de weg van de opvoeding in het gezin gegaan.

Wijsheid!
In dit geval geldt ook dat de genade van de liefde van Christus aanvult wat er in de menselijke natuur ligt vastgelegd. Er zijn zoveel ongelofelijke voorbeelden van christelijke ouders vervuld van menselijke wijsheid! Zij laten zien dat de goede opvoeding in het gezin de ruggengraat is van het humanisme. De sociale uitstraling ervan is de bron die het mogelijk maakt om de lacunes, de wonden, de leegtes van het vaderschap en het moederschap te compenseren, waardoor minder bedeelde kinderen worden getroffen. Die uitstraling kan werkelijk wonderen doen. In de Kerk gebeuren die wonderen dagelijks!

Geloof, vrijheid en moed
Mijn wens is dat de Heer aan de christelijke gezinnen het geloof geeft, de vrijheid en de moed die nodig zijn om hun opdracht te vervullen. Als de gezinsopvoeding weer de trots terugvindt van de leidende rol die zij heeft, dan zullen er heel wat zaken ten goede veranderen, voor onzekere ouders en voor teleurgestelde kinderen. Het wordt tijd dat de vaders en moeders terugkeren uit hun verbanning – want zij hebben zichzelf uitgesloten van de opvoeding van hun kinderen – en dat zij weer ten volle hun rol van opvoeders op zich nemen. Laten we hopen dat de Heer de ouders deze genade geeft: zich niet van de opvoeding van hun kinderen te laten uitsluiten. En dat kan alleen met liefde, tederheid en geduld.