fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Archief

Wil je een echte universiteit? Lees Newman en Ratzinger

KN Redactie 26 maart 2015
image

Nu er op landelijk niveau een herbezinning op de identiteit, de maatschappelijke rol, en de bestuurscultuur van universiteiten aan het opbloeien is, staan katholieke studenten en academici voor de opgave om hun bijdrage te leveren aan dit debat.

‘Waartoe is de universiteit?’
Een eerste vraag die zij zich moeten stellen, is of de universiteit hen aan het hart gaat en of zij zich ervoor willen inzetten. Daarnaast zijn er de vragen naar de concrete problemen of uitdagingen en hoe daarop gereageerd moet worden, en vanuit welke inhoudelijke visie een herbezinning op de universiteit plaats kan vinden. Hoe zou een katholieke bijdrage aan het beantwoorden van de vraag ‘waartoe is de universiteit op aarde?’ er uit kunnen zien?

John Henry Newman
Een katholieke herbezinning op de universiteit begint met het lezen en herlezen van The idea of a university van John Henry Newman. Zijn visie op de universiteit als een plek waar universele kennis wordt onderwezen speelt een fundamentele rol in een katholieke reflectie op de hedendaagse universiteit, al is die nu een plek van zowel onderzoek als onderwijs, iets wat ontbreekt in het perspectief van Newman.

Goed denken
Aan een universiteit wordt volgens Newman kennis onderwezen om de intrinsieke waarde van kennis. De verschillende wetenschappen leveren hun bijdragen aan het geheel van de beschikbare kennis, waarbij ook filosofie én theologie niet ontbreken; filosofie heeft hierin een rol in het verbinden van de inzichten uit de verschillende wetenschappelijke disciplines, en theologie levert een doordacht perspectief op het grotere geheel waarin deze diverse inzichten een plek verdienen. Volgens Newman hoeft de aan de universiteit onderwezen kennis niet direct nuttig of toepasbaar (laat staan rendabel!) te zijn, maar is zij uiteindelijk wel nuttig, omdat zij mensen vormt om goed te denken.

Regensburger rede
Een katholieke bijdrage aan het debat over de maatschappelijke rol van de universiteit kan verrijkt worden door de inzichten van paus Benedictus XVI. In zijn lezing aan de universiteit van Regensburg in 2006 benadrukte hij de redelijkheid van het geloof en het belang van de rol van theologie op de universiteit. Aan het begin van de lezing herinnert hij zich zijn tijd aan de universiteit van Bonn, het contact tussen studenten en docenten, en een daadwerkelijke ervaring van universitas tijdens de dies academicus-bijeenkomst elk semester, een geleefde ervaring van de verschillende specialisaties die deel waren van een geheel.

Opvatting van redelijkheid
In de lezing bekritiseert hij verder de smalle moderne opvatting van verstand en wetenschap waarin geloof geen plek kan hebben. Met een bredere opvatting van redelijkheid kan geloof, en dus ook alle culturen waarin geloof een centrale rol speelt, deel worden van een echte dialoog over cultuur, religie, vrede en geweld die juist vandaag de dag zo hard nodig is. Een dialoog waarin religie niet alleen onderzocht wordt, maar een echte gesprekspartner wordt in een redelijke dialoog.

De grote taak
Centraal in het betoog van de paus staat de gedachte van God als logos, God die te begrijpen is en die geen willekeurige bevelen geeft. Een opvatting van het verstand waarin het goddelijke geen enkele rol kan spelen en waardoor religie naar het domein van subcultuur verbannen wordt zal er volgens de paus niet in slagen om de ‘dialoog van culturen’ aan te gaan. Het brede domein van de rede steeds weer te herontdekken is volgens hem de grote taak van de universiteit.

Inzet voor de vrede
Wanneer het voorstel van paus Benedictus XVI toegepast wordt op de hedendaagse universiteit, ontstaat het beeld van een academische gemeenschap die niet enkel een kapitalistische kenniseconomie van brandstof voorziet, maar die, in het bijzonder met behulp van de theologie, geloof en rede weet te combineren en een constructieve rol speelt in een maatschappelijke dialoog waarin verschillende culturen en religies volwaardige gesprekspartners kunnen zijn. Een academische gemeenschap die de dialoog aangaat en zich inzet voor de vrede.

Wat te doen?
Maar wat te doen wanneer allerlei prestatie-indicatoren het steeds moeilijker maken voor een universiteit om ‘het idee van een universiteit’ waar te maken? Wat te doen wanneer inhoudelijk waardevolle onderdelen van de academische gemeenschap geschrapt worden ten koste van rendabel massaonderwijs en sterk marktgedreven onderzoek? Wat te doen wanneer er door bestuurders steeds minder geluisterd wordt naar studenten, docenten en onderzoekers wanneer zij bezwaren hebben?

Dit zijn thema’s die John Henry Newman en paus Benedictus XVI niet bespraken. Maar het zijn vragen die ook katholieke academici zich moeten stellen.

Zeger Polhuijs is student ‘Christianity and Society’ aan de Universiteit van Tilburg.