
Met dank aan de heilige Titus Brandsma werd in 1926 de eerste nationale Bonifatiusbedevaart gehouden. Katholieken uit het hele land trokken naar Dokkum om de aldaar gesneuvelde missionaris te eren. Zondag 31 mei is het eeuwfeest, maar de geschiedenis is veel ouder.
In de sacristie van de Bonifatiuskapel in Dokkum hangt een oude zwart-witfoto van drie voorname gasten. Het zijn de bisschop van Fulda, waar Bonifatius is begraven, de bisschop van Mainz, waar hij aartsbisschop was toen hij naar Dokkum kwam, en de aartsbisschop van Utrecht, het bisdom waar Friesland vroeger onder viel.
“En daar, in het wit, staat Titus”, wijst de Dokkumer historicus Lammert de Hoop (68). “Op het stoepje, want hij was maar één meter zestig.”
Het is augustus 1926 en de bisschoppen zijn in Dokkum voor de eerste nationale bedevaart, die mede door Titus Brandsma was georganiseerd. Bijna tweeduizend katholieken uit het hele land nemen deel aan de processieloop met Bonifatiusrelieken in een park net buiten de stad.
Dit artikel is niet gevonden
Voor de eucharistieviering is een tent met een mobiel altaar neergezet. Pater Brandsma preekt in het Fries.
Sindsdien is jaarlijks op of rond de feestdag van de heilige Bonifatius, 5 juni, zo’n bedevaart gehouden. Dit jaar wordt dat groots gevierd. Met opnieuw drie bijzondere gasten: de bisschoppen van Mainz en Fulda en de aartsbisschop van Utrecht, die hoofdcelebrant zal zijn bij de viering. En met een reliek van de inmiddels heiligverklaarde Titus Brandsma, die samen met die van Bonifatius van de parochiekerk naar de kapel zal worden gedragen.
Het protestantse Dokkum is een katholiek bedevaartsoord geworden. Daar heeft de Friese karmeliet een belangrijke bijdrage aan geleverd, zegt De Hoop, die een boekje over de geschiedenis ervan schreef. “Hij verdiepte zich in het verleden en steunde de fondswerving voor de aanleg van het Processiepark. En hij zette zich in voor de bouw van de Bonifatiuskapel acht jaar later.”
Twee kanttekeningen: de honderdste bedevaart wordt het niet eind deze maand, want gedurende de Tweede Wereldoorlog is er geen gehouden. En het doel van de bedevaart was niet het graf van Bonifatius, want dat bevindt zich in Fulda, maar de eeuwenoude zoetwaterbron die zich naast het park bevindt.
Die traditie gaat nog veel verder terug, vertelt De Hoop. “Maar toen ging het over een zoetwaterbron op de terp van Dokkum, waar nu de Markt is. In 766, het jaar dat Bonifatius heilig werd verklaard, is ‘het wonder van de bron’ voor het eerst beschreven. Hoe kan het dat daar, middenin zilt kwelderland, zoetwater omhoogkomt?”
Dit was de plek waar Bonifatius de marteldood was gestorven, zo geloofde men. De verering van de heilige richtte zich vervolgens op deze bron. Er werd een houten kerkje overheen gebouwd, dat uitgroeide tot een abdij en pelgrims van heinde en verre naar Dokkum trok, totdat de Reformatie aan dat alles een einde maakte. Bij opgravingen in 1984 is inderdaad een put gevonden.
“Er was een probleem”, aldus De Hoop. “Bonifatius had zelf gezegd dat hij in Fulda begraven wilde worden. Maar waarom zouden christenen dan naar Dokkum moeten komen? Zo raakten traditie, natuur en heiligenlegendes met elkaar verbonden.”
Dat gebeurde opnieuw na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853, toen de katholieken steeds meer zichtbaar werden. Nu betrof het een grote zoetwaterbron net buiten de stadswallen, waaruit burgers en bierbrouwers eeuwenlang water hadden geput. De legende luidde dat Bonifatius, toen hij met zijn dorstige metgezellen door het kustgebied trok, hier met zijn bisschopsstaf op de grond had geslagen en dat er toen een bron opwelde.

Dit tweede ‘wonder van de bron’ bracht de Dokkumer parochie ertoe om juist hier een hectare grond aan te kopen als nieuwe bestemming voor de Bonifatiusverering, die tot dan toe op bescheiden schaal in de eigen parochiekerk plaatsvond. En zo ontstond vlak naast de bron het Processiepark.
Vanaf 1926 zijn het park, de bron en de parochiekerk met de relieken het doel van de jaarlijkse Bonifatiusbedevaart. Die heeft, mede dankzij de aansporingen van de aartsbisschop, aanvankelijk een nationaal karakter. Als Dokkum in 1956 onderdeel wordt van het nieuwe bisdom Groningen-Leeuwarden en later ook de ontkerkelijking toeslaat, wordt het meer en meer een ontmoetingsdag van het noordelijke bisdom: de Bonifatiusdag.
Dat betekent niet dat Dokkum als bedevaartsoord aan betekenis heeft ingeboet. Integendeel, meent De Hoop. “Vroeger ging het hek van het park maar één keer per jaar open. Nu is de kapel vanaf juni tot september elke middag geopend en daarbuiten op afspraak.”
Dit artikel is niet gevonden
“Het hele jaar door komen er pelgrims en cultuurtoeristen, dat loopt door elkaar heen. Maar altijd als de deur openstaat, zijn er wel bezoekers.”
Keerpunt was het derde ‘wonder van de bron’ in 1990. Een kind met hardnekkige kinkhoest werd door zijn ouders ondergedompeld in de Bonifatiusbron en genas, zo getuigde het ouderpaar. “Als gelovigen dit als een wonder ervaren, dient de Kerk dat te respecteren”, reageerde de toenmalige bisschop Bernard Mӧller.
Het bracht een stroom van ‘genezingszoekers’ op gang, wat de parochie deed besluiten het park open te stellen en voor de gemeente reden was om aan het onderhoud bij te dragen. Een tweede Lourdes is Dokkum echter nooit geworden.
Maar dat hoeft voor coördinator Aschwin Sep (51) van de Bonifatiuswerkgroep ook niet. “Met naar schatting zo’n twintigduizend bezoekers per jaar kunnen we het als vrijwilligers nog aan.”
De laatste jaren neemt ook de belangstelling voor de Bonifatiusdag, met processie en bisschoppelijke eucharistieviering, weer toe. Volgens de parochie is het fenomeen bijzonder genoeg om opgenomen te worden in de Inventaris Immaterieel Erfgoed Nederland; daarvoor loopt nu de procedure.
Deze pagina is niet gevonden
“Ik ben vijf jaar geleden vanuit Brabant naar Friesland verhuisd, maar ik had nog nooit in mijn leven een processie meegemaakt”, vertelt Sep. “Al die gelovigen die samenkomen, met die relieken erbij, ik vond het fantastisch.”
Er zijn geen artikelen gevonden