
Deken
De gelijkenis van de zaaier is een van de bekendste parabels die Jezus vertelt. Daarin vergelijkt Hij de manier waarop mensen Gods Woord ontvangen met verschillende soorten grond. Tegelijkertijd klinkt de belofte dat God blijft zaaien, welke grond Hij ook tegenkomt.
Deze zondag toont Jezus ons een zaaier die op zijn akker het zaad uitstrooit. Hij doet dat royaal, zonder te kijken waar elk korreltje terechtkomt. Sommige zaden vallen op de weg, andere tussen de stenen of de distels, weer andere in goede aarde.
Dit artikel is niet gevonden
Het is een beeld dat de meesten van ons nog steeds zullen herkennen. Maar Jezus vertelt deze gelijkenis niet om iets over landbouw te leren. Hij wil ons laten nadenken over ons eigen hart. Het zaad is immers het Woord van God en de verschillende soorten grond zijn een beeld van de manier waarop wij dat Woord ontvangen.
Soms zijn wij als de grond langs de weg. In de kerk spreekt Gods woord ons aan en nemen we ons voor er iets mee te doen. Maar eenmaal buiten worden we alweer opgeslokt door de drukte van alledag en krijgt het zaad nauwelijks de kans om wortel te schieten.
Op andere momenten lijken we op de rotsachtige grond. Gods woord raakt ons diep. We nemen ons voor ons geloof meer ruimte te geven. Maar zodra het gewone leven weer zijn gang gaat en Gods woord ons oproept om te vergeven, trouw te blijven aan een moeilijke belofte of eerlijk uit te komen voor onze overtuiging, verdwijnt dat goede voornemen vaak even snel als het gekomen is.
En wie herkent zich niet in de grond vol distels? Jezus noemt ze heel concreet: “De zorgen van de wereld en de begoocheling van de rijkdom verstikken het woord” (Mt. 13,22). Niet omdat we ons geloof hebben afgewezen, maar omdat het langzaam naar de achtergrond verdwijnt.

Toch eindigt de gelijkenis niet met de distels of de stenen, maar met de goede aarde. Dat zijn geen volmaakte mensen, maar mensen die hun hart steeds opnieuw openen voor God. Dan draagt het zaad vrucht: “De een brengt honderdvoudig op, een ander zestigvoudig en een ander dertigvoudig” (Mt. 13,23).
Daarin klinkt ook de belofte uit de eerste lezing door. De Heer zegt: “Zo zal het ook gaan met het woord dat komt uit mijn mond: het keert niet vruchteloos naar Mij terug, maar het zal doen wat Mij behaagt en volbrengen waartoe Ik het heb gezonden” (Jes. 55,11).
Dat is een grote troost. Want als wij eerlijk naar onszelf kijken, herkennen wij ons allemaal wel eens in de harde weg, de rotsachtige grond of de distels. Toch blijft God zaaien. Hij geeft ons niet op.
Deze pagina is niet gevonden
Het christelijk geloof begint daarom niet bij onze volmaaktheid, maar bij Gods trouw. De zaaier raakt nooit ontmoedigd. Hij blijft zijn Woord uitstrooien, in het vertrouwen dat ook ons hart vruchtbare aarde kan worden. Want Gods Woord keert nooit vruchteloos naar Hem terug.
Er zijn geen artikelen gevonden