
Het geloof bleef voor Montse den Daas (20) lange tijd op de achtergrond. Maar toen ze op haar zestiende de rozenkrans van haar oma erfde, begon dat te veranderen. “Ik ging steeds weer naar de Mis. Ik begreep niet goed wat er gebeurde, maar ik bleef gaan.”
Moeder Monique van den Emster zag het gebeuren: “Montse had wel vaker een bevlieging. Dit zou ook wel weer overgaan, maar ze kwam met steeds meer vragen thuis.” Montse had een paar jaar eerder zelfs nog gevraagd of ze uitgeschreven kon worden uit de Kerk; ze was zelfverklaard atheïst.
De uitbraak van de coronapandemie betekent voor Montse het begin van een onrustige periode. Daarin groeit haar nieuwsgierigheid. Ook vallen in die tijd veel sociale contacten weg, waardoor ruimte ontstaat om na te denken over grotere levensvragen. “Vrienden met verschillende religieuze achtergronden zetten mij aan het denken. Wie zou God voor mij kunnen zijn? Ik ging daarom terug naar de kerk waar ik in mijn jeugd vaker was geweest”, vertelt Montse.
Dit artikel is niet gevonden
Ook al begrijpt ze niets van de Mis, ze gaat toch steeds terug. Haar aandacht voor de woorden en rituelen groeit. De eerste keren dat ze er is, voelt ze zich vooral een toeschouwer. Ze volgt de bewegingen van de mensen om haar heen wanneer zij gaan staan, knielen of een kruisteken maken. De woorden van de liturgie zijn haar nog vreemd, maar de sfeer maakt indruk.
Het licht in de kerk, de stilte tijdens de gebeden en het ritme van de viering trekken haar steeds weer terug. “Op een gegeven moment ging ik echt heel bewust luisteren naar wat er tijdens de eucharistieviering werd gezegd”, zegt Montse. “Eerst was ik vooral nieuwsgierig, maar dat groeide uit tot een serieuze vraag. Als wat deze mensen zeggen waar is, dan wil ik daar deel van uitmaken, besloot ik. Ik wilde ook de Communie ontvangen.”
Voor haar moeder komt dit als een verrassing. “Ik zag haar iedere zondag naar de kerk gaan. Dat verbaasde me, maar het intrigeerde me ook. Wat vond ze daar? Toen ze besloot dat ze haar Communie en vormsel wilde doen, wilde ik daarbij zijn. Niet zozeer voor mezelf, maar vooral voor haar. Het is iets belangrijks in het leven van mijn dochter en dan is het ook belangrijk voor mij.”
'Ondanks de verschillen is dit iets wat we samen delen’
Tijdens de paaswake ontvangt Montse uiteindelijk deze twee sacramenten. “De Kerk voelde voor mij al snel als een plek waar ik me thuis kan voelen. De gemeenschap en de gesprekken die ik daar voer, geven me een gevoel van verbondenheid. Het is alsof ik er een enorme familie bijgekregen heb. Ik ontmoet mensen die ik anders nooit zou leren kennen.”
Als Montse zich voorbereidt op haar Communie en vormsel, gaat Monique mee naar die gesprekken. “Ik ging ook met haar mee naar de vieringen. Wat ik daar hoorde, was niet aan dovemansoren gericht. Het zette me aan het denken over mijn eigen geloof. Vooral de paaswake maakte veel indruk op me. Ik ervaar het mystieke, maar vooral het Evangelie spreekt me erg aan.
Voor mij is het niet alleen een spirituele ervaring, maar ook een religieuze ontmoeting met God. Ik luister ernaar en dat werkt door in mijn dagelijkse leven, in mijn werk en mijn omgang met andere mensen”, vertelt Monique. “Soms kom ik een situatie tegen en dan denk ik ineens terug aan iets wat op de zondag werd gezegd. Dat helpt me om anders te reageren of geduldiger te zijn.”
De kerk was voor Monique geen onbekend terrein. Ze groeide op in Amsterdam in een tijd waarin het katholieke leven meer vanzelfsprekend was. “Ik ging naar een katholieke school, zong in het kerkkoor en kreeg catechese. Dat verwaterde, maar er bleef een lijntje met God over. Naar de kerk ging ik niet meer en ik was ook niet meer bewust met het geloof bezig. Dat is nu totaal anders. Ondanks dat ik geen actief aandeel heb in de kerkgemeenschap, voel ik mij wel een onderdeel ervan en ga ik wel vaak naar de kerk, dankzij Montse.”
Montse koos heel bewust voor het geloof; zij verdiept zich in de katholiek traditie en de sacramenten. “Voor mij is de biecht heel belangrijk, ik ervaar dat als genade. Als iemand ziek is, ga je naar de dokter om beter te worden. Als mijn band met God verbroken is, ga ik naar de biecht om die te herstellen.”
Voor Monique ligt dat anders, vooral doordat in haar jeugd minder nadruk op de biecht werd gelegd. “Het voelt niet natuurlijk voor mij, het zit niet in mijn systeem om dat te doen. Ik bid op mijn eigen manier en als ik iets niet goed heb gedaan, vraag ik om vergeving.” Volgens Montse komt dat ook door een verschil in generaties, omdat vroeger het geloof vaker van buitenaf werd opgelegd. Veel jongeren nu ontdekken het geloof heel bewust opnieuw.
'Ik zag haar iedere zondag naar de kerk gaan. Dat verbaasde me, maar het intrigeerde me ook. Wat vond ze daar? '
“Ik denk dat mensen van mijn generatie het juist weer waarderen. Maar ik laat mijn moeder daar helemaal vrij in, net zoals ze mij vrijlaat in mijn beleving.” Montses vader kijkt nuchter naar wat er gebeurd in het gezin. Hij gelooft dat Jezus heeft bestaan, maar ziet Hem vooral als historisch figuur, volgens Monique. Toch steunt hij hen en gaat hij soms zelfs mee naar de kerk.
De weg terug heeft de band tussen moeder en dochter versterkt. “Ondanks de verschillen is het iets wat we samen delen”, zegt Monique. “Als zij die stap niet had gezet, was ik altijd een beetje blijven zweven.” Dat ziet Montse ook. “Het is fijn om dit te kunnen delen en er ook over te kunnen praten. We respecteren elkaars verschillen daarin volkomen.
Dit artikel is niet gevonden
Het is ook goed om met mensen van buiten je eigen bubbel te praten, mensen die anders over bepaalde dingen denken dan jij.” Moeder en dochter ontmoeten elkaar op een nieuwe manier op deze plek – niet omdat ze precies hetzelfde geloven, maar omdat ze elkaars zoektocht begrijpen.
Er zijn geen artikelen gevonden