Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Opinie

Pak de Bijbel niet af, maar lees hem samen

28 mei 2026

Een groepje tieners leest samen de Bijbel.
Foto: OSV News - Riley Greif, The Western Kentucky Catholic

Pater Hugo schrijft in zijn column dat we “rap moeten ophouden iedereen aan te moedigen om de Bijbel te gaan lezen”. Een scherp betoog, maar zijn conclusie is wat armoedig: de oplossing voor misverstanden is niet minder, maar beter bijbellezen – en vooral: samen.

Pater Hugo heeft gelijk: hoe meer je je verdiept in de Bijbel, hoe minder je ervan snapt. De Bijbel is niet zomaar een boek (of eigenlijk: een collectie boeken), maar een bron die ons binnenleidt in een eeuwenoude heils- en geloofsgeschiedenis.

Dat je er gaandeweg minder van denkt te begrijpen, is niet zozeer een probleem als wel een genade. Het is een teken dat simplistische beelden en vrome illusies worden doorbroken. Ook zijn waarschuwing voor online antwoorden is terecht. De internetcultuur is funest voor (academisch correcte) nuance en voor (religieuze) diepte.

Gevaar

Maar dit gevaar – het alleen lezen en online interpreteren van de Schrift – betekent niet dat we daarom moeten stoppen met het aanmoedigen van bijbellezen.

We hebben niet minder, maar beter en gezamenlijk bijbellezen nodig. Juist door de Schrift serieus te nemen en samen te lezen, kan deze schat van de Kerk worden ontsloten.

Geen nieuwigheid

Bovendien is het niet juist dat de Kerk gelovigen “nooit heeft aangemoedigd zelf de Bijbel te lezen”. Het Tweede Vaticaans Concilie stelt in Dei Verbum dat “de toegang tot de heilige Schrift voor de christengelovigen wijd moet openstaan”. Dat is geen plotselinge nieuwigheid van het laatste concilie.

advertentie

In dezelfde passage wordt de vierde-eeuwse Hiëronymus geciteerd: “Want wie de Schrift niet kent, kent Christus niet.” De Kerk beschouwt de Schrift dus niet als een gevaarlijk object dat alleen door bevoegd personeel mag worden aangeraakt, maar als een belangrijke bron voor alle christengelovigen.

Augustinus

Om dit te bewijzen volstaat één beroemd bekeringsverhaal. Voor Augustinus was het zélf lezen van de Schrift van doorslaggevende betekenis.

De Kerk beschouwt de Schrift niet als een gevaarlijk object dat alleen door bevoegd personeel mag worden aangeraakt, maar als een belangrijke bron voor alle christengelovigen.

Zijn bekering kwam niet tot stand doordat iemand het Evangelie voor hem samenvatte of hem vrome praktijken aanreikte, maar doordat hij de tekst zelf las en zich erdoor liet aanspreken. De woorden die hij hoorde zijn ook nu nog relevant: “neem en lees”.

Volksdevotie

Het alternatief dat Hugo schetst – volksdevotie herstellen (en de Bijbel op afstand houden) – dreigt daarmee een terugkeer te worden naar een verleden waarin de Schrift voor veel gelovigen nauwelijks toegankelijk was. Volksdevotie heeft zeker bestaansrecht, net zoals de Bijbel dat heeft in de katholieke traditie, maar ze moeten samengaan.

De Bijbel zonder volksdevotie kan individualistisch worden, terwijl volksdevotie zonder Bijbel gemakkelijk sentimenteel wordt. Volksdevotie verbindt en beantwoordt aan religieuze behoeften, maar mist de profetische scherpte van de Schrift.

De Bijbel houdt niet alleen het geloof wakker en bevraagt niet alleen de eigen traditie, maar spreekt ook met kracht over de samenleving. Zonder die stem verliest de Kerk iets wezenlijks van haar roeping. Wie bang is voor “loslopende bijbelboeken” moet daarom niet de Bijbel afpakken, maar de lezers samenbrengen.

Viggo van Uden studeert theologie en religiewetenschappen aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Dit artikel delen: