
Tijdens de algemene audiëntie van woensdag 7 juni, sprak paus Franciscus over de heilige Theresia van Lisieux.
Theresia is patrones van de missies, maar ze is nooit op missie gestuurd. Ze was een karmelietes die leefde volgens de weg van kleinheid en zwakheid: ze definieerde zichzelf als “een kleine zandkorrel”.
Ze had een zwakke gezondheid en stierf op slechts 24-jarige leeftijd. Maar hoewel haar lichaam zwak was, was haar hart levendig en missionair. Ze vertelt in haar dagboek dat ze verlangde om missionaris te worden en dat ze dat niet voor een paar jaar wilde zijn, maar voor de rest van haar leven, zelfs tot het einde van de wereld.
Theresia was een “geestelijke zuster” van verschillende missionarissen. Ze begeleidde hen vanuit haar klooster door haar brieven, door haar gebed en door voortdurend offers voor hen te brengen. Zonder zichtbaar te zijn, bemiddelde ze voor de missies, als een verborgen motor die een voertuig de kracht geeft om vooruit te komen.
Ze werd echter vaak niet begrepen door haar medezusters. Ze kreeg “meer doornen dan rozen” van hen, maar ze accepteerde alles liefdevol, geduldig, en bood zelfs deze oordelen en misverstanden samen met haar ziekte aan. En ze deed dit met vreugde, voor de noden van de Kerk.
Waar kwamen al deze ijver, deze missionaire kracht en deze vreugde om voorspreekster te zijn vandaan? Twee episodes die zich voordeden voordat Theresia het klooster inging, helpen ons dit te begrijpen.
De eerste betreft de dag die haar leven veranderde, Kerstmis 1886, toen God een wonder in haar hart verrichtte. Kort daarna zou Theresia 14 jaar worden. Als jongste kind werd ze thuis door iedereen vertroeteld. Maar toen ze terugkwam van de Nachtmis, had haar erg vermoeide vader geen zin om erbij te zijn toen zijn dochter haar cadeaus opende.
Therese, die erg gevoelig was en gemakkelijk in tranen uitbarstte, was gekwetst en ging naar haar kamer, waar ze huilde. Maar ze bedwong snel haar tranen, ging weer naar beneden en was vol vreugde degene die haar vader toejuichte.
In plaats van troost te zoeken voor zichzelf, ging ze op weg om Jezus te troosten, om Hem geliefd te maken bij de zielen
Op die avond, toen Jezus zichzelf zwak had gemaakt uit liefde, werd haar ziel sterk. In een paar ogenblikken was ze uit de gevangenis van haar egoïsme en zelfmedelijden gekomen. Ze begon te voelen dat “naastenliefde haar hart binnendrong, met de behoefte zichzelf te vergeten” (vgl. Handschrift A, 133-134).
Vanaf dat moment richtte ze haar ijver op anderen, opdat zij God zouden vinden. In plaats van troost te zoeken voor zichzelf, ging ze op weg om “Jezus te troosten, [om] Hem geliefd te maken bij de zielen”. Dit was dan ook haar dagelijkse voornemen: “Jezus geliefd maken” (Brief aan Céline, 15 oktober 1889), voorspeekster te zijn voor anderen.
Naar het voorbeeld van Jezus, was haar ijver vooral gericht op de zondaars. Dit wordt duidelijk in een tweede episode. Theresia hoorde over een misdadiger die ter dood veroordeeld was voor gruwelijke misdaden. hij was schuldig bevonden aan de brute moord op drie mensen en was voorbestemd voor de guillotine, maar wilde de vertroosting van het geloof niet ontvangen.
Therese bad op alle mogelijke manieren voor zijn bekering. De executie vond plaats. De volgende dag las Therese in de krant dat de misdadiger, vlak voordat hij zijn hoofd op het blok legde, “plotseling, gegrepen door een plotselinge ingeving, zich omdraaide, een kruisbeeld pakte dat de priester hem aanreikte en drie keer de heilige wonden kuste” van Jezus.
Dat is de kracht van voorbede bewogen door naastenliefde, dat is de motor van missie! Missionarissen zijn in feite niet alleen degenen die lange afstanden afleggen, nieuwe talen leren, goede werken doen en goed zijn in verkondigen. Een missionaris leeft als een instrument van Gods liefde waar hij of zij ook is.
Er zijn geen artikelen gevonden