Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Interview

40 jaar katholieke diaconie onder de loep: ‘De caritas is terug, maar anders dan vroeger’

Jan Brouwers

06 mei 2026

Hans Rutten: “De laatste decennia is de eigenheid van caritas en diaconie aan het vervagen en worden de termen door elkaar gebruikt.”
Foto: eigen foto

Toen de Kerk de armenzorg overdroeg aan de overheid, werd haar sociale engagement niet bij het grofvuil gezet, maar staken juist talrijke nieuwe initiatieven de kop op. Hans Rutten onderzocht de opkomst en evolutie van die opmerkelijke ontwikkeling.

Eeuwenlang gaven kerkelijke armbesturen financiële steun aan armen. Die taak werd in Nederland steeds meer overgenomen door de overheid.

Met de invoering van de Algemene Bijstandswet in 1965 leek de rol van de kerken op dit gebied uitgespeeld. Toch bloeiden er binnen de rooms-katholieke Kerk vooral in de jaren zeventig en tachtig allerlei initiatieven op, die de betrokkenen zelf “diaconie” noemden.

Stilte

Theoloog en jurist Hans Rutten schetst in het recent verschenen boek Een spoor van gerechtigheid de ontwikkeling daarvan tussen 1985 en 2025. De term diaconie was in katholieke kringen in zekere zin nieuw, aldus Rutten. In de tijd daarvoor was er sprake van caritas. Dat was het werkterrein van de traditionele katholieke instellingen, zoals de armenbesturen en de Sint-Vincentiusverenigingen.

Die hadden eigenlijk al lang niet meer de financiële middelen om iedereen te helpen. Feitelijk lag de verantwoordelijkheid voor de armenzorg grotendeels bij de overheid. De Bijstandswet leek de laatste nagel aan hun doodskist. Toch bleven ze bestaan: de armenbesturen werden parochiële caritasinstellingen.

“Maar eigenlijk viel er een soort stilte”, zo omschrijft Rutten de nieuwe situatie die daarmee ontstond. “Het hele caritasgebeuren ging door op een laag pitje; de caritasinstellingen wisten eigenlijk niet goed wat ze moesten doen.”

Bloeiende vredesbeweging

Vervolgens ontstond er in de jaren zeventig een nieuw elan, constateert hij. Dat werd mede geholpen door de tijdsomstandigheden. De ongekende economische groei van de jaren zestig kwam tot stilstand en tegelijkertijd nam de maatschappijkritiek onder de Nederlandse katholieken toe. Het was ook de tijd waarin de kerkelijke vredesbeweging bloeide.

Vanuit Rome werden de diaconale activiteiten met een kritisch oog bekeken.

Daarnaast werden er onder de noemer diaconie allerlei nieuwe initiatieven genomen, die een heel ander karakter hadden dan de caritas van vroeger. “Naar mijn idee is caritas geen structurele armenzorg, maar vooral individuele hulp. De laatste decennia is de eigenheid van caritas en diaconie aan het vervagen en worden de termen door elkaar gebruikt.”

Toch verheldert het gebruik van die twee termen wat er na de invoering van de Bijstandswet gebeurd is. De traditionele bevoogdende armenzorg maakte plaats voor een maatschappijkritische beweging.

Bedrijfsbezetting

Vanaf het begin van de jaren zeventig werden maatschappijkritische organisaties als Disk en De Arme Kant van Nederland voor een belangrijk deel gefinancierd door zowel de rooms-katholieke als de protestantse Kerken. In bisdommen en parochies werden professionele diaconale werkers aangesteld.

Disk gaf advies aan de Kerken over armoede, arbeid en werkloosheid en ondersteunde het arbeidspastoraat: pastores die actief waren binnen bedrijven. De Arme Kant van Nederland en Disk organiseerden bijvoorbeeld op 19 mei 1990 op het Malieveld in Den Haag de manifestatie ‘Nederland tegen verarming’, waar duizenden mensen op afkwamen.

advertentie

In 1972 werd voor het eerst in Nederland een bedrijf bezet: werknemers van Enka in Breda protesteerden daarmee tegen de dreigende sluiting van hun fabriek. “Het bisdom Breda schaarde zich achter de staking. Dat zou nu uitgesloten zijn”, zegt Rutten.

In de marge

Disk en De Arme Kant van Nederland werden in 2014 opgeheven. Ze konden niet meer rekenen op financiële steun vanuit de Kerken. De diaconale werkers verdwenen doordat de inkomsten van bisdommen en parochies sterk terugliepen. Maar dat was niet de enige oorzaak.

“Het politieke engagement van de jaren zeventig en tachtig bestaat niet meer in die vorm”, aldus Rutten. “En de mensen die toen jong en fanatiek waren, vielen weg. Er bleef nog aandacht voor diaconie, maar meer in de marge.”

Kritisch oog

Naast geldgebrek en veranderde maatschappelijke omstandigheden was er nog iets, ontdekte Rutten. Vanuit Rome werden de diaconale activiteiten met een kritisch oog bekeken. Dat blijkt uit een brief die Rutten tijdens zijn onderzoek ontdekte. Het was waarschijnlijk niet de bedoeling dat die brief uit 1988 in een openbaar dossier terechtkwam, maar toch kreeg Rutten hem onder ogen.

Hierin legt de diplomatieke vertegenwoordiger van het Vaticaan uit dat de voorkeur uitging naar “de klassieke werken van lichamelijke en geestelijke barmhartigheid ten dienste van de armen en de mensen in grootste nood, maar ook aan de verschillende vormen van vrijwilligerswerk binnen de diverse sociale structuren”. Met andere woorden: keer terug naar het klassieke caritasmodel.

Brood stelen

Binnen de bisschoppenconferentie werd daar overigens verschillend over gedacht. “Huub Ernst, tussen 1967 en 1992 bisschop van Breda, heeft veel gedaan om juist die maatschappijkritische diaconie vorm en ruimte te geven. Zijn opvolger Tiny Muskens was niet bang om man en paard te noemen.”

Hij leefde enkele dagen als een dakloze in Breda en haalde de landelijke pers met zijn uitspraak dat wie honger had in het uiterste geval brood mocht stelen. “Dat is hem niet altijd in dank afgenomen.”

‘Caritas-plus’

Wat we nu zien, noemt Rutten “caritas-plus”. Gegoede parochianen gaan niet meer de huizen van de armen langs om brood uit te delen en om te controleren of ze naar de kerk gingen.

“Nu zie je dat kerkelijke vrijwilligers samenwerken in daklozenprojecten en inloophuizen. De Voedselbank is begonnen in de kerk. Je ziet een enorme activiteit en dienstbaarheid in de parochies.”

Het is misschien een idee als de bisschoppen een nationale raad voor diaconie zouden oprichten, zoals er ook een raad voor liturgie is.

Eigenlijk is de caritas weer terug. “Maar”, zo benadrukt Rutten, “het is een andere caritas dan die van vroeger. Die was erg patriarchaal, neerbuigend en controlerend.”

En toch ziet hij een verschil met de diaconie die in de jaren zeventig en tachtig ontstond: “Die was heel sterk gegrond in het idee dat je alleen aan armenzorg kunt doen als je naast de armen gaat staan, hun leven en hun strijd deelt.” Dat is iets anders dan enkele uren werken voor de Voedselbank; het vergt een kritische houding tegenover maatschappij en politiek.

‘Wereld van verschil’

Die kritische houding ziet hij sinds het aantreden van paus Franciscus nu juist wel in Rome. Paus Franciscus was niet bang om zich kritisch over maatschappelijke en politieke kwesties uit te laten.

Rutten: “Als je ziet wat Franciscus deed voor de gerechtigheid in de wereld: dat is een wereld van verschil. Zijn encycliek Laudato Si’ [over de wisselwerking tussen klimaatproblemen en armoede, red.] heeft gigantische implicaties: daarin is iemand aan het woord die ziet hoe de Kerk met gerechtigheid bezig kan zijn, in politieke zin.”

Belangrijker dan Rerum novarum van paus Leo XIII uit 1891, vindt Rutten. Vanaf dat moment ging de Kerk zich weliswaar met de problemen van de arbeiders bezighouden, maar drong niet aan op structurele hervormingen. “Laudato Si’ is de grootste revolutie als het gaat om gerechtigheid. In zijn andere encycliek Fratelli tutti heeft Franciscus het over vechten voor gerechtigheid. We vechten met liefde om politieke en economische gerechtigheid te verkrijgen. Dat vind ik fantastisch.”

Hij deed ook duidelijke politieke uitspraken. “De economische theorie van de trickle down economics – die ervan uitgaat dat als de rijken rijker worden, de armen er ook van zullen profiteren – verwees hij bijvoorbeeld naar de prullenbak.”

Willekeurig

Wat betekent dit voor de katholieke diaconie in Nederland? “Naast de diaconie als caritas is het misschien een idee als de bisschoppen een nationale raad voor diaconie zouden oprichten, zoals er ook een raad voor liturgie is. Met enkele leden die een vooraanstaande sociaaleconomische positie innemen en die verwantschap voelen met de sociale leer van de Kerk. Die raad brengt dan concrete politieke adviezen uit.”

De bisschoppen zijn er om leiding en richting te geven. Tegen de gelovigen zouden ze kunnen zeggen: volgens ons moeten we deze kant op, maar beslis vooral zelf, zo stelt Rutten zich dat voor. “Als het om zaken als euthanasie en abortus gaat zijn ze veel actiever dan wanneer het om de sociale moraal gaat. Dat is toch een beetje willekeurig?”

Hans Rutten, Een spoor van gerechtigheid. Veertig jaar rooms-katholieke diaconie in Nederland (1985-2025)

Uitgeverij: Eburon
Pagina’s: 328 | € 29,90

Dit artikel delen: