<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

Bevrijd je van je kwaadaardige begeertes!

KN Redactie 22 november 2018
image
CNS Photo - Paul Haring

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Onze ontmoetingen over de Tien Geboden brengen ons vandaag bij het laatste gebod. We hebben het zojuist gehoord. Dit zijn niet alleen de laatste woorden van de tekst, maar veel meer: ze zijn de vervulling van de reis door de Tien Geboden en raken de kern van alles wat erin wordt geleerd. Als we beter kijken, voegen ze dan ook geen nieuwe inhoud toe: de aanwijzing “gij zult uw zinnen niet zetten op de vrouw van uw naaste […] en op niets wat hem toebehoort”, zijn minstens latent aanwezig in de geboden over echtbreuk en over stelen; wat is dan de functie van deze woorden? Vormen ze een samenvatting? Of zijn ze iets meer?

Grenzen aangeven

Laten we duidelijk voor ogen houden dat alle geboden het doel hebben de grenzen van het leven aan te geven. Voorbij die grens vernietigt de mens zichzelf en de naaste, en schaadt hij zijn relatie met God. Als je voorbij die grens gaat, vernietig je jezelf, vernietig je ook je relatie met God en die met je naasten. Dat is wat de geboden aangeven. Door middel van dit laatste gebod wordt nog eens benadrukt dat alle zonden ontstaan vanuit dezelfde innerlijke wortel: de kwaadaardige begeertes. Alle zonden ontstaan vanuit een kwaadaardige begeerte. Allemaal. Daar begint het hart in beweging te komen en je stapt in die golf en eindigt in de zonde. Maar niet in een formele, wettelijke zonde: in een zonde die jezelf en de ander schaadt.

De Heer Jezus zegt het expliciet in het Evangelie: Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen, komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, echtbreuk, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, godslastering, trots, lichtzinnigheid. Al die slechte dingen komen uit het binnenste en bezoedelen de mens” (Mc. 7, 21-23).

Het hart raken

We zien dus dat alles wat er in de Tien Geboden gezegd wordt geen enkele zin zou hebben als het niet dat niveau, het hart van de mens, zou raken. Waar komen al die slechte dingen vandaan? De Tien Geboden zijn daar heel helder en diepgaand over: het eindpunt – het laatste gebod – van deze reis is het hart. Als het hart niet bevrijdt is, heeft de rest geen zin. Dat is de uitdaging: het hart bevrijden van al deze kwaadaardige en slechte dingen. Gods voorschriften kunnen verworden tot slechts een mooie façade van een leven dat desondanks een leven van slavernij blijft en niet een leven als zijn kind. Vaak gaat achter een farizeïsch masker van verstikkende correctheid iets slechts schuil dat onopgelost is.

We moeten echter loskomen van dit masker en die overheersende verlangens, want die tonen ons onze armoede, om te komen tot een heilige nederigheid. Ieder van ons kan zich afvragen: welke slechte begeertes komen het vaakst bij me naar boven? Jaloezie, hebzucht, geroddel? Al die dingen die van binnenuit komen. Iedereen kan zichzelf die vraag stellen en dat zal hem goed doen. De mens heeft behoefte aan die gezegende vernedering, waardoor hij ontdekt dat hij zich niet in zijn eentje kan bevrijden en waardoor hij het uitschreeuwt naar God om gered te worden. De apostel Paulus legt dat op ongeëvenaarde wijze uit wanneer hij verwijst naar het gebod om niet te begeren (vlg. Rom. 7,7-24).

Alleen met God

Het is zinloos te denken dat je jezelf kunt corrigeren zonder de gave van de Heilige Geest. Het is zinloos te denken dat je je hart kunt zuiveren puur door met je eigen wil de titanenstrijd aan te gaan: dat is niet mogelijk. We moeten ons openstellen voor de relatie met God, in waarheid en in vrijheid: alleen zo kunnen onze inspanningen vrucht dragen, want het is de Heilige Geest die ons verder brengt.

Het doel van de Bijbelse wet is niet de mens de illusie voorhouden dat hij het met letterlijke gehoorzaamheid schopt tot een kunstmatige en bovendien onbereikbare verlossing. Het doel van de wet is de mens tot de waarheid brengen, ofwel tot zijn armoede, die een authentieke deur wordt, een persoonlijke deur naar de barmhartigheid van God, die ons verandert en vernieuwt. God is de enige die in staat is ons hart te vernieuwen, mits we ons hart openen voor Hem: dat is de enige voorwaarde; Hij doet alles, maar wij moeten ons hart voor Hem openen.

Allemaal bedelaars

De laatste woorden van de Tien Geboden leren ons allemaal te erkennen dat we bedelaars zijn; ze helpen ons om de wanorde in ons hart recht in het gezicht te kijken, om op te houden zo egoïstisch te leven, om arm van geest te worden en authentiek in de ogen van de Vader, en ons te laten verlossen door de Zoon en te laten leiden door de Heilige Geest. De Heilige Geest is de meester die ons leidt: sta toe dat hij je helpt. We zijn bedelaars, laten we om die genade vragen.

“Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen” (Mt. 5,3). Ja, zalig die stoppen met geloven dat ze aan hun eigen zwakheid kunnen ontsnappen zonder Gods barmhartigheid, want alleen die kan je genezen. Enkel Gods barmhartigheid geneest het hart. Zalig zij die hun eigen kwaadaardige begeertes herkennen en die met een berouwvol en nederig hart voor God en hun naasten staan, niet als rechtvaardige mensen maar als zondaars. Het is prachtig wat Petrus tegen de Heer zegt: “Ga van mij weg Heer, want ik ben een zondaar.” Dat is een prachtig gebed: “Ga van mij weg Heer, want ik ben een zondaar.”

Dat zijn degenen die weten hoe medelijden te tonen, hoe barmhartig te zijn met anderen, omdat ze dat zelf ervaren hebben. (Vert. SvdB)