
Van krijgszuchtige edelman tot rechtvaardige herder: aartsbisschop Engelbert van Keulen nam het op voor arme kloosterzusters ten koste van zijn eigen stand. Maar hij betaalde er een hoge prijs voor…
Als zoon van de graaf van Berg en een Vlaamse gravin was de kleine Engelbert bestemd voor een hoog geestelijk ambt. Daar werd hij dan ook toe opgeleid. Maar al was hij dan geestelijke, toch ging hij zelf het liefst op in oorlog voeren en jachtpartijen. Hij schijnt zelfs deelgenomen te hebben aan de kruistochten tegen de katharen in Zuid-Frankrijk; waarschijnlijk niet zozeer om het ware geloof te beschermen, maar meer uit zucht naar avontuur.
Ondanks dit alles wordt hij in 1216 tot aartsbisschop van Keulen gewijd, en daarmee wordt hij een van de machtigste mensen in het Duitse Rijk. Temeer aangezien keizer Frederik II hem hoge staatsverantwoordelijkheden toevertrouwt.
Toch, zo onstuimig als hij was in zijn jonge jaren, zo wijs blijkt hij in die hoge functie. Hij is rechtvaardig, ook als dat ingaat tegen de mensen van zijn eigen stand en ten goede komt aan boeren en armen. Dat was in die tijd hoogst opmerkelijk. Dat rechtvaardigheidsgevoel zou hem uiteindelijk het leven kosten.
Frederik van Ysenberg, nota bene de zoon van zijn zwager, maakt zich schuldig aan afpersing jegens een vrouwenklooster te Essen. Weliswaar is het klooster hem schatplichtig, maar hij vordert veel te hoge belastingen. Om het welzijn van het klooster en de zusters bekommert hij zich helemaal niet; alleen de inkomsten vindt hij belangrijk.
Oom Engelbert grijpt aanvankelijk niet in. Dat wil zeggen: hij biedt Frederik uit eigen vermogen een groot bedrag aan, op voorwaarde dat die dan verder de zusters met rust zou laten. Frederik weigert. Daarop ontheft Engelbert hem van al zijn functies en verantwoordelijkheden. Dit is voor de adel de druppel die de emmer doet overlopen: hij heeft de armen beschermd ten koste van zijn eigen stand.
Waarschijnlijk heeft Engelbert voorvoeld wat er komen ging. Volgens latere getuigenissen heeft hij in die tijd een generale biecht afgelegd: een biecht gesproken over zijn hele leven, om met God in het reine te zijn.
Kort daarna werd hij op weg naar een kerkwijding in Schwelm door een groepje edelen, waarschijnlijk huurlingen van zijn zwager, aangehouden. Toen hij zich wilde verzetten, werd hij zonder pardon gedood. De pastoor van Schwelm durfde hem niet eens in zijn kerk te laten opbaren; dat gebeurde daarom in het klooster van Altenburg. (Bewerking: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden