
Preken, de biecht horen en hulp voor de armen organiseren: Johannes van Capestrano was in het middeleeuwse Italië van alle markten thuis. Maar wanneer er een kruistocht tegen de Turken plaatsvindt, wordt er ook een beroep op hem gedaan.
Geboren in Capestrano, een plaatsje in de Italiaanse Abruzzen, studeerde de jonge Giovanni rechten aan de universiteiten van Perugia en Rome. In 1412 wordt hij op 26-jarige leeftijd door koning Ladislas van Napels tot rechter benoemd in Perugia.
Maar als er strijd uitbreekt tussen die stad en de soldaten van het huis Malatesta, wordt hij gevangen genomen. In de kerker ontvangt hij visioenen, zo gaat het verhaal, met als gevolg dat hij breekt met zijn verleden en intreedt bij de franciscanen.
Vanaf 1417 voert zijn verlangen om het geloof te verkondigen hem door heel Italië. Naast godsdienstige onderwerpen als Christus, genade en gebed, gaan zijn preken ook over vrede en gerechtigheid. Elke dag houdt hij wel ergens een preek, die vaak meer dan een uur duurt.
Johannes schijnt nauw betrokken geweest te zijn bij de overwinning op de Turken op 22 juli 1456, waardoor Belgrado op het nippertje van de ondergang werd gered.
Daarna wachten hem rijen biechtelingen die hem uren achtereen aan de biechtstoel gekluisterd houden. Waar hij maar kan, richt hij gebedsbroederschappen op en sticht hij gasthuizen voor zieken, zwervers en daklozen.
Op verzoek van keizer Frederik III trekt hij vanaf 1451 verder Europa in. Zo vinden we hem in Oostenrijk en Bohemen, maar ook in Beieren, Thüringen, Saksen en Polen. In het voorbijgaan verricht hij honderden wonderbaarlijke genezingen. Van minstens tweeduizend zijn er getuigenverslagen vastgelegd.
Tussen de bedrijven door werkt hij ijverig mee aan de hervorming van zijn kloosterorde, en wordt hij herhaaldelijk door de paus ingeschakeld als zijn persoonlijk gezant en bemiddelaar aan Italiaanse en Europese hoven.
Vanaf 1454 wordt de kruistocht tegen de Turken een belangrijk thema in zijn preken. Hij schijnt nauw betrokken geweest te zijn bij de overwinning op de Turken op 22 juli 1456, waardoor Belgrado op het nippertje van de ondergang werd gered.
Enige maanden later sterft hij echter in Ilok aan de Donau, niet ver van Belgrado, aan de pest. Hij wordt in de plaatselijke kerk bijgezet, maar bij onlusten in 1526 wordt zijn graf geschonden. Sindsdien is zijn lijk spoorloos verdwenen. (Bewerking: Susanne Kurstjens)
Er zijn geen artikelen gevonden