<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Column

Brief aan broeder Lorenzo (2): Een foto van de Verrezen Christus

Bas Rompa 26 oktober 2018
image

In een persoonlijke zoektocht schrijft auteur Bas Rompa brieven aan zijn oude schoolmeester, broeder Lorenzo. De tweede brief: “In alle vier de huizen waarin ik in Weert woonde, kreeg de Verrezen Christus een mooi plekje aan de muur.”

Weert, najaar 2018

Beste broeder Lorenzo,

Op een ochtend in de winter stond u naast mijn schoolbank en liet me een zwart-wit plaatje van de Verrezen Christus zien. Mijn buurjongen Johnny keek nieuwsgierig mee, zijn schouder raakte de mijne. Ik rook zijn aparte geur, u had de klas al eens uitgelegd dat zijn ouders dat speciale luchtje hadden meegenomen uit Indonesië, zo rook dat land nu eenmaal. Johnny kon er niks aan doen en het was zeker geen reden om met een boog om hem heen te lopen in het speelkwartier.

Blote voeten, weer of geen weer

U vroeg aan mij of ik het plaatje in het groot na kon tekenen en inkleuren. De Verrijzenis van Christus was immers een blijde gebeurtenis, daar kon je volgens u eigenlijk nooit genoeg kleur aan geven!

Ik stond enthousiast op, want tekenen was het liefste dat ik deed, en liep achter u aan. Mijn ogen waren gericht op uw sandalen die net onder de rand van uw bruine pij zichtbaar waren, en waarin u altijd blote voeten had, weer of geen weer, van de lente tot de winter.

Voor in de klas, naast de brandende kachel, lag een groot vel gelig papier met een doos wascokrijtjes ernaast. U gaf me het plaatje en maakte een uitnodigend gebaar naar het vel. Ik ging op mijn knieën zitten en legde het plaatje op de houten vloer. Uit de doos wasco pakte ik het zwarte krijtje en begon te tekenen.

Een vredige rust

U ging achter uw lessenaar zitten en vroeg aan mijn klasgenoten of ze hun schrijfschrift tevoorschijn wilden halen. Even werd ik afgeleid door het geklapper van de kleppen van de schoolbanken, die geopend en weer dicht gedaan werden, maar al snel hing er een vredige rust in het lokaal. Het getik van kroontjespennen die in inktpotjes werden gedoopt, verstoorde die rust niet, het was eerder een soort ritme, zoals het tikken van de klok.

Toen ik het plaatje met zwart krijt in het groot op het vel had nagetekend en met inkleuren wilde beginnen, klonk er opeens een harde gil door het lokaal. Ik draaide mijn hoofd en zag mijn klasgenoten uit hun banken komen en met afschuw op hun gezichten naar mijn plaats kijken. Johnny zat diep voorover gebogen over het blad, hij verborg zijn gezicht in zijn armen, hij leek het liefste in zijn kastje te willen kruipen en verdwijnen.

“Meester Lorenzo!”, riep Martin, de langste jongen van de klas. “Meester, daar ligt een drol! Johnny heeft op Bas zijn plaats gepoept!”

image
"Toen de tekening klaar was en ik op mijn plaats zat en mijn schrijfschrift open sloeg, haalde u uit uw lessenaar een fototoestel en nam een foto van de tekening." Illustratie: Bas Rompa

Lieve woorden

Aarzelend keek ik van mijn tekening naar u, broeder Lorenzo. U stond op, vroeg of iedereen wilde gaan zitten en liep kalm naar de plek des onheils. U sprak lieve woorden tegen Johnny, opgelucht keek hij u aan. Uit een kast achterin het lokaal haalde u een stoffer en blik en een zak met zaagsel. Vanuit mijn positie kon ik niet precies zien wat u deed, maar toen u de klas verliet met het blik begreep ik dat u de drol met het zaagsel had bestrooid en op het blik geschoven.

Even later kwam u weer met het lege blik de klas in en legde het terug in de kast.

“Ik heb de drol begraven, op het schoolplein bij de kastanjeboom”, zei u met een glimlach. “De kastanjes zullen volgend jaar in de herfst nog mooier bruin zijn.”

Mijn klasgenoten hervatten hun schrijfoefeningen en ik begon de Verrezen Christus in te kleuren.

Een foto van de Verrezen Christus

Toen de tekening klaar was en ik op mijn plaats zat en mijn schrijfschrift open sloeg, haalde u uit uw lessenaar een fototoestel en nam een foto van de tekening.

De volgende dag stond u naast mijn schoolbank en overhandigde mij met een plechtig gezicht een envelop met mijn naam erop. Ik opende hem en haalde er een kleine zwart-wit foto van de Verrezen Christus uit.

“Hij is een beetje onderbelicht”, zei u. “Laat hem maar aan je ouders zien.”

Ik knikte, schoof de foto terug in de envelop en stopte hem in mijn schooltas.

Een paar dagen later nam mijn moeder mij mee naar een lijstenmakerij. Ik mocht het mooiste lijstje uitzoeken, de foto zou beschermd worden door een dun plaatje glas.

In alle vier de huizen waarin ik in Weert woonde, kreeg de Verrezen Christus een mooi plekje aan de muur, bij alle andere foto’s die mijn moeder had laten inlijsten.

Een vriendelijke groet,

Bas Rompa