<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Column

Dáárom bidt de Kerk voor de overledenen

Andre van Aarle 2 november 2018
image
Een Tsjechisch gezin bidt met Allerzielen op een begraafplaats in Praag. (Foto: (CNS Photo - David W Cerny, Reuters)

Allerzielen is veel meer dan het gedenken van de overledenen. Als de Kerk voor hun zielen bidt, is het Christus zélf die voor hen pleit.

We zitten in de laatste maand van het kerkelijk jaar. November is grauw en miezerig. En het is de maand waarin de katholieke Kerk al meer dan duizend jaar de dag van Allerzielen kent. Veel protestantse gemeenten kennen op de laatste zondag van het kerkelijk jaar de zogenaamde Voleindingszondag. Op die dag worden in gemeenten de mensen herdacht die het afgelopen jaar gestorven zijn. Dit is een opkomende trend.

Niet alleen in veel protestantse gemeenten en in katholieke parochies gebeurt dit. Rond 2 november haken allerlei uitvaartondernemers, rouwbegeleiders en ook de KRO in op het fenomeen ‘kaarsjes aansteken voor dierbare gestorvenen’. Wij willen hen in herinnering houden. Bekend is een mooie zin die je vaak bij seculiere uitvaartsamenkomsten hoort: “Je bent pas dood als niemand meer aan je denkt.”

Bidden voor overledenen is belangrijk

Al deze nieuwe riten zijn afgeleid van de eeuwenoude liturgische vieringen van Allerzielen. Deze gedachtenisviering stamt uit de tiende eeuw. Toch is er een groot verschil tussen Allerzielen en wat in de protestantse gemeenschappen gevierd wordt. In de katholieke Kerk wordt namelijk ook voor de gestorvenen gebeden. Dat gebeurt overigens niet alleen op Allerzielen, maar in iedere heilige Mis. En zeker bij een uitvaart. Wij bidden dan voor de zielenrust van onze overledene(n).

Voor protestanten blijft dat een heikel punt. En dat is jammer, want bidden voor de overledenen is van groot belang voor hun zielenheil en geeft een grote pastorale troost aan de nabestaanden. Waarom? Ik verwijs naar twee grote kerkvaders.

Augustinus

De keren dat ik in een protestantse dienst onder het gehoor van een dominee zit, en deze een kerkvader aanhaalt, dan weet ik het al: Augustinus. Deze kerkvader werd door Calvijn bewonderd. Het is eigenlijk bijna de enige kerkvader die wel eens in een preek naar voren komt. Maar één van zijn qua inhoud grotere (hoewel qua omvang kleinere) werken wordt door predikanten vergeten.

Augustinus schreef omstreeks 423 De Cura pro mortuis gerenda oftewel Wat kunnen wij voor de doden doen?. Hij schreef dit epistel vanwege een vraag van zijn collega Paulinus, die bisschop van Nola was. In dit geschrift legt Augustus uit waarom het goed is dat de Kerk bidt voor de gestorvenen. Al heel dicht bij de apostolische bron werd er voor de overledenen gebeden. Dan is het toch vreemd dat hier in de Reformatie mee gebroken werd? Waarom horen christenen wél te bidden voor de gestorvenen?

De Kerk is Lichaam van Christus

Het heeft te maken met het beeld van de Kerk, met de vraag wat de Kerk ten diepste is. Ten diepste is zij het mystieke Lichaam van Christus. Het is een beeld dat wij in onze beleving deels kwijt zijn, maar de Kerk is nu eenmaal meer dan beleving. Op vele plaatsen heeft Christus, die het ware beeld van God is, aangegeven dat Hij tot het einde der tijden aanwezig zou blijven in ons midden. Tegen de 72 leerlingen zei Hij: “Wie u hoort, hoort Mij.” Tegen de apostelen zei Hij: “Wat gij op aarde zult binden, zal in de hemel gebonden zijn.”

Zo zijn er nog meer woorden waarmee Hij zijn leerlingen begenadigde Hem op aarde zichtbaar en werkzaam te houden. Door hun sacramenteel handelen ontmoeten wij de levende Christus. Toen de verrezen Christus Paulus tegenhield op zijn weg naar Damascus, waar hij de Kerk ging vervolgen, zei Hij: “Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?” En dat terwijl Saul de eerste Kerk vervolgde. Kennelijk zijn Christus en zijn Kerk één. Daarbij weten wij dat wij slechts één voorspreker hebben bij de Vader: dat is Christus, zoals Johannes in zijn eerste brief schrijft.

Een ander groot kerkvader is Ignatius, die eind eerste, begin tweede eeuw bisschop was van Antiochië. Hij schreef al: “Waar de bisschop is, daar is de katholieke Kerk. Waar de Kerk is, daar is Christus”. Dat alles bracht Augustinus bij elkaar in zijn theologisch traktaat.

Meer dan menselijk gedenken

Vanuit dat geloof en dat perspectief bidt de Kerk voor haar gestorvenen. Want als de Kerk zó bidt, dan is het Christus die bidt tot de God de Vader. Hij pleit voor de overledenen. En dat pleiten horen wij wanneer de Kerk de zielen van haar overledenen bij God aanbeveelt.

Allerzielen is dus meer dan een menselijk gedenken zoals bij Voleindingszondag. Allerzielen is meer dan een kaarsje aansteken bij de KRO, hoe mooi dat ook mag zijn. Allerzielen is een krachtig moment in het besef dat Christus en de Kerk een eenheid zijn in het Mystieke Lichaam. Dáárom is het noodzakelijk dat de Kerk bidt voor de gestorvenen. En dáárom is het terecht dat de Kerk bij ieder aangekondigd overlijden zegt: “Heer, geef deze gelovige de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hem. Dat hij mag rusten in vrede.”

André van Aarle is diaken te Langeraar.