
Ik had lang helemaal niets met de heilige Theresia van Lisieux. Dat kwam onder meer door een foto van haar die in het huis van mijn grootouders hing, boven het logeerbed. Ik heb Theresia daar vele uren lang aanschouwd. En ik vond haar er heel trutterig uitzien, met een verwaande blik die mij vreselijk stoorde. Hoe kon zij in hemelsnaam heilig zijn?
Er was ook nog Thérèse, dochter van vrienden van mijn ouders, naar Theresia vernoemd. Zij maakte het er niet beter op: ik vond haar het prototype van een wereldvreemd heilig boontje. Ze weigerde categorisch om vriendschap te sluiten met niet-gelovige kinderen, “want die zouden haar ziel kunnen bezoedelen”.
Dat versterkte mijn afkeer alleen maar. Als tiener rolde ik meer dan eens met mijn ogen wanneer ik volwassenen weer eens met Theresia hoorde dwepen.
Desondanks had de heilige Theresia blijkbaar wel iets met mij. En dat kwam ze me zelf duidelijk maken. De eerste keer was op 1 oktober 2009, toen ik in een mail naar een vriendin terloops vermeldde dat ik mijn man die dag precies vijf jaar kende.
“Dan ga ik Theresia van Lisieux meteen bedanken voor het geschenk van jullie ontmoeting!” was haar enthousiaste reactie. Zelf had ik er nog nooit bij stilgestaan. Maar de eerste bres in mijn afweer was een feit.
Niet lang daarna zat ik met de handen in het haar omdat onze dochter op school werkelijk doodongelukkig was. In tranen belde ik mijn ouders, die in Lisieux bleken te zijn. Ze zouden de dikst mogelijke kaars aansteken, beloofde mijn moeder. Een dag later kwam er een oplossing. Een gedroomde oplossing. De bres werd een scheur.
Langzaam capituleerde ik. Verdiepte mij in haar geschriften. Ontdekte de prachtige radicale eenvoud van haar Kleine Weg
En Theresia ging vrolijk door. Zo botste ik bijvoorbeeld herhaaldelijk op rake uitspraken, die achteraf van haar bleken te zijn. Langzaam capituleerde ik. Verdiepte mij in haar geschriften. Ontdekte de prachtige radicale eenvoud van haar Kleine Weg.
Toen de man van een vriendin ineens zijn baan verloor, stelde ik een noveen tot Theresia voor. Op de negende dag kwam het bericht dat zijn vorige werkgever hem weer in dienst wilde nemen. Die dag werd het officieel: we waren vriendinnen, Theresia en ik. Voor het leven.
Volgens mij wil ze nu nog een stap verder gaan, de grote kleine heilige. Toen ik laatst in Lisieux was, kocht ik voor mezelf een hele reeks tientjesarmbanden in verschillende kleuren. Als tolk in Europese kringen wordt het dragen van opvallende religieuze symbolen impliciet afgeraden – maar een armband met bolletjes en een kruisje, dat kan wel. Aan mijn tientjes, die ik ter plaatse trouwens liet zegenen, hangt ook nog een Theresia-bedeltje.
Welnu: die bedeltjes hebben een vreemde gewoonte. Thuis blijven ze netjes aan de armband hangen. Maar ga ik werken, dan komen ze los. Zomaar, vanzelf. Zo verloor ik al minstens tien Theresiaatjes. Die liggen nu ergens in de wandelgangen van de gebouwen waar het Europese beleid vorm krijgt.
Wil de patrones van Europa haar aanwezigheid op die plekken op die manier versterken – en maakt ze mij daarbij tot haar bondgenoot? Het zou zomaar eens kunnen. Ik hoop en bid alvast dat het de vinders vergaat zoals ik. Want dan komt het met dat Europa van ons zeker goed.
Nathalie De Clerck is tolk, auteur en therapeute. Elke drie weken schrijft ze een column in Katholiek Nieuwsblad.
Er zijn geen artikelen gevonden