
Student biomedische technologie en columnist KN Jong
Wie een halfjaar geleden nog hoop had dat het CDA in de verkiezingsstrijd als grootste partij uit de bus zou komen, werd na het interview van lijsttrekker Henri Bontenbal op 20 oktober in Nieuwsuur hard met de neus op de feiten gedrukt. Een deel van de kiezers die rond het CDA zweefden, haakte af toen zij werden herinnerd aan een van de kernstandpunten van de partij: het behoud van de vrijheid van onderwijs.
Bontenbal probeerde in het interview vooral het punt te maken dat hij vreest voor een samenleving waarin verschillende levensbeschouwingen en meningen niet meer naast elkaar kunnen bestaan, wanneer het bijzonder onderwijs – en dan met name het religieuze onderwijs – zou worden ingeperkt. Maar leiden vormen van dat vrije onderwijs, zoals bijzonder en thuisonderwijs, in de praktijk niet juist tot minder begrip en inlevingsvermogen bij leerlingen?
Ouders mogen in Nederland zelf bepalen naar welke school hun kind gaat, zodat kinderen kunnen opgroeien binnen een onderwijsomgeving die aansluit bij de levensbeschouwelijke overtuiging van hun ouders. Scholen mogen daarbij vanuit hun eigen geloof of overtuiging lesgeven, wat onder meer leidt tot bijzonder religieus onderwijs.
Is er in de omgeving geen school die aansluit bij de overtuiging van de ouders, dan kunnen zij onder artikel 5 onder b van de Leerplichtwet kiezen om hun kind vrij te stellen van de leerplicht en het thuis te onderwijzen. De school is echter vaak juist een plek om te leren: waarom zou het niet de plek zijn waar kinderen leren dat er meerdere visies op de wereld bestaan?
Vooral het thuisonderwijs wordt op dit moment weer onder de loep genomen, voornamelijk vanwege de grote groei in het aantal kinderen dat uit wordt geschreven. Er is dan geen overzicht meer vanuit overheidsinstanties over de kwaliteit van het onderwijs dat de kinderen geboden wordt. Ook zijn er zorgen dat kinderen in kwetsbare situaties gemakkelijker over het hoofd worden gezien.
Dit artikel is niet gevonden
Dit is niet om te zeggen dat al het thuisonderwijs per definitie van slechte kwaliteit is: ik ken kinderen die thuis prima onderwijs krijgen en daarnaast voldoende sociaal contact hebben op de voetbalclub, catechese, et cetera. Toch gaat er binnen het onderwijs wellicht iets verloren, zowel in het bijzonder onderwijs als in het thuisonderwijs: juist het contact met andere opvattingen.
Zelf ben ik christelijk opgevoed, maar als kind ben ik naar openbare scholen gestuurd. Wat ik soms leerde en in de klas te horen kreeg, of wat klasgenootjes mij vertelden over de wereld, strookte soms totaal niet met hoe ik het thuis te horen kreeg, of hoe ik zelf de wereld beleefde. Maar juist deze andere meningen maakte dat ik beter mijn eigen meningen en opvattingen kon vormen. Het riep vragen op en dwong tot nadenken.
Mijn huidige overtuigingen verschillen zowel van die van mijn ouders als van veel oud-klasgenoten. Hoe anders was dat geweest als ik tijdens mijn basisschool- en middelbareschooltijd alleen in aanraking was gekomen met de wereldvisie van mijn gezin? De kans is groot dat ik bij aankomst op de universiteit pas voor het eerst met andere denkwerelden geconfronteerd zou worden, met een geloofscrisis tot gevolg.
Deze pagina is niet gevonden
Door in aanraking te komen met de verschillende levensbeschouwingen leren we kinderen dat andere mensen andere meningen kunnen hebben. Dat dat niet betekent dat onze eigen mening niks waard is, of dat je klakkeloos de perspectieven van anderen over moet nemen. Juist door deze verschillen kunnen we kinderen, maar ook onszelf, uitdagen om onze eigen standpunten onder de loep te nemen, te bespreken en te verdiepen.
Er zijn geen artikelen gevonden