
Er zijn een aantal vieringen in het jaar waarvoor ook alle buurtgenoten (die kennelijk toch nog een link met het geloof hebben) naar de kerk komen. Met Kerstmis en Pasen bijvoorbeeld zijn bijna alle banken gevuld. Maar in het dorp waar ik vandaan kom, is dit weekend een viering die ook die twee hoogfeesten overtreft – in zulke mate dat de viering tegenwoordig in het dorpshuis in plaats van de kerk wordt gehouden: Allerzielen.
Vroeger wist ik niet goed wat Allerzielen nou was. Het enige wat ik erover wist is dat het een van die twee feesten na Halloween is (maar is Allerheiligen of Allerzielen nou eerder?) en dat we in de novemberkou en herfstregen naar de begraafplaats moesten.
Toen ik ouder werd, kreeg ik mee dat de graven werden gezegend en dat we voor de overledenen baden. Ook voor families die niet regelmatig in de kerk kwamen, leek het een moment om met de familie stil te staan bij de overleden familieleden en om hen te herdenken.
Door het geloof hebben wij een hele andere band met de dood dan seculiere mensen, en ik denk dat zij dat ook beseffen. Toen ik bijvoorbeeld op de basisschool zat, had ik een goede vriendin die ik regelmatig meenam naar de kerk. Zo nodigde ik haar uit om mee te zingen in het kinderkoor en wilde ze zelfs een tijdje misdienen. Halverwege die tijd werd ons schoolrooster veranderd naar een continurooster, wat betekende dat we op school lunchten in plaats van thuis.
Ik vroeg aan mijn meester of we een minuutje stil konden zijn voor het eten, zodat ik toch een dankgebed kon doen. Ook mijn vriendin maakte er gebruik van. Aan het eind van onze schooltijd gaf ze echter toe dat ze niet meer geloofde. Ze bad nog wel tijdens de lunch, zei ze, maar niet tot God. Ze sprak tegen haar overleden opa.
Destijds vond ik het vooral jammer dat ze niet meer in God geloofde. Maar later, toen ik me meer inhoudelijk met het geloof bezig ging houden en over de “gemeenschap van de heiligen” las, liet het me beseffen hoe mooi dat concept wel niet is.
We mogen geloven dat wij, de levenden, ook met de doden verbonden zijn en dat zullen blijven. En dat we hen terug kunnen zien in het paradijs.
We benoemen het elke keer als we de geloofsbelijdenis uitspreken, maar tot die tijd dacht ik dat dat puur om de verbintenis van aardse gelovigen met de heiligen ging. Maar gaat het veel verder dan dat. Het verbindt de gehele gemeenschap van de Kerk, iedereen die in Christus is – wij hier op aarde, de heiligen in de hemel en alle zielen in het vagevuur.
De kracht die van deze gemeenschap uitgaat, raakt ook, al dan niet onbewust, ongelovige mensen. Verlies en rouw is immers iets waar je als mens niet omheen kan, hoe je je leven ook inricht. Als katholieken hebben wij het voorrecht om te geloven dat er meer is dan alleen de rouw en de dood.
We mogen geloven dat wij, de levenden, ook met de doden verbonden zijn en dat zullen blijven. En dat we hen terug kunnen zien in het paradijs.
Daarom is Allerzielen zo’n bijzonder feest. Nadat we de dag ervoor de heiligen hebben herdacht, komen we met een aardse gemeenschap bijeen om ook de andere zielen te herdenken. Daar gaat nog een grotere kracht van uit dan vanuit Allerheiligen, omdat ook juist de overleden onbekendere, imperfecte, menselijke mensen bij onze gemeenschap horen. Evenveel als de levende christenen, en evenveel als onze ongelovige buurtgenoten.
Er zijn geen artikelen gevonden