
We keken in stilte naar de drukke weg onderaan de heuvel. Toen deze aangelegd werd, kwam het geheim naar boven. Al eerder was een man van in de zeventig in contact gekomen met pater Myron, de Amerikaanse pastoor van de katholieke kerk van Vladivostok. De man vertelde de pater dat toen hij zo’n acht jaar oud was, er ’s nachts vaak vrachtwagens langs zijn huis kwamen.
Op een zekere nacht besloot hij deze te volgen en zo zag hij, verborgen in de bossen, hoe vele mensen uitgeladen werden en aan de rand van een diepe put op de knieën moesten gaan zitten. Een voor een kregen ze een kogel door het hoofd en vielen ze in de put. Een laag zand ging eroverheen, om hetzelfde te herhalen op een andere nacht.
Het jongetje maakte er een tekening van. Zijn oom zag die en waarschuwde hem om die nooit aan iemand te tonen en niemand iets te vertellen over wat hij gezien had.
Pas aan het einde van zijn leven, in de jaren negentig, vertelde hij over het lang begraven geheim dat hij nooit had kunnen vergeten. Men ging op zoek naar de plaats waar dit gebeurd zou moeten zijn. De kindertekening was als een landkaart die naar een plek in het bos leidde.
Pas toen de weg tussen twee heuvels uitgegraven werd, verschenen er lichamen, begraven met het hoofd naar beneden en de voeten naar boven, kledingstukken, schoenen, portemonnees met munten uit de jaren dertig en kinderspeelgoed.
We baden met ons groepje pelgrims voor barmhartigheid voor al diegenen die ook vandaag sterven zonder priesterlijke assistentie
Op die plaats staat nu een kruis als aandenken aan de onschuldige slachtoffers van een goddeloos regime. De stoffelijke resten van vijfduizend slachtoffers van de onderdrukking liggen nu begraven op een begraafplaats iets verderop.
Het waren veelal jonge mensen, tussen de vijfentwintig en vijftig jaar, kunstenaars, schrijvers, professoren, die een tijd lang geleefd hadden in de goelag genaamd “De hel” langs de spoorlijn in de stad; of stadsburgers die eenvoudigweg niet enthousiast waren over de propaganda van Stalin en dat met een boottocht naar de goelags van Magadan moesten bekopen, of met een laatste wandeling in de bossen.
Tijdens dit Jubeljaar maken wij gelovige mensen pelgrimstochten, met name naar de heilige deuren in de historische basilieken van Rome. Hier in het verre oosten van Rusland hebben we een andere pelgrimstocht mogen maken. Die voerde langs de lijdensweg van vele duizenden onschuldige mensen, die hun leven gaven voor God, voor de gerechtigheid, de vrijheid, de mensenrechten.
Een van hen was de eerste en tevens laatste bisschop van Vladivostok, mgr. Karel Slivovski. De precieze plaats van zijn graf is verloren gegaan, maar volgens foto’s en getuigenissen lag hij dichtbij een orthodoxe kapel, bij een klooster. Hij was de laatste katholieke priester die stierf in Vladivostok, op 5 januari 1933 op 85-jarige leeftijd, na vele jaren van extreme moeilijkheden.
Hijzelf en de vele mensen na hem werden beroofd van de mogelijkheid om priesterlijke assistentie te ontvangen in het uur van de dood. Voor hem en de katholieken na hem was er geen christelijke begrafenis meer. We baden met ons groepje pelgrims voor barmhartigheid voor al diegenen die ook vandaag sterven zonder priesterlijke assistentie.
Madre Anima Christi is missionaris in Rusland. Elke drie weken schrijft ze een column in Katholiek Nieuwsblad.
Er zijn geen artikelen gevonden