Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Column

Een katholieke grote sprong voorwaarts

Kluizenaar te Warfhuizen en columnist bij Katholiek Nieuwsblad. Zie ook paterhugo.nl

30 juni 2026

Als dit stukje verschijnt is het bijna juli en zullen de Piusbroeders volgende week of zo opnieuw in een schisma terechtkomen. Ik heb al de nodige cholerische en pedante stukjes voorbij zien komen, zowel van hun aanhangers als van hun tegenstanders. Dan weer worden de Vaticaanse autoriteiten pikzwart geschilderd, dan weer de oversten van de Lefèbvrianen.

advertentie

Wat een treurige flauwekul allemaal. De werkelijkheid is na zestig jaar politiek gepruts en onchristelijk gedoe van twee kanten zo verschrikkelijk ingewikkeld geworden dat geen enkel simpel verhaaltje er ooit nog recht aan zou kunnen doen. Het is duidelijk dat wat de priesterbroederschap nu aan het doen is gewoon niet kan.

Katholiek noemen

Het is ook de vraag of je hun toch wel erg onbarmhartige mentaliteit überhaupt nog katholiek kunt noemen. Aan de andere kant had eenieder dit al in het midden van de jaren zestig kunnen en moeten zien aankomen. Godsdiensten zijn nou eenmaal niet alleen aan formele gezagsstructuren, maar ook aan natuurwetten en automatische sociale mechanismen onderworpen.

Als je een religieuze cultuur van millennia in minder dan tien jaar tijd kunstmatig en onherkenbaar verbouwt, mag je minstens een terugslag verwachten. Reëler zou het zijn om gewoon het einde van die religieuze traditie te verwachten.

Naar wiet geuren

Was het verstandig om in het Europa van 1962 – dat nog totaal getraumatiseerd was door de Tweede Wereldoorlog – een concilie bij elkaar te roepen? Menselijkerwijs waarschijnlijk niet. Maar paus Johannes XXIII durfde het toch aan, ik neem aan vanuit een diepgelovig optimisme en een rotsvast godsvertrouwen. Die bezat hij nou eenmaal. Zo was hij.

De Piusbroeders hebben ongelijk – maar wij, de Kerk, hebben hun bloed aan onze handen

En hij leek in eerste instantie nog gelijk te krijgen ook. Wie de conciliedocumenten leest voor wat ze zijn heeft weinig reden om er een gevaar voor de katholieke beschaving in te zien. Vooruit: Gaudium et spes is een tikkeltje naïef op de manier die we allemaal wel kennen van dat decennium, dat nou eenmaal meer naar wiet dan naar wierook geurde.

Ook zijn een paar documenten ondertussen verouderd, zoals de tekst over de communicatiemedia. Maar over het algemeen zie je in die geschriften iets heel bijzonders en positiefs gebeuren. Vanuit een echte liefde voor de spirituele erfenis van Europa probeert men de Kerk nieuwe ademruimte te geven.

Van geluk spreken

Alleen werd al dat moois onmiddellijk weer in de kachel gesmeten vóór de inkt zelfs maar was opgedroogd. In plaats daarvan begon men al het vertrouwde af te breken en ondankbaar te minachten. Er werd iets aangejaagd dat je misschien nog het beste zou kunnen vergelijken met een van de communistische culturele revoluties uit die tijd.

Een katholieke ‘Grote Sprong Voorwaarts’. Gelukkig beschikken kerkelijke facties niet over staande legers, dus bleven we gespaard voor de miljoenen doden die daar doorgaans mee gemoeid zijn. Dat wil zeggen: in letterlijke zin. Want we mogen van geluk spreken dat het bij één schisma is gebleven en het er geen tien zijn geworden. De Piusbroeders hebben ongelijk – maar wij, de Kerk, hebben hun bloed aan onze handen.