Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Column

Heb uw naaste lief, gril eens een vegetarische burger!

Student Global Sustainability Science en columnist KN Jong

01 juni 2026

Ik moet iets bekennen: al sinds mijn dertiende eet ik vegetarisch. Ik zal de standaardvragen meteen afwerken: nee, ik kom geen voedingsstoffen tekort; ja, soms mis ik vlees, maar nee, ik heb me nog niet bedacht; en bij barbecues eet ik het liefst een combinatie van gegrilde groenten, vleesvervangers en heel veel stokbrood.

Is het lastig om vegetarisch te eten? Ja, soms wel. De standaard is immers nog altijd een bord met vlees, of zelfs vlees met een bord eronder. Begrijp me niet verkeerd: cultuurhistorisch hangt het eten van vlees samen met stijgende welvaart. In zekere zin is het dus juist een goed teken dat we ons vlees in zulke hoeveelheden kunnen veroorloven.

Generaties na ons

Maar de vraag blijft: moeten we wel zoveel vlees eten? Vooral voor christenen is dat een belangrijke vraag, want minder vlees eten is een kleine manier om op grote schaal bij te dragen aan naastenliefde.

Bij naastenliefde denken we vaak aan goede doelen, een bezoekje aan oma of het delen van de helft van je broodje met een zwerver. Kortom, we denken aan onze fysieke, aardse naasten. De naastenliefde waar ik het over heb, reikt echter niet alleen door de ruimte, maar ook door de tijd.

Niet alleen de mensen met wie we nu het leven delen, maar ook de generaties die na ons komen. Want uiteraard vallen ook zij onder onze naasten. De apostelen en heiligen zijn net zo goed onze naasten als buurman Joost en de ongeboren kinderen die we willen beschermen.

Wetenschap

Het eten van vlees lijkt misschien een vreemde afslag vanaf Christus’ belangrijkste gebod van naastenliefde. De brug wordt echter geslagen door de wetenschap. Eerst een korte opfriscursus biologie. Voor de productie van vlees is voer nodig. Vee eet gras, maar ook veevoer dat bestaat uit maïs, soja en andere voedergewassen.

Daardoor kost vleesproductie relatief veel land en water vergeleken met gewassen die rechtstreeks door mensen worden gegeten. Daarbij gaat het niet alleen om landbouwgrond die al generaties lang in gebruik is en regenwater dat wordt opgevangen, maar soms ook om ontboste gebieden en schaarse watervoorraden.

Moeilijk te vermijden

Daarnaast stoten dieren broeikasgassen uit, waaronder het bekende CO₂. Dat draagt bij aan klimaatverandering, met gevolgen zoals extremer weer en een grotere verspreiding van ziekten. Ook brengt de huidige intensieve veehouderij risico’s op dierenleed met zich mee, doordat veel dieren op een beperkte oppervlakte leven of onder omstandigheden die hun welzijn aantasten.

‘Als we efficiëntie en productie meer prioriteit geven dan zorgen voor de schepping; doen we dan wel wat Hij van ons verlangt?’

Uiteraard zijn veel boeren zich bewust van deze uitdagingen en werken zij aan verbeteringen, zeker in Nederland en de Europese Unie. Toch blijven veel van deze effecten moeilijk te vermijden wanneer we vlees op de huidige schaal willen produceren.

Rentmeesterschap

Christus leert ons om onze naasten lief te hebben als onszelf en om te delen wat we kunnen. Dat gaat niet alleen om ons geld en ons eten, maar ook om de schepping zelf. Dieren, landbouwgrond, bossen: alles hebben we van God gekregen om als rechtschapen rentmeesters te verzorgen.

Als we grondstoffen nu uitputten en daardoor afpakken van toekomstige generaties, als we de balans van klimaatverandering negatief laten doorslaan, als we efficiëntie en productie meer prioriteit geven dan zorgen voor de schepping; doen we dan wel wat Hij van ons verlangt?

advertentie

Gelukkig is het makkelijk om zelf onze bijdrage te leveren. Wel of niet vlees eten is geen zwart-witte keuze: een keer in de week een varkenslapje laten staan kan al een vorm van naastenliefde zijn die grenzen en generaties overstijgt. En wie toch vlees wil eten, kan bijvoorbeeld vaker kiezen voor kip dan voor rundvlees, omdat de impact op klimaat en grondstoffengebruik doorgaans kleiner is.

Dus zet die barbecue maar aan, maar vergeet de groenten en kippenboutjes niet!