Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Column

Kamperen tussen de kerkbanken

Student biomedische technologie en columnist KN Jong

12 januari 2026

Terwijl ik in de vroege uurtjes van het nieuwe jaar zwalkend naar huis fiets, slalommend om halflege dozen semilegaal vuurwerk, denk ik aan al die andere momenten in het afgelopen jaar waarop ik ver van huis was.

Tijdens het Jubeljaar ben ik, net als veel andere jongeren, op pelgrimstocht geweest. In Rome heb ik dingen geleerd en meegemaakt die me altijd bij zullen blijven. Maar bij elke pelgrimstocht hoort ook een weg terug: naar huis, naar het gewone leven, om daar toe te passen wat je onderweg hebt geleerd.

Andere ervaringen

Thuiskomen betekent weer slapen in je eigen bed en melk drinken uit je favoriete mok. Maar het betekent ook: terug naar school, terug naar werk, terug naar je parochie. En juist daar wringt iets. Wat betekent thuiskomen in de Kerk eigenlijk – en voor wie is die Kerk bedoeld?

Iedereen beleeft het geloof op zijn eigen manier, en zo ervaart ook iedereen zijn parochie anders. Zelf kom ik al van jongs af aan in de kerk en ik voel me er thuis. Tijdens de tienergroep speelden we verstoppertje in de kerkzaal (behalve op het priesterkoor) en tijdens de Mis wordt er hier en daar gefluisterd of zacht gelachen.

Voor wie?

Ik zou kunnen kamperen tussen de kerkbanken en het zou me nog bevallen ook. Tegelijk zie ik dat niet iedereen zo in de Kerk staat. Voor sommigen is de Mis een formele aangelegenheid: zondagse kleding, stilte, volledige aandacht op God.

advertentie

Anderen komen vooral voor de preek, om met nieuwe moed de week in te gaan. Weer anderen beleven de Mis als iets dat ze mee vormgeven, zingend in het koor of spelend op het orgel. Met wie in gedachten stappen we eigenlijk de kerk binnen: God of onszelf?

Gemopper

Na afloop van de Mis hoor ik steeds vaker gemopper. De preek was te langdradig, het plafond te geel, het orgel te fladderig, het koor zong wat vals, er was te veel wierook, en wat een lelijke kerststal staat daar.

‘Als er minder mensen naar de kerk komen, helpt het niet om de deuren een nieuw likje verf te geven.’

Ik ben hier zelf ook niet vrij van: als het koor achter het altaar ‘We are the world’ inzet in plaats van een fatsoenlijk kerklied, kost het me moeite om stil te blijven. Maar als we zo naar de kerk gaan, komen we vooral voor de Mis die wij het prettigst vinden, in plaats van voor Hem om wie het draait.

Stel je iemand voor die op een zondagochtend voor het eerst een kerk binnenloopt. Wat maakt dat iemand zich meteen thuis voelt? Niet de kleur van het tapijt, niet de zuiverheid van het koor of de vorm van de herders in de kerststal.

Likje verf doet niks

Het is de warmte van de parochianen, een knikje bij binnenkomst, iemand die even meeloopt naar het kaarsenrek en zegt: “Steek gerust een kaarsje op.” En het is de aanwezigheid van God zelf in de Mis.

We moeten onszelf niet verliezen in details. Als er minder mensen naar de kerk komen, helpt het niet om de deuren een nieuw likje verf te geven. We hoeven ook geen kunstgrepen uit te halen om mensen binnen te lokken. Vaak is een eenvoudige uitnodiging al genoeg om te laten zien dat de Kerk een thuis kan zijn.

Een plek die misschien niet perfect is, maar waar God dat wel is. Een plek om Hem te danken en zijn genade en vergeving te ontvangen. Zelfs als je ‘Door de wind, door de regen’ als communielied hebt gezongen.