
Recent was er nogal wat te doen over de vraag of echtparen met weinig financiële middelen niet beter kinderloos kunnen blijven. Geen kinderen, geen kinderarmoede, is blijkbaar de redenering.
Ik vind dat nogal simplistisch, en vraag me af of we het probleem misschien ook van de andere kant kunnen bekijken: geen armoede, geen kinderarmoede. Op die manier leggen we de verantwoordelijkheid voor het (inderdaad schrijnende) verschijnsel kinderarmoede niet bij de noodlijdende ouders, maar bij de samenleving, die er niet in slaagt om iedereen reële kansen te bieden én te laten grijpen.
Voor dat argument zijn de diehards echter doof. Als het van hen afhangt, mag je pas zwanger worden als je genoeg op je bankrekening hebt staan, en daarmee basta. Welnu, als we het debat op die toon gaan voeren, dan heb ik nog wel wat andere criteria in gedachten voor koppels met een kinderwens.
Ik denk bijvoorbeeld aan de stabiliteit van de relatie en de kwaliteit van de communicatie tussen de partners. We zouden ook op voorhand kunnen onderzoeken of kandidaat-ouders wel netjes hun belastingen betalen, gezond eten, genoeg bewegen en een realistisch beeld hebben van wat er allemaal komt kijken bij het ouderschap.
Bij een slecht resultaat zou er dan een verplichte cursus volgen, waarin bijvoorbeeld burgerzin en geweldloze opvoedingsstrategieën aan bod kunnen komen. Niet geslaagd? Tja, geen kinderen dan. Eigen schuld.
In hoeverre mag een mens bepalen of een ander mens geschikt is om kinderen te krijgen?
Natuurlijk klinkt dit alles provocerend en grotesk. Maar met die spontane ideeën van mij haal ik wel een paar interessante onderliggende ethische vragen naar boven. In hoeverre mag een mens bepalen of een ander mens geschikt is om kinderen te krijgen?
Is het überhaupt mogelijk om dat op een betrouwbare manier te toetsen? En ook: roept elke poging daartoe niet onvermijdelijk herinneringen op aan gruwelijke experimenten van dolgedraaide dictators?
Het zijn moeilijke vragen met een al even moeilijk antwoord… Daarom zie ik een ouderschapsgeschiktheidsevaluatie nog niet meteen ingevoerd worden. Laat ik het daarom maar hebben over wat we als samenleving dan wél kunnen doen om kinderen van ellende te vrijwaren.
Vanuit mijn ervaring als therapeute heb ik alvast één advies – dat geldt voor álle kandidaat-ouders, hoe rijk of arm ze ook zijn. Sterker nog: het geldt voor iedereen die een opvoedende functie bekleedt, van de schooldirecteur tot de jeugdrechter en de zusters die met hun congregatie een weeshuis runnen. Het luidt: “Laat naar je kwetsuren kijken.”
Eerlijk: niemand komt zonder kwetsuren door het leven, al zien die er bij iedereen uiteraard anders uit. Veel meer dan we beseffen (en dan ons lief is), beïnvloeden kwetsuren van vroeger onze reacties van vandaag. Zeker in stresssituaties bepalen de kwetsuren die je meedraagt hoe je reageert – en of je in staat bent om een kind een warm en veilig nest te geven.
Wie uit liefde voor zijn kind de moed opbrengt om de eigen kwetsuren onder ogen te zien en aan te pakken, wordt vanzelf een gelukkiger mens. En laat dat nu net het mooiste geschenk zijn dat je een kind kunt geven: twee gelukkige ouders – hoe dik of dun hun portemonnee verder ook is.
Nathalie De Clerck is tolk, auteur en therapeute. Elke drie weken schrijft ze een column in Katholiek Nieuwsblad.
Er zijn geen artikelen gevonden