
Sluikbekeerder. Waarschijnlijk het mooiste compliment dat ik ooit van een vriendin heb gekregen. Ik ontmoette haar tijdens een operaproductie, zo’n ontmoeting waarbij het meteen lijkt alsof je elkaar al lang kent.
Iemand die in staat is vanuit extreem oppervlakkige humor in het meest filosofische, abstracte gesprek terecht te komen in minder dan een halve minuut: dat zijn mijn favoriete mensen. Ze had diepe levensvragen, ik kon haar een bepaalde richting op sturen.
Binnenkort, als ze klaar is met haar tour met André Rieu, laat ze zich dopen. Leuk concept om over na te denken, sluikbekering. In tegenstelling tot de straatpredikant die met microfoon en speaker op treinstations verschijnt en voorbijgangers waarschuwt voor het hellevuur, gaat de sluikbekeerder subtieler te werk: hij laat nonchalant bijbelcitaten vallen als het gesprek erom vraagt.
Later, op het juiste moment, volgt een persoonlijk en diepgaand bekeringsverhaal. Geheel zonder druk! Uiteindelijk stuurt hij een mooi boek, icoontje of een rozenkrans op (even overleggen met de Heilige Geest). De rest laat hij aan God over.
Niks tegen die straatpredikant, trouwens, want die zijn ook nodig. Voor sommige mensen werkt zo’n aanpak beter.
Dat is misschien ook wel het hele punt: iedereen is anders en wordt op een andere manier naar het geloof toe getrokken. God weet dat, maar voor ons kan het nog wel eens gissen zijn wat de juiste route is.
In mijn carrière als sluikbekeerder heb ik me regelmatig in posities bevonden waarin ik plotseling ieder woord moest wegen. Wat doe je als iemand bijvoorbeeld nog geen enkel besef heeft van het feit dat bepaalde spirituele praktijken niet samen kunnen gaan met het christendom, sterker nog, ervan overtuigd is dat je prima tarotkaarten naast je Bijbel kunt hebben liggen?
Als God dichter bij mij is dan ik bij mezelf ben, zoals Augustinus dat zegt, dan weet Hij ook exact hoe Hij iemand terug moet brengen bij zijn kudde.
Gooi je dan gelijk een emmer ijswater over ze heen door ze ronduit te vertellen dat hun vriendelijke “engelen” eigenlijk misleidende demonen zijn, graaiend naar de onsterfelijke zielen van hun slachtoffers? Dan bevind je je op glad ijs: je wilt ze niet afschrikken, maar moet wel integer zijn.
Niet zelden heb ik mijmerend naar het plafond liggen staren terwijl ik me voor de geest haalde wat ik allemaal had uitgekraamd en me afvroeg of ik m’n missionaire project had verknald. Dan komt je ego in de weg staan, dus dan zit je in de problemen.
Misschien is mijmeren niet eens nodig. Als God dichter bij mij is dan ik bij mezelf ben, zoals Augustinus dat zegt, dan weet Hij ook exact hoe Hij iemand terug moet brengen bij zijn kudde. Moeten we bang zijn een bekeringsproces te verpesten?
Augustinus schrijft ook: “U hebt mij gezocht, zodat ik U zou zoeken”, dus dan lijkt het erop dat het initiatief vanuit God komt… maar wij zijn ook uitgezonden om alle volkeren tot zijn leerlingen te maken.
Gelukkig is er dat ene detail in het Evangelie, dat vers waarin Jezus belooft met ons te zijn tot het einde der tijden. Ergens anders staat dat we zonder Hem geen vrucht kunnen dragen. Alle lof en eer dus aan Hem, of we nu op straat prediken of sluikbekeren.
Luisa Kop is moeder, musicus en copywriter. Ze schrijft regelmatig een column voor Katholiek Nieuwsblad.
Er zijn geen artikelen gevonden