Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Column

Vertrouwen op een goede afloop, ooit

Tolk, auteur en therapeute

02 september 2026

Op de dag dat wij met het gezin op onze reisbestemming aankwamen, won de plaatselijke voetbalploeg het nationale kampioenschap. Als balsportnitwits wisten wij uiteraard nergens van; zelfs het WK interesseert ons amper.  

Als één man 

Maar de vele rood-groene vlaggen, affiches, beertjes en uitstalramen waren ons onderweg wel opgevallen, net als de talrijke plakkaten met bemoedigende slogans. Het was overduidelijk: de streek stond als één man achter het team.  

Hoe gigantisch de volksvreugde was, merkten we pas goed toen we daags erna boodschappen gingen doen. De hele stad was in supportersshirt op straat gekomen om de overwinning te vieren, met toeters, bellen, gezang en bier.  

Lang op gewacht 

In een poging om niet al te veel op te vallen, kochten we snel onze eigen rood-groene vlag, waar onze tieners meteen enthousiast mee zwaaiden. Of de extase lang zou aanhouden, vroeg ik in de wachtrij bij de kassa. “Minstens een jaar”, luidde het verrassende antwoord. “We hebben er tenslotte lang genoeg op gewacht”.  

Niet zelden ga ik met een bang hart naar de Mis en kom ik met een gekweld hart weer thuis

Naarmate de dagen verstreken kwam ik meer details te weten. Dat de vorige overwinning van 75 jaar geleden dateerde. Dat ze in die tijd maar liefst twaalf keer in de finale stonden, maar telkens verloren. Dat de spelers denigrerend “bruidsmeisjes” werden genoemd. Mijn sympathie voor het rood-groene feestgedruis werd er alleen maar groter door. Net als mijn ontzag voor de ploeg en de supporters.  

Hardnekkig geloven 

75 jaar, dat is immers een heel mensenleven. Drie generaties. Duizenden mensen die het beste van zichzelf gaven omdat ze hardnekkig geloofden in de overwinning, ook wanneer die uitbleef. Dat geldt voor de spelers en hun coaches, maar ook voor alle andere betrokkenen. 

Fysiotherapeuten, jeugdtrainers, tuiniers en technici voor de oefenvelden, supporters die via de jaarlijkse barbecue de nodige fondsen bijeenbrachten, moeders die hun kinderen elke week trouw met vers gewassen shirts naar de training brachten en oma’s die kaarsjes brandden voor de wedstrijd. Allemaal droegen zij op hun eigen manier en hun eigen moment bij aan de overwinning – omdat ze vertrouwden op een goede afloop, ooit.  

advertentie

Voor mij is dat een sterke les in hoop. Ik had het hier al eerder over de talrijke liturgische wantoestanden in mijn zieke bisdom: niet zelden ga ik met een bang hart naar de Mis en kom ik met een gekweld hart weer thuis.  

Standvastigheid 

Nu besef ik gelukkig dat ik daarmee niet zo veel verschil van al die moeders die hun kind en zichzelf jarenlang voor de wedstrijd moed inspraken, en erna troost en zelfvertrouwen boden. Zij lieten zich niet uit het lood slaan – en die standvastigheid bleek voor de overwinning onontbeerlijk.  

Mij zult u daarom met hernieuwde kracht in de Mis zien zitten. Ik zal hier de liturgische frivoliteiten blijven ondergaan, biddend voor priesters en bisschoppen die de weg kwijt zijn en vertrouwend op Gods voorzienigheid. En op een dag zal ik de overwinning zien. De rood-groene vlag heb ik daarvoor alvast klaargezet.