Een traditie van eeuwen­ tegenover de waan van de dag

Lees al vanaf 0,20 p/d

Column

Was ik maar een bekeerling…

Student Global Sustainability Science en columnist KN Jong

30 maart 2026

Ik heb mijn naam – die overigens Simone is, aangenaam – te danken aan mijn moeder. Als vierde kind hadden mijn ouders al drie namen vergeven, maar mijn moeder had nog één grote wens: een zoon die Simon heette.

Oké, goed, een dochter met de naam Simone was ook leuk. Ze wilde mij hoe dan ook vernoemen naar haar lievelingsapostel Simon Petrus, de eigenwijze maar trouwe volgeling van Jezus.

Ironisch

Simon heeft een sterk karakter, op z’n zachtst gezegd. Met zijn impulsieve uitspraken en zijn gebrek aan een blad voor de mond maakt hij het leven van de apostelen en Jezus bepaald niet saai. Zijn volledige overgave aan alles waar hij zijn hart aan verliest, leidt er uiteindelijk toe dat hij wordt hernoemd tot Petrus: de rots waarop Jezus Zijn Kerk bouwt.

Persoonlijk vind ik het best ironisch dat ik naar hem vernoemd ben. Waar hij graag op de voorgrond treedt, blijf ik liever op de achtergrond. Waar hij meteen zegt wat er in hem opkomt, houd ik dat soms juist voor me. En waar hij overal honderd procent voor gaat, blijven er bij mij vaak twijfels. Ook als het gaat om het volgen van Jezus.

Wat dat betreft ben ik soms best jaloers op bekeerlingen. Net als Petrus hebben zij vaak een indrukwekkend roepingsverhaal en lijken ze vervuld van het vuur van de Heilige Geest.

Overspoeld

Stel je voor: het is een vroege lentemiddag, een waterig zonnetje schijnt door de wolken. Al een paar weken heb je het gevoel dat er iets ontbreekt in je leven, iets groters dan de alledaagse dingen… Je loopt langs de plaatselijke kerk, stapt in een opwelling naar binnen en wordt overspoeld door rust, vrede en liefde. Sindsdien ben je er wekelijks te vinden.

advertentie

Dit is geen verzonnen verhaal, maar het bekeerverhaal van een van mijn medeparochianen, die een paar jaar geleden is gedoopt. Als ik katholieken ontmoet die ik nog niet ken, is hun bekering tegenwoordig vaak een van mijn eerste gespreksonderwerpen. Supermooi natuurlijk! Maar het roept bij mij ook vragen op.

‘Routinechristenen’

Zou ik wel gelovig zijn als ik niet in een christelijk gezin was opgegroeid? Ben ik niet gewoon een routinechristen, gelovig omdat het nu eenmaal zo is meegegeven? En voel ik wel dat vurige verlangen en die levendige liefde voor de Heer, zoals mijn apostolische naamgenoot dat had?

Zonder zo’n duidelijk keerpunt is het soms lastig om aan anderen uit te leggen waarom je gelooft. “Ik ben zo opgevoed en ik zie niet in waarom niet” voelt als een wat mager antwoord. Misschien moeten wij ‘routinechristenen’ daar toch vaker bij stilstaan.

Waarom geloven wij eigenlijk? Waar baseren wij ons geloof op? Ook zonder spectaculair bekeerverhaal zouden we daar met overtuiging iets over moeten kunnen zeggen.

Heilige luiers

Daarvoor kunnen we ook kijken naar een andere heilige die in mijn doopnamen voorkomt: Maria Zij kende Christus van het begin af aan, heeft zelfs Zijn heilige luiers verschoond, maar heeft nooit aan Hem getwijfeld. Niet toen Hij als eigenwijze puber kwijtraakte in Jeruzalem en ook niet toen Hij voor haar ogen stierf aan het Kruis.

Voor Maria zal het niet intimiderend zijn geweest toen meer mensen zich bekeerden; integendeel, want hoe mooi is het dat er méér mensen zich tot Hem, haar eigen Zoon, bekeerden? Zelfs in die eigenwijze visser Simon groeide een rotsvast vertrouwen.

Eigenlijk zou dat ons geloof in Jezus alleen maar moeten versterken.