
Ieder mens heeft zwakke plekken en zelf heb ik er vele. Een ervan is dat ik kinderachtig slecht tegen langdurig snertweer kan. Vooral winters die tegelijk te donker en te warm zijn kunnen mij, zo tegen maart, een buitengewoon zurige stemming bezorgen. Ik durf dan ook wel te stellen dat ik op dit moment levensgevaarlijk ben.
Het is nu half februari en alles loopt uit, omdat het elke dag twaalf graden is. Tegelijkertijd heb ik een oude ansichtkaart uit Mallorca op moeten zoeken om af en toe even te kunnen checken hoe de zon er ook alweer uitzag. “Ik ben ziek en jij gaat dood” van Brigitte Kaandorp is mijn lijflied dezer dagen. Er komt ook nog een ander vers van dezelfde kerklerares in mij op, maar dat is niet geschikt voor deze stichtelijke publicatie.
Mijn eigen schrijfsels neigen trouwens tot hetzelfde probleem. Ik heb al drie columns geschreven en ook weer gewist omdat het nou eenmaal niet mijn taak op deze wereld is om agressie, depressie, polarisatie, revolutie, reactie, criminaliteit en algehele onwil te verspreiden. Al heb ik daar eigenlijk best zin in.
Toen ik gisteren in een sacristie de wierook zegende met de formule: “Ab illo benedicaris in cuius honore cremaberis” (Wees gezegend door Hem tot wiens glorie gij zult worden opgestookt) sloegen de misdienaars vroom een kruis omdat ze dachten dat die woorden voor hen bedoeld waren.
(Het was niet mijn eigen sacristie, welteverstaan. Die van mij doen zoiets niet). Bijna had ik ze ermee de kerk in laten lopen. Net op tijd wist de Geest Gods nog een barst in mijn hardnekkigheid te slaan, zodat ik op de drempel nog kon verzuchten: “Vergeef hen Heer, want ze weten niet wat ik zeg.”
Er zijn ook mensen met echte problemen en ook dit gaat weer voorbij. Tenminste, dat neem ik aan
Dat bespaarde mij een biechtpunt van kolossale proporties. Ik kan mij tenminste niet voorstellen dat de Heer met welbehagen neerziet op priesters die hun misdienaars met een wisse vuurdood slaan.
De rest van Mis verliep daarna natuurlijk chaotisch, omdat ik grondig was afgeleid. Verhaspelde melodieën, verhaspelde teksten (ik hoop maar dat ik niet alsnog per ongeluk iemand heb vervloekt of geconsacreerd). Enfin, er zijn ook mensen met echte problemen en ook dit gaat weer voorbij.
Tenminste, dat neem ik aan. Als ik heel eerlijk ben, valt het soms ook best een ogenblikje mee. Ten eerste kunnen monniken altijd een ogenblikje rusten in hun getijden. Die weven buiten elke tijd en plaats een knus moment van warmte en geborgenheid.
Verder ben ik in feite een geluksvogel, omdat bijna al mijn taken creatief van aard zijn. Weliswaar valt er in de vasten weinig aan de kerk te versieren, maar voor het behaaglijke instituutje sanctificium.com moet ik deze week een website en bijbehorend YouTubekanaal operabel zien te krijgen.
YouTube vind ik eigenlijk een beetje griezelig, maar leren filmen is toch best heel interessant. Verder moeten er scripts worden geschreven en een hoop behangselmuziekjes worden gecomponeerd. Bovenal moeten er veel verstandige mystieke boeken worden gelezen. Er zijn ook mensen die zich met moraal of kerkrecht bezig moeten houden. Stel je voor!
Pater Hugo is kluizenaar te Warfhuizen. Elke drie weken schrijft hij een column in Katholiek Nieuwsblad.
Er zijn geen artikelen gevonden