fbpx
<

Geef om katholieke journalistiek

doneer
Inspiratie

De uitnodiging van de Heer

KN Redactie 15 september 2016
image
Paus Franciscus bij aankomst op het Sint Pietersplein, voorafgaand aan zijn algemene audiëntie van 14 september (Foto: AP)

Tijdens de algemene audiëntie van 14 september sprak paus Franciscus over de navolging van Jezus (vlg. Mt. 11,28-30)

Beste broeders en zusters, goedemorgen!

Tijdens dit Heilig Jaar hebben we meerdere keren stilgestaan bij het feit dat Jezus zich uitdrukt met een unieke tederheid die een teken is van de aanwezigheid en de goedheid van God.

Verrassende uitnodiging

Vandaag staan we stil bij een ontroerende passage in het Evangelie (vlg. Mt. 11,28-30) waarin Jezus zegt: “Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.” (vers 28-29). De uitnodiging van de Heer is verrassend: Hij roept eenvoudige mensen en zij die onder een moeilijk leven gebukt gaan om Hem te volgen, Hij roept mensen die veel noden hebben om Hem te volgen en Hij belooft dat ze in Hem rust en verlichting zullen vinden.

De uitnodiging wordt in de gebiedende wijs gedaan: “komt tot Mij”, “neemt mijn juk”, “leert van Mij”. Alle wereldleiders zouden dit wellicht hebben kunnen zeggen! Laten we proberen om de betekenis van deze uitdrukkingen te bevatten.

‘Komt tot Mij’

De eerste gebiedende wijs is: “Komt tot Mij”. Jezus richt zich tot degenen die moe en onderdrukt zijn en presenteert zich als de Dienaar van de Heer zoals die beschreven staat in het boek van de profeet Jesaja. Dit zegt Jesaja in die passage: “De Heer Jahwe heeft mij als een leerling leren spreken, om uitgeputte mensen bij te kunnen staan” (Js. 50,4).

Tot deze mensen die uitgeput zijn door het leven, rekent het Evangelie vaak ook de armen (vlg. Mt. 11,5) en de kleinen (vlg. Mt. 18,6). Het gaat om mensen die niet kunnen rekenen op eigen middelen, noch op belangrijke vriendschappen. Zij kunnen alleen vertrouwen op God. Zich bewust van hun eigen nederige en armzalige situatie, weten ze dat zij afhankelijk zijn van de barmhartigheid van de Heer en verwachten zij van Hem de enige mogelijke hulp.

In de uitnodiging van Jezus vinden zij eindelijk een antwoord op hun wachten: door zijn leerlingen te worden, ontvangen ze de belofte dat ze levenslang troost vinden. Een belofte die aan het einde van het Evangelie aan alle mensen wordt gedaan: “Gaat dus”, zegt Jezus tegen de apostelen, “en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen” (Mt. 28,19).

Deur van Barmhartigheid

Bij het ontvangen van de uitnodiging om dit jaar van genade van het Jubileum te vieren, zijn pelgrims in heel de wereld door de Deuren van Barmhartigheid gegaan die geopend zijn in kathedralen, heiligdommen, in heel veel kerken overal ter wereld, in ziekenhuizen, in gevangenissen. Waarom gaan ze door die Deur van Barmhartigheid? Om Jezus te vinden, om de vriendschap van Jezus te vinden, om de troost te vinden die alleen Jezus geeft.

Deze weg drukt de bekering uit van elke leerling die zich aan Jezus verbindt. En de bekering bestaat altijd uit de ontdekking van de barmhartigheid van de Heer. Die is oneindig en onuitputtelijk: de barmhartigheid van de Heer is groot! Door de Heilige Deur door te gaan, erkennen we dus “dat de liefde aanwezig is in de wereld en dat deze liefde machtiger is dan elke vorm van kwaad waarbij de mens, de mensheid, de wereld betrokken is” (Johannes Paulus II, Enc. Dives in misericordia, 7).

‘Neemt mijn juk’

De tweede gebiedende wijs zegt: “Neemt mijn juk”. In de context van het Oude Verbond, gebruikt de Bijbelse traditie het beeld van het juk om de sterke band aan te duiden tussen het volk en God en, als gevolg, de onderwerping aan zijn wil die uitgedrukt is in de Wet.

In strijd met de farizeeën en de wetgeleerden, plaatst Jezus zijn juk op de leerlingen, waarin de Wet haar vervulling vindt. Hij wil hun leren de wil van God te ontdekken door middel van zijn persoon: door middel van Jezus, niet door middel van wetten en kille voorschriften die Jezus zelf veroordeelt.

Lees hoofdstuk 23 van Matteüs maar! Hij staat centraal in hun relatie met God, Hij is het hart van de relaties tussen de leerlingen en Hij stelt zich op als hoeksteen van ieders leven. Door het ‘juk van Christus’ te ontvangen, gaat iedere leerling binnen in de eenheid met Hem en wordt deel van het mysterie van zijn kruis en van zijn lot van verlossing.

‘Leert van Mij’

Er volgt een derde gebiedende wijs op: “Leert van Mij”. Jezus legt zijn leerlingen een weg voor van kennis en naleving. Jezus is geen strenge meester die anderen lasten oplegt die Hij zelf niet draagt: dat is de beschuldiging die Hij uitte richting de wetgeleerden.

Hij richt zicht tot de nederigen, tot de kleinen, tot de armen, tot de hulpbehoevenden, want Hij heeft zichzelf klein en nederig gemaakt. Hij begrijpt de armen en degenen die lijden, want Hij zelf is arm en gekweld door pijnen. Jezus heeft geen gemakkelijke weg afgelegd om de mensheid te verlossen. In tegendeel, zijn weg was pijnlijk en moeilijk.

Zoals de Brief aan de Filippenzen ook zegt, “heeft Hij zich vernederd, Hij werd gehoorzaam tot de dood, tot de dood aan een kruis” (Fil. 2,8). Het juk dat de armen en de verdrukten dragen is hetzelfde juk dat Hij daarvoor al heeft gedragen: daarom is het een licht juk. Hij heeft het lijden en de zonden van de hele mensheid op zijn schouders genomen.

Geen prins

Voor de leerling betekent het ontvangen van het juk van Jezus dus het ontvangen van zijn openbaring en die omarmen. In Hem heeft de barmhartigheid van God de armoede van de mensen op zich genomen en zo heeft Hij aan allen de mogelijkheid van verlossing geschonken.

Maar waarom is Jezus in staat om dit soort dingen te zeggen? Omdat Hij zich tot alles voor iedereen heeft gemaakt, dichtbij iedereen, bij de allerarmsten! Hij was een herder tussen de mensen, tussen de armen. Hij werkte elke dag voor hen. Jezus was geen prins. Het is slecht voor de Kerk wanneer de herders prinsen worden, ver verwijderd van de mensen, ver van de allerarmsten. Dat is niet in de geest van Jezus. Die herders werden door Jezus berispt: “Doe wat zij zeggen, maar niet wat zij doen.”

Vermoeidheid en teleurstelling

Beste broeders en zusters, ook voor ons zijn er momenten van vermoeidheid en teleurstelling. Laten wij ons dan deze woorden van de Heer herinneren, die ons zo veel troost geven en ons doen begrijpen dat we onze krachten ten dienste stellen van het goede. Want soms wordt onze vermoeidheid veroorzaakt doordat we vertrouwen hebben gesteld op dingen die niet essentieel zijn, omdat we onszelf verwijderd hebben van datgene wat echt belangrijk is in het leven.

De Heer leert ons niet bang te zijn Hem te volgen, want de hoop die we op Hem stellen, zal niet teleurgesteld worden. We zijn dus geroepen om van Hem te leren wat het betekent te leven van barmhartigheid om instrumenten van barmhartigheid te zijn. Te leven van barmhartigheid om instrumenten van barmhartigheid te zijn: leven van barmhartigheid is voelen dat je de barmhartigheid van Jezus nodig hebt.

‘Houd moed’

En wanneer wij voelen dat we vergeving, troost nodig hebben, leren we om barmhartig te zijn met anderen. Onze blik gericht houden op de Zoon van God, doet ons begrijpen hoe lang de weg is die we nog moeten afleggen. Maar tegelijkertijd zaait het in ons de vreugde van de wetenschap dat we met Hem op weg zijn en dat we nooit alleen zijn. Houd moed dus, houd moed!

Laten we de vreugde van het zijn van leerlingen van de Heer niet van ons afnemen. “Maar Vader, ik ben een zondaar, hoe moet ik dat doen?” – “Laat je bekijken door de Heer, open je hart, voel zijn blik op jou, zijn barmhartigheid, en je hart zal vervuld worden van vreugde, de vreugde van de vergeving, als jij naderbij komt om vergeving te vragen.” Laten we de hoop van het leven van dit leven samen met Hem en met de kracht van zijn troost niet van ons wegnemen. Dank u wel. (Vert. SvdB)